Wie zin wil blijven houden in zijn werk moet zijn hart, ziel en persoonlijkheid erin kwijt kunnen
Onlangs was ik op een symposium dat ‘Zingeving in sociaal werk’ heette. Zo’n tweehonderd maatschappelijk werkers uit de regio Gelderland hadden zich verzameld om te praten over hoe je, in tijden van bezuinigingen, zin kon blijven houden in je werk. Mensen die geen zin meer in werk hebben, zie je natuurlijk niet op zo’n congres, maar ik moet zeggen: ik heb zelden zo’n partijtje zinlustige werknemers bij elkaar gezien.
Voor het symposium was een batterij filosofen als sprekers aangetrokken, want als er één beroep was met verstand van ‘zin’, dan was het immers wel dat van filosoof. De filosoof kon een professioneel licht laten schijnen op de kwestie ‘zin in werk’.
Zoals een goede filosoof betaamt, problematiseerde Paul van Tongeren meteen het compliment aan de filosoof door te wijzen op de misleidende betekenissen van zowel het woord ‘zingeving’ (zin is nooit gegeven, die moet je zoeken) als van het woord ‘professioneel’. Dat laatste zette mij stevig aan het denken.
Er zijn drie betekenissen van ‘professioneel’, stelde hij. Ten eerste wordt het vaak tautologisch gebruikt voor ‘kwaliteit’. Bijvoorbeeld als iemand zegt dat de klus ‘professioneel’ afgehandeld moet worden, dan betekent dat: met ‘kwaliteit’. Als je dan vraag wat ‘kwaliteit’ betekent, krijg je als antwoord: ‘professioneel.’ Vaak ook wordt er iets managerachtigs mee bedoeld: ‘professioneel’ te werk gaan betekent efficiënt, zakelijk en economisch te werk gaan. Tot slot wordt het subjectivistisch gebruikt in met name de zorg en het onderwijs, als een manier om ‘tevredenheid’ te meten bij cliënten.
Ik vond het een mooi pleidooi. Ik dacht even aan bankiers die een gespleten persoonlijkheid krijgen: enerzijds ‘mens’, anderzijds ‘bankier’. En ik dacht even aan Eva Jinek, die vaak het woord ‘professioneel’ in de mond neemt. Als vrouwen verzuchten dat ze als ‘professional’ willen worden gezien, dan willen ze juist weer van een teveel van het persoonlijke af. Maar wie krampachtig de persoon buiten de deur wil houden, loopt op haar beurt hetzelfde risico als de kille bankier. Wie zin wil blijven houden in zijn werk moet zijn hart, ziel en persoonlijkheid erin kwijt kunnen. Anders werkt het niet.