‘De oude wereld sterft, en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden; nu is de tijd van monsters.’ De woorden van filosoof Antonio Gramsci (1891-1937) klinken een kleine eeuw later profetisch. Wat doen we in de tussentijd, als het sterven volbracht lijkt en het worstelen steeds monsterlijker wordt?
Soms heb ik zin om nieuwsmijder te worden, maar dat kan niet, ik vind het immoreel. Maar waarom eigenlijk? Ik denk omdat betrokkenheid op de wereld het fundament is van ethiek.
Mag je nog wel over andere dingen schrijven?
Op andere momenten vraag ik me juist af of je in de tijd van monsters nog wel over andere dingen mag schrijven: poëzie, de oude denkers, mijn eigen duistere web van gevoelens. De vraag komt voort uit wanhoop en onmacht, want wat is mijn schrijverij waard als oorlog en waanzin om zich heen grijpen? Maar het is ook een hoogmoedige vraag, want het veronderstelt stiekem toch dat mijn woorden iets betekenen voor de gang van zaken op wereldniveau.
Nu kun je natuurlijk betrokken zijn op de buitenwereld zonder je te laten meeslepen door het nieuws. Vastgeplakt zitten aan nieuwsfeeds is ook een vorm van afwezigheid. Je zou soms wat poëzie of filosofie tussen de berichten willen strooien. De belangrijkste opgave in een tijd van monsters is om zelf geen monster te worden.
Even tussendoor …
Meer columns lezen van Miriam Rasch? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
