Home Economie Socioloog Rudi Laermans: ‘Simmel is geïnteresseerd in de mens achter het geld’
Economie

Socioloog Rudi Laermans: ‘Simmel is geïnteresseerd in de mens achter het geld’

Geld is niet alleen een middel om mensen te bevrijden, maar ook een middel om ons te gijzelen en te vervreemden, stelde Georg Simmel. Na ruim een eeuw verschijnt zijn Filosofie van het geld in het Nederlands. Socioloog Rudi Laermans: ‘Volgens Simmel doordringt geld alle levenssferen.’

Door Ivana Ivkovic op 25 februari 2022

Socioloog Rudi Laermans: ‘Simmel is geïnteresseerd in de mens achter het geld’
Cover van 03-2022
03-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

In hoeverre bepaalt geld ons leven? Meer dan we wellicht denken, zou je kunnen zeggen op basis van het werk van de Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel (1858-1918). In 1900 schreef hij zijn Filosofie van het geld. Het werk is nu voor het eerst in het Nederlands verschenen. In het boek laat Simmel zien dat geld verbonden is met ons gehele leven en op een indringende manier de moderne cultuur en de moderne mens vormgeeft.

‘Simmel heeft een heel andere belangstelling voor het fenomeen geld dan een econoom,’ vertelt Rudi Laermans, hoogleraar bij het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven, en een kenner van het werk van Simmel. ‘Hij is geïnteresseerd in de mens met en achter het geld. Volgens Simmel doordringt geld alle levenssferen. Een econoom zou dat nooit zien, omdat hij alleen oog heeft voor de economische functie van geld. Terwijl Simmel ook denkt: als geld zo alom aanwezig is, gaan we dan niet ook calculerend met dingen en onszelf om? Hij stelt in zijn boek een zeer radicale tijdsdiagnose: in de moderne samenleving is geld essentieel voor ons mens-zijn. Zijn analyses van de geldcultuur waarin wij leven hebben sinds zijn tijd alleen maar aan actualiteit gewonnen.’

De actualiteit van zijn analyses is niet de enige reden om Simmel te lezen, vindt Laermans. Simmel prikkelt ook als essayist. ‘Een dartele geest’ noemt Laermans hem. ‘Simmel is nieuwsgierig, en een nieuwsgierige geest kan zich moeilijk alleen maar met hetzelfde onderwerp bezig­houden. Hij heeft belangstelling voor sociologie, maar schrijft ook stukken over mode, consumptie en tentoon­stellingen, en tussendoor schrijft hij over steden als Rome en Venetië. Hij wordt getroffen door invallen, en door invallen bij invallen.’

Simmel was absoluut geen academisch figuur. Dat heeft hem parten gespeeld: Simmel werd niet volledig geaccepteerd binnen de academie. Hoewel zijn essayistische aanpak daaraan heeft bijgedragen, speelden antisemitische sentimenten er eveneens een rol bij. Desondanks was Simmels faam tijdens zijn leven groot. Laermans: ‘Zijn colleges waren mondaine evenementen, iedereen die rond de eeuwwisseling in Berlijn in salons vertoefde en een beetje tijd had ging erheen. Hij schijnt een onwaarschijnlijk begenadigd improvisator te zijn geweest.’

Hoewel Simmel, naast Max Weber en Émile Durkheim, een van de grondleggers van de sociologie is, bleef hij ook na zijn dood eerder een cultfiguur dan deel van de canon. Pas in de jaren tachtig wordt Simmel ‘herontdekt’ als een postmoderne denker avant la lettre. ‘Het fragmentarische karakter van zijn werk kreeg waardering, want post­moderne filosofen wilden weg van een totaalbegrip van de samenleving, en hadden ook affiniteit met de onderwerpen waarover hij schreef: mode en consumptie dus, maar bijvoorbeeld ook het geheim en het sieraad. En geld.’

Begeerte

Filosofie van het geld is een caleidoscopisch boek. In 700 bladzijden verkent Simmel geld in al zijn facetten. Maar hij begint bij de mens. Of beter gezegd: bij de mens die begeert en verlangt. ‘Simmel neemt niet de homo economicus als uitgangspunt, die bepaalde voorkeuren heeft en rationeel en calculerend is,’ vertelt Laermans.

Bij Simmel staat de mens als begerend wezen voorop. ‘Wij waarderen vanuit onze begeerte. Simmel zal nooit zeggen dat we berekenend zijn in die subjectieve waardering – wij waarderen iets, omdat we er sterk naar verlangen. Waardering wordt niet rationeel gestuurd; er is een soort drive van het verlangen, die ons aan de wereld bindt via dingen die we belangrijk vinden, en de mens is bereid om een inspanning te leveren om die dingen te krijgen.’

Simmel is hierin geïnspireerd door Nietzsche. ‘Onze waarden komen vanuit onze levenskrachten, en die levenskrachten sturen ons. Maar er is ook een sociale kant: om de dingen die we begeren en waarderen te krijgen, moeten we ruilverhoudingen aangaan. De markt brengt al die subjectieve waarderingen bij elkaar. Daaruit ontstaat de prijsvorming: twee appels staan gelijk aan één peer. Geld ontwikkelt zich daarin als de universele maatstaf. Geld staat voor de waarde van dingen voor zover ze inwisselbaar zijn voor andere dingen.’

