Soms moet je besluiten dat iets waar is om het waar te maken. Fake it till you make it. Doe je het lang genoeg, dan wordt het vanzelf werkelijkheid. Zulk pragmatisme staat soms in een kwade reuk, als winst- en efficiëntiedenken. Het kan ook gevaarlijk uitpakken, wanneer lijf en leden van echte mensen moeten buigen naar de overtuigingen van een ander. Beweer jarenlang dat er een asielcrisis is en dan komt die er ook. Als we allemaal geloven dat AI de mens overbodig zal maken, worden we dat vanzelf. Niet omdat de werkelijkheid zich voegt naar woorden, maar omdat het handelen zich voegt naar het idee.
Maar dat is eerder kleingeestigheid, of misschien zelfs machtsmisbruik. Het pragmatisme hoort juist bij de democratische traditie: iedereen doet mee en niemand schrijft de regels voor. Zoals het woord ‘project’ – gekaapt door de kaste van de managers met hun doelen en mijlpalen – voor de existentialisten slaat op het leven zelf. Je projecteert jezelf een onbekende toekomst in, waarmee die toekomst heden wordt.
In een mentale crisis besloot de vader van het pragmatisme William James: ‘Mijn eerste daad uit vrije wil is om te geloven in de vrije wil.’ Ook fake it till you make it, maar een die alles mogelijk maakt.
