Volgens Immanuel Kant (1724-1804) past elke filosofie in 4 vragen: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is de mens?
Wat kan ik weten?
‘Het lichaam weet meer dan we ons vaak realiseren. Als dans- en mimeperformer probeer ik een bepaald gevoel te belichamen en te onderzoeken. Door iets via mijn zintuigen te ervaren, weet ik een stuk meer dan wanneer ik er een boek over lees.’
Melyn Chow (1994) is dans- en mimeperformer. Haar voorstelling becoming god is te zien op het Amsterdamse dansfestival Julidans.
Wat moet ik doen?
‘Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin in Singapore. Elk Chinees Nieuwjaar ging ik op bezoek bij mijn vaders familie in Maleisië, bij de tempel waar mijn oom woont. Mijn oom is taoïstisch medium. Dat betekent dat hij de gave heeft om goden uit te nodigen in zijn lichaam. Mijn christelijke familie was altijd argwanend: we vroegen de Heilige Geest om bescherming als we daarheen gingen. Ik heb geleerd die plek te vrezen.
Voor mijn dansvoorstelling becoming god wilde ik mezelf openstellen voor andere goden en andere religies dan het christendom. Net als mijn oom wilde ik God belichamen. Ik associeer het christendom met puurheid, maar een van de taoïstische goden is afgebeeld met een boos, rood gezicht. In het taoïsme is plek voor negativiteit of voor wat ik “duister genot” noem. Alcohol drinken speelt bijvoorbeeld ook een rol in taoïstische rituelen – mijn oom drinkt altijd een beetje om in een trance terecht te komen.
Als ik God probeer te belichamen, zoek ik dat duistere genot op. Dat gaat om taboes uitdagen, schaamte afwerpen, de kanten van jezelf toelaten die je in het dagelijkse leven niet laat zien. Ik draag door mijn religieuze en culturele achtergrond veel angst en schaamte met me mee, en door die schaamte af te werpen en de taboes op te zoeken, heb ik een enorm gevoel van transcendentie. Het is bevrijdend.’
Wat we van de Tao kunnen leren
Wat mag ik hopen?
‘Mijn oom werkt nooit alleen. Hij heeft twee assistenten die hem helpen. Ik hoop dat mensen de ruimte voelen om zich te laten helpen door anderen.’
Wat is de mens?
‘Ik heb de voorstelling aan mijn oom laten zien in de tempel in Maleisië. Hij zei: “Het lukt je nog steeds niet om jezelf te vergeten.” Dat zette me aan het denken: hoe kan een mens zichzelf vergeten? Ik weet niet hoe mijn oom dat doet.
God belichamen betekent dat je teruggeworpen wordt op je kwetsbaarheid. God spelen vraagt van je dat je je sterfelijkheid vergeet, waardoor deze alleen maar sterker naar voren komt. God belichamen betekent jezelf vergeten, waardoor je merkt hoe moeilijk dat is.
Ik ben veel bezig geweest met de vraag wat God is en minder met wat de mens is. Maar toen ik mijn oom vroeg wat God is, zei hij: “Het christendom denkt dat God de mens heeft gemaakt, maar de mens heeft God gemaakt. God is echt, maar de mens geeft God diens krachten.”’

