Home Weekendlijstje: zes Japanse denkers

Weekendlijstje: zes Japanse denkers

10 augustus 2017

Weekendlijstje: zes Japanse denkers

Bestaat ‘de Japanse filosofie’ eigenlijk wel? Denkers uit Japan zijn altijd beïnvloed geweest door buitenlandse ideeën. Grote invloed had het uit China afkomstige zenboeddhisme. Na 1868, toen Japan zich voor de rest van de wereld opende, werd vooral de Duitse filosofie populair. Japanse denkers combineerden deze stromingen met het shintoïsme, de oorspronkelijke religie van Japan. Lees in dit weekendlijstje over de unieke ideeën die dit heeft opgeleverd. Voor wie nog veel meer wil ontdekken over de Japanse filosofie organiseert Filosofie Magazine ook dit jaar weer een reis naar Japan

Kûkai (774-835)

‘Een boeddha te worden in dit lichaam’


Kûkai wordt vaak beschouwd als de eerste echte filosofische denker van Japan, zoals Socrates vaak als de eerste echte westerse filosoof wordt gezien. Kûkai werd met het Chinese confucianisme opgevoed, maar dat vond hij te theoretisch. Daarom maakte hij al op jonge leeftijd de overstap naar het boeddhisme, wat een concreet pad naar verlichting bood door middel van lichamelijke oefening en directe ervaring. In zijn filosofie komt deze spanning tussen theorie en praktijk terug. Theorie en praktijk, doctrine en ritueel, gedachten en ervaring: ze kunnen volgens Kûkai niet los van elkaar begrepen worden. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille. Daarom moet filosofie niet alleen intellectueel gevat worden, maar ook lichamelijk beoefend en ervaren worden.

Eihei Dōgen (1200-1253)

‘Lichaam-geest is weggevallen’


Dōgen was binnen Japan de oprichter van de Sōtō school, een van de twee grote scholen van het zenboeddhisme. Dōgens grootste inzicht verwoordde hij als volgt: ‘lichaam-geest (shinjin) is weggevallen’. Met het woord shinjin, wat vaak vertaald wordt als ‘lichaam-geest’, wil Dōgen zeggen dat lichaam en geest niet gescheiden zijn van elkaar, maar een eenheid vormen. Het wegvallen van lichaam-geest duidt de continuïteit aan tussen het ik, anderen en de wereld. Het zelf staat niet apart van anderen of van de wereld. Dit inzicht moet volgens Dōgen telkens weer beoefend en verkregen worden door middel van meditatie. Ook kan de realisatie van dit inzicht niet alleen intellectueel zijn: het moet in de praktijk gebracht worden in de dagelijkse omgang met het zelf, anderen en de wereld.

Hakuin Ekaku (1686-1769)

‘Als je volledig twijfelt, zal je volledig verlicht raken’


Hakuin Ekaku liet de Rinzai school, naast Sōtō de andere grote stroming binnen het zenboeddhisme, weer opleven in Japan. Naast meditatie is voor de Rinzai school het oefenen met kōans belangrijk: verrassende stellingen of vragen die bedoeld zijn om de student wakker te schudden uit het alledaagse denken. De bekendste kōan van Hakuin is: ‘Je kent het geluid van twee handen die klappen; vertel, wat is het geluid van een hand?’ In elke kōan kunnen meerdere betekenissen gevonden worden, en er is niet één correct antwoord. Zo herkennen sommigen in de kōan van Hakuin het inzicht dat twee eigenlijk één is (op verschillende manieren), en anderen denken weer dat de kōan erop duidt dat al het geluid en alle ervaring een illusie is.

Nishida Kitaro (1870-1945)

‘Zien zonder ziener, horen zonder horer’

Kitaro Nishida was de eerste filosoof die de westerse met de Japanse filosofie combineerde en daarmee een eigen filosofie creëerde. Zijn belangrijkste filosofie betrof de ervaring. Volgens hem gaat de oorspronkelijke ervaring van bijvoorbeeld een geluid vooraf aan het denken. Pas door over dit geluid na te denken zien we in dat de oorsprong ervan buiten ons ligt. Hierdoor kunnen we onszelf als individu zien dat losstaat van onze omgeving en van anderen. In de oorspronkelijke ervaring, waarbij het denken nog niet betrokken is, maken we dus nog géén onderscheid tussen onszelf en onze omgeving. Volgens Nishida ervaren we dingen pas echt als teruggaan naar deze oorspronkelijke eenheid, en leidt deze ‘pure ervaring’ tot ware kennis.

Watsuji Tetsuro (1889-1960)

‘Eenzaamheid, jij bent mijn thuis’

Watsuji Tetsuro groeide op toen de westerse filosofie populair werd in Japan. Hij kwam hierdoor in een identiteitscrisis, waaruit hij de conclusie trok dat het westerse individualisme, wat hij tot egoïsme zag leiden, mensen niet gelukkig maakt. Watsuji stelde dat we al vanaf onze geboorte verbonden zijn met onze omgeving: met onze cultuur en taal, met tradities en verwachtingen, met ouders en met leraren. Deze omgeving vormt ons, maar wij vormen ook onze omgeving. Onze identiteit is niet slechts een resultaat van onze individuele keuzes maar ook een gevolg van onze omgeving. Het individualisme ontkent dit en zou daarom geen geschikte filosofie voor de mens zijn.

Nishitani Keiji (1900-1990)

‘Het overwinnen van het nihilisme door nihilisme’


Ook Nishitani Keiji werd beïnvloed door filosofen van over de hele wereld. Het belangrijkste thema in zijn filosofie is het nihilisme. Hij zag dat de natuurwetenschappen de mens reduceerden tot materie, technologie de mens in zijn greep hield, en de globalisering mensen wees op hun onbeduidendheid in de enorme wereld. Dit alles zorgde voor ‘de tendens om het menselijke te verliezen’, zoals hij het mooi uitdrukte: mensen raakten vervreemd van de wereld, en begrepen deze niet meer. Het opvallende is dat Nishitani niet vond dat we deze leegte zo snel mogelijk zouden moeten opvullen met betekenis. Door niet direct overal zelf betekenis aan te geven, geven we onze omgeving de kans om haar eigen betekenis te laten zien aan ons.

Enthousiast geworden over de Japanse filosofie? Van 21 november t/m 2 december 2018 organiseert Filosofie Magazine een 12-daagse filosofiereis naar Japan!

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.