Nietzsche schrijft dat de mens met zijn neiging om te weten en kennis te produceren zelfs het onbeduidendste en verachtelijkste in de natuur als een ballon opblaast. Dat klinkt heel anders dan de trotse tegelspreuk dat alles wat je aandacht geeft groeit. Prat gaan op kennis is het opblazen van niets, meent Nietzsche. Niets om trots op te zijn. Sterker nog, volgens hem ontneemt de trots die we voelen zodra we iets menen te weten, ons het zicht ‘als een dichte mist’. Het is bij de mens, zeg maar, alles of Nietzsche. Hou dat even vast. ‘Er zijn eeuwigheden geweest waarin het niet bestond. En wanneer het menselijke intellect eenmaal verdwenen is, zal er niets zijn gebeurd.’ De gedachte dat als er geen mens meer is, er ook niets is gebeurd, kan ik me theoretisch wel voorstellen, maar me dit écht voorstellen, nee.
Wat gebeurt er als ik mijn volle aandacht richt op niets, op helemaal niets? Lukt dat? En wat schiet ik ermee op? Probeer maar eens aan niets te denken. Je zou dan niet moeten denken. Dat lukt misschien nog wel, maar probeer dan ook nog maar eens niets te voelen. Niets voelen lukt alleen als je voelt, en voelen lukt alleen als je iets voelt, al was het alleen maar het voelen zelf. Maar hoe kan het dat we niet niets kunnen voelen? Omdat er alleen maar iets is en niet niets? Dan wil ik je vragen om je voor te stellen dat er alleen maar iets is. Lukt dat wel? Kan ik me het bestaan voorstellen zonder dat dit bestaan op een of andere manier grenst aan niet-bestaan? We komen hier niet uit. Hou dat vast. We weten niets, we zien niets. De mist trekt op.
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Coen Simon? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
