Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 9/2020

Vogelen

Alicja Gescinska

Ik zou het iedereen aanraden, al weet ik niet precies waarom. Het betreft een van de onverwachte neveneffecten die de lockdown­weken op mij hebben gehad. Een activiteit waarin ik nooit eerder enige noemenswaardige interesse heb getoond. Ik heb het over vogelen, het observeren van onze gevleugelde metgezellen hier op aarde.

Ik heb het geluk aan de rand van een bos te wonen. Maar door drukte had ik nooit eerder tijd voor de fauna en flora in mijn tuin en omgeving. En toen legde een virus het leven grotendeels lam. Het gevolg was dat ik veel meer tijd in mijn tuin spendeerde, ging wandelen in het bos en – ­onbedoeld – al gaande enkele vogelkundige vaardigheden ontwikkelde.

Roodborstjes, koolmeesjes, lijsters, kauwen, Vlaamse gaaien, buizerds, grote bonte spechten, groene spechten, eksters, merels, mussen en duiven uiteraard – ik kan ze nu alle in één oogopslag of aan hun gefluit herkennen. Maar wat heeft een mens daar nu precies aan?

Enerzijds kun je zeggen dat vogelen een rustgevende bezigheid is. En rust hebben we allemaal nodig in onze gejaagde levens. Vogelgezang en gefluit hebben dezelfde ontspannende uitwerking op je ziel als een heet bad. Wanneer vogels hun snaveltjes openzetten, weerklinkt er een soort natuurlijke symfonie in de tuin en het bos. De harmonie ervan wordt enkel verstoord wanneer de Vlaamse gaaien wild tekeergaan. Het is eigenaardig dat zo’n mooie, elegante vogel zo’n lelijk geluid kan maken. Niet toevallig wordt hij ook de schreeuw­ekster genoemd. En ook de groene specht durft de harmonie en het rustgevende karakter van vogelen weleens te verstoren. Diens stemgeluid klinkt immers als een kruising van dat van een parkiet en een hyena; zijn roep is een eerder onheilspellende lach.

Anderzijds kun je ook zeggen dat vogelen niet alleen rustgevend op onze ziel en zintuigen inwerkt, maar die juist doet opleven en scherper laat werken. De wereld moest grotendeels tot stilstand komen om bepaalde klanken te kunnen horen en de wonderlijke dagelijkse dingen te kunnen zien waaraan je anders voorbijgaat. Door je zintuigen aan te scherpen leer je de wereld beter kennen. Misschien is de wereld kennen geen intrinsiek moreel goed te noemen, maar als filosoof is het toch je kerntaak.

Het klinkt paradoxaal, maar vogelen is een hoogst zinvol en tegelijk aan nutteloosheid grenzend tijdverdrijf. Een zekere verwondering en voldoening gaan gepaard met het observeren van twee kauwen die een buizerd verjagen, van een roodborstje dat heen en weer vliegt om een nest te maken, of van een bonte specht die als bezeten met zijn snavel een witte berk te lijf gaat. En af en toe wat voldoening vinden in dit leven, dat volgens de existentialisten toch ook maar leeg en absurd is, is uiteindelijk misschien het hoogst haalbare.