Jono werkt als hoofd financiën bij een advocatenkantoor in Zuidwest-Engeland en staat bekend als een zachtaardige, kalme man. Maar sinds een paar jaar kan hij die kalmte af en toe helemaal verliezen: hij scheldt dan tegen vrouwen die het gangpad blokkeren in de supermarkt, gaat tegenstanders op het honkbalveld te lijf en vervloekt zijn baas voor de ogen van het hele kantoor. Driftigheid en gewelddadigheid liggen constant op de loer sinds Jono voor zijn epilepsie het medicijn levetiracetam slikt. Sindsdien heeft hij geen epileptische aanval meer gehad, maar zijn plotselinge woedeaanvallen leveren voor zijn professionele en privéleven aanzienlijke problemen op.
Jono is een van de vele voorbeelden die de Britse neuroloog Guy Leschziner aanhaalt in zijn boek Zeven hoofdzonden (2025) van mensen die dankzij een neurologische aandoening slecht of ‘zondig’ gedrag vertonen. Zo kan Alex vanwege het Prader-Willi-syndroom niet stoppen met eten, is Becky door de ziekte van Huntington niet van de bank af te krijgen en zou Simons Parkinson er wel eens mee te maken kunnen hebben dat zijn leven wordt beheerst door gedachten aan seks. Zulke gevallen roepen de vraag op of we eigenlijk wel de keuze hebben om goed of slecht te handelen, zegt Leschziner in een videogesprek. ‘Veel mensen die we eerder zouden beschouwen als slecht of krankzinnig, hebben onderliggende chemische of structurele problemen die hun gedrag verklaren.’
Kan al ons slechte gedrag vanuit de hersenen worden verklaard?
‘We bevinden ons waarschijnlijk nog in een relatief primitief tijdperk in de ontwikkeling naar een volledig begrip van het brein. Maar als neurowetenschapper geloof ik wel dat wanneer we onze hersenen tot in detail leren begrijpen, we zullen zien dat al ons gedrag een gevolg is van wat er gebeurt in het stukje weefsel tussen onze oren. Je hersenen bepalen wie je bent, en dus ook of jij een goed of slecht persoon bent.’
Guy Leschziner is hoogleraar neurologie en slaapgeneeskunde aan King’s College Londen en werkt als neuroloog in verschillende Britse ziekenhuizen. Hij schreef meerdere boeken, waaronder In het holst van de nacht (2019) en The man who tasted words (2022), en maakt radio- en televisieprogramma’s over slaap voor de BBC en Channel 4.
Toch komt de laatste jaren uit wetenschappelijk onderzoek steeds meer naar voren dat ook de microben in onze darmen een grote invloed hebben op hoe we ons voelen en ons gedragen. En heeft onze omgeving geen rol in wie we zijn en worden?
‘Het is inderdaad aangetoond dat er een sterke verbinding is tussen onze darmen, onze hersenen en ons gedrag, bijvoorbeeld bij depressie en autisme. In mijn boek schrijf ik over hoe ons eten via het microbioom in onze darmen invloed heeft op ons gedrag. En we weten dat opvoeding, omgeving en relaties de structuur en functie van onze hersenen beïnvloeden, met name op jonge leeftijd. Er zijn dus inderdaad invloeden van buitenaf die beïnvloeden hoe onze hersenen functioneren. Maar uiteindelijk is het brein altijd de bemiddelaar.’
Heeft het wel zin om over goed en kwaad te spreken, als ons gedrag in onze hersenen vast zou liggen?
‘Er bestaat zeker zoiets als goed en slecht handelen. De term “goed” gebruiken we voor gedrag dat gunstig is voor het individu en de gemeenschap; “slecht” is wat schade toebrengt aan het individu en de gemeenschap.’
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie en het kwaad? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Maar in uw boek schrijft u dat slecht of ‘zondig’ gedrag in de ontwikkeling van de mens soms noodzakelijk is geweest voor het overleven.
‘Er is een reden dat alle grote religies geobsedeerd zijn met het idee van zonde, en dat is omdat het een onlosmakelijk onderdeel is van wat het betekent om mens te zijn. De vraag is dan: waarom zijn we geneigd tot zondig gedrag? Waarom heeft de evolutie ons hiertoe gedreven? Nou, omdat elke eigenschap die we zondig noemen in de juiste hoeveelheid heel nuttig kan zijn. Zonder een bepaalde hoeveelheid gulzigheid zouden we niet eten en zonder een bepaalde hoeveelheid lust zouden we ons niet voortplanten. Zonder zonden zouden we dus uitsterven. Ze worden alleen schadelijk als we de balans kwijtraken.’
Zijn we eigenlijk wel vrij om zelf keuzes te maken, als ons gedrag bepaald wordt door processen in onze hersenen?
‘Dat is de grote vraag: hebben we een vrije wil? Of is die een illusie? Er is wetenschappelijk onderzoek dat erop lijkt te wijzen dat er al beslissingen worden genomen in ons brein voordat wij ons daar zelf bewust van zijn. Maar die experimenten zijn wel omgeven met wat controverses.
Er zijn zeker mensen die geen vrije wil meer hebben vanwege neurologische defecten. Maar de vrije wil zou ook een spectrum kunnen zijn. Dan zijn er mensen die wel de juiste genen hebben en in de juiste omgeving zijn opgegroeid om vrije keuzes te kunnen maken, en mensen die dat niet hebben. Waarschijnlijk zitten we allemaal ergens op dat spectrum.’
Spoedcursus: bestaat de vrije wil?
In hoeverre zijn we dan moreel verantwoordelijk te houden voor ons gedrag?
‘Er is een belangrijk neurologisch argument om van morele verantwoordelijkheid te blijven spreken: tenzij je flinke hersenschade hebt, reageert je brein op beloning en straf. Niet alleen als je zelf beloond of gestraft wordt, maar ook als je dat bij iemand anders ziet gebeuren. Het heeft dus zin om gedrag goed of af te keuren, want het moedigt mensen aan om zich pro-sociaal te gedragen, op een manier die de samenleving als geheel ten goede komt.
Dat geldt ook voor ons systeem van strafrecht: het heeft zin om crimineel gedrag te bestraffen. Omwille van een succesvolle re-integratie in de maatschappij mogen we ons wel wat vaker afvragen of we de hersenen van criminelen kunnen fixen op een manier die pro-sociaal gedrag bevordert.’
Moet ik dan denken aan hersenoperaties?
‘In de jaren vijftig waren neurochirurgische ingrepen heel gebruikelijk om gedrag te reguleren, maar nee, dat bedoel ik niet. Het is wetenschappelijk aangetoond dat ook psychologische behandelingen iemands hersenfuncties kunnen veranderen. Anders zouden klinisch psychologen nutteloos werk verrichten. Die besteden immers veel tijd aan het veranderen van denk- en gedragspatronen.’
Kunnen we volgens u een onderscheid maken tussen onze hersenen en onze geest?
‘Ik zie in mijn werk als neuroloog in het ziekenhuis dat onze gedachten en emoties enorm kunnen veranderen door minuscule veranderingen in onze hersenen. Zo zijn er verschillende aandoeningen waarvan we nu weten dat ze veroorzaakt worden door antilichamen die bepaalde delen van het brein aanvallen. Mensen worden hierdoor hyperseksueel, depressief of psychotisch. Honderd jaar geleden zouden we die beschouwd hebben als geestelijke ziektes; nu geven we immunotherapie. Dus nee, ik ben geen aanhanger van het onderscheid tussen lichaam en ziel.’
Zeven hoofdzonden. Waarom mensen niet deugen
Guy Leschziner
vert