Home Taal Zonder standpunt ben je nergens
Taal

Zonder standpunt ben je nergens

Door Coen Simon op 04 juni 2021

Zonder standpunt ben je nergens
Cover van 06-2021
06-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Cornelis Verhoeven was bang voor woordrot. Want hij wilde het verschijnsel waar het woord voor staat behouden. Coen Simon put nog steeds uit zijn antiquarisch geworden Dierbare woorden.

Als je de enorme lijst publicaties ziet van Cornelis Verhoeven, kun je je verbazen over het magere effect dat hij verwachtte van het woord op de werkelijkheid. In de postuum verschenen verzameling Dierbare woorden (2002) schrijft hij inleidend: ‘Soms lijkt er een soort magisch spookje door het taal­gebruik te waren dat tot taak heeft de illusie in stand te houden dat wij door de taal te manipuleren ook de werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten.’ Al die boeken schrijf je toch niet om niets naar je hand te kunnen zetten, zou je zeggen. Kokette bescheidenheid? Zeker niet. Verhoeven was niet bescheiden over taalkwesties, alleen heeft hij nooit geloofd in ferme taal die de loop van onze geschiedenis zou beïnvloeden. Niet als het ging om de spookachtige macht van een proletariaat, noch om het woord van de proleet die ‘zegt waar het op staat’. Woorden zeggen vooral veel, maar doen heel weinig.

Als hij in 1997 in het dagblad Trouw de serie beschouwingen van meer dan vijfhonderd dierbare woorden start, waarschuwt hij ‘dat al die beschouwingen tamelijk subjectief zijn’. Hè wat flauw, subjectief. Maar als Verhoeven subjectief zegt, dan bedoelt hij ook subjectief. En niet: persoonlijke vrijblijvendheid. Zijn beschouwingen zijn subjectief zoals een letterlijk standpunt dat ook is. ‘Wie stil staat en om zich heen kijkt, ontkomt er niet aan de omgeving te zien vanaf het punt waar hij staat, zijn gezichtspunt of het centrum van zijn blikveld. Los daarvan is hij nergens.’ De betekenis van het woord is het actuele standpunt van de gebruikers ervan, en zo zijn Verhoevens woordanalyses veelzeggend over de samen­leving die deze woorden in de mond neemt. Taal zegt ‘waar’ we zijn.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De betekenis van een woord strandt niet in de letter

En vanaf dat standpunt vraagt hij zich bijvoorbeeld niet-vrijblijvend af, waarom het woord ‘durven’ in de Nederlandse taal zoveel kwijt is geraakt van zijn oorspronkelijke verwantschap met ‘derven’ en met het Duitse ‘dürfen’. Durven is namelijk verworden tot een verbluffende handeling die zelfs de meest onzinnige daad maatschappelijk aanzien moet geven, en dat is opmerkelijk omdat durf etymologisch voortkomt uit een behoefte, een nood of een verlangen. ’Nu is het natuurlijk onzinnig kritiek te hebben op de ontwikkeling van een woord of pogingen te doen de zogenaamd oorspronkelijke betekenis te herstellen en voor te schrijven. Maar dat is hier niet aan de orde. Het gaat niet om een neutraal proces, maar om de cultuurkritische vraag, namelijk, waarom een bepaalde en zeer voor de hand liggende betekenis daarvan in de omgangstaal systematisch werd vergeten en uitgesloten.’ En het antwoord is wel duidelijk. Aan de woorden zal het niet liggen. Wel aan het slechte gebruik ervan.

Misbruik is, in het geval van taal, ook gebruik, kun je tegenwerpen, maar dan krijg je onverwacht toch woorden met Verhoeven. Hij houdt weliswaar niet van een opgeheven vingertje, maar nog minder van modieus en onnadenkend taalgebruik. En zo blijkt er toch een klein gebied te bestaan waarop woorden kunnen verplichten, niet alleen iets zeggen dus, maar ook iets doen. Dat is het gebiedje ergens tussen de dode letters en de levende taal. ‘Voor de geest komt er in de letter niet noodzakelijk een einde aan het woord’, schrijft hij in het lemma ‘Letter’. ‘Het strandt niet in een krabbeltje.’ Wil je de betekenis van een woord doorgronden, dan moet je beginnen bij de bron van de taal. En dat is niet het woord in een soort voorhistorische statische toestand, benadrukt Verhoeven, maar ‘de levende taal die een beweeglijk denken vertolkt’. Met de nadruk op denken. Gebruik niet alleen woorden, maar ook je verstand, lijkt Verhoeven te zeggen. Het woord ‘streven’, om maar een voorbeeld te noemen, wordt alleen nog in de streberige betekenis gebruikt van ‘iets nastreven’, maar, zegt Verhoeven ‘streven is voor alles de beweging waarin zowel het een als het ander nog moet ontstaan. Mensen willen en streven allang voordat ze weten wat ze willen en waarnaar ze streven.’

Subjectieve beschouwingen zijn, in het geval van Verhoeven, dus gelukkig geen relativistische beschouwingen. Verhoevens angst voor woordrot hangt vooral samen met de wil het verschijnsel waar het woord eigenlijk voor staat te behouden. Om die reden noemt hij zijn keuze voor de woorden ‘nogal conservatief’. Ik put nog steeds uit zijn antiquarisch geworden Dierbare woorden.

Dierbare woorden
Cornelis Verhoeven | Damon | 520 blz. | Antiquarisch