Dat klinkt wat abstract, maar dat is precies Simmels punt. ‘Simmel ziet geld als een abstract vermogen om iets te kunnen doen. Die abstractie is de essentie van het geld – het is puur vermogen, dat alleen geactualiseerd wordt wanneer je een bepaalde som geld uitgeeft. Voor de rest is het enkel een getal.’

Dit gold al voor gouden muntstukken en papieren biljetten, voegt Laermans eraan toe, maar deze essentie toont zich duide­lijker wanneer geld niet meer materieel is, wat in deze tijd van internetbankieren en bitcoins het geval is. ‘Geld wordt door het wegvallen van het fysieke aspect – de materiële drager – puur een getal dat vermogen aangeeft. Geld wordt daardoor in onze tijd meer zichzelf.’

Volgens Simmel heeft de ontwikkeling van dit abstracte vermogen een diepe impact op de moderne cultuur en de moderne mens. Is die ontwikkeling goed of slecht? Laermans: ‘Simmel ziet altijd twee kanten, en hij ziet geen mogelijke verzoening. Enerzijds worden de sociale banden dankzij geld afstandelijker en anoniemer. Als je betaalt, heb je met diegene aan wie je geld geeft eigenlijk niets te maken; door geld word je onafhankelijker. Geld maakt in die zin vrij. Je kunt sterker je eigen leven cultiveren zonder dat anderen zich telkens met jou bemoeien – je krijgt meer innerlijke vrijheid. Tegelijkertijd is er altijd een kloof tussen jouw subjectieve waardering en de waarde die in een prijs geobjectiveerd is. Daar slaat die vrijheid om in vervreemding.’

Waardering

In de moderne cultuur zijn verschillende manieren ontstaan om met die kloof tussen de subjectieve verlangens en waarden en de objectieve geldwaarde om te gaan, zegt Laermans. ‘Simmel schetst levendig verschillende menstypen, al naargelang onze omgang met geld.’

Een van die typen is de cynicus. ‘Die ziet dat alles een prijs heeft. Dat is ook zo; in onze samenleving raakt waardering verbonden met monetaire waardering – de waardering die samenhangt met hoeveel iets kost. Maar de cynicus is niet in staat om de relatie met het verlangen en de subjectieve waardering te leggen. Hij ziet enkel de geobjectiveerde waarderingen in de prijzen. Oscar Wilde schreef: “Een econoom weet de prijs van alles en de waarde van niets.” Dat is ook een goede omschrijving van de cynicus.’

Dan is er nog de gierigaard: iemand die geld oppot vanuit het idee dat hij daar later dan nog van alles mee kan. ‘De gierigaard is niet in staat om geld te laten rollen en zijn verlangen te bevredigen, omdat hij bang is om een stukje van zijn kunnen kwijt te raken. Hij ziet zijn kunnen louter in termen van economisch vermogen.’

Simmel beschrijft ook de verkwister, de dandy. ‘Die laat het geld rollen en beleeft plezier aan geld uitgeven. Dat bevredigt zijn verlangen.’ In de figuur van de verkwister komen veel karakteristieke trekken van de moderne geldcultuur samen: de luxe, de snelheid, het gemak, maar ook een zekere oppervlakkigheid. Dankzij geld krijgt het moderne individu meer ademruimte, maar dreigt het zich ook los te zingen van subjectieve waarderingen en banden met de wereld.

In Simmels woorden: de objectieve cultuur krijgt overwicht op de subjectieve cultuur. Daarnaast is er sprake van een cultuurcrisis wanneer mensen zich individueel niet meer kunnen herkennen in wat ze collectief als cultuur hebben voortgebracht. Dit is ook een gevolg van de intensivering van productie in de geldcultuur. Laermans: ‘In een economie waarin alleen directe ruil bestaat, zul je nooit twintig soorten melk in het lokale aanbod vinden.’ De moderne mens verdrinkt in het aanbod. Laermans ziet hetzelfde gebeuren in relatie tot informatie: ‘Als je vroeger iets wilde weten, ging je naar de bibliotheek en haalde drie boeken over dat onderwerp. Nu verdrink je in een zee van informatie, die je nooit meer allemaal kunt opnemen. De objectieve cultuur van informatie overstelpt ons. Het cultiveren van een eigen leven, de subjectieve bildung die belangrijk is voor Simmel, loopt daarin spaak.’

Is er bij Simmel ook ruimte voor alternatieven? Laermans: ‘Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de kwantitatieve waarde niet de intrinsieke waarde van dingen is. De essentiële vraag blijft: hoe druk je waarde uit? Een andere verhouding tot het economische is alleen denkbaar als we anders verlangen en anders waarderen.’

Rudi Laermans
(1957) is hoogleraar sociale theorie en kunstsociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Naast zijn academische werk schrijft hij boeken voor een breder publiek. Zijn laatste boek Gedeelde angsten staat op de longlist van de Socratesbeker 2022.

Georg Simmel
(1858-1918) was een Duitse filosoof en socioloog. In Berlijn studeerde hij geschiedenis, kunstgeschiedenis en filosofie. Later doceerde hij aan de Universiteit van Humboldt. Zijn Filosofie van het geld (1900) wordt gezien als de eerste wijsgerige uiteenzetting over geld. Na ruim een eeuw verschijnt Simmels meesterwerk in een Nederlandse vertaling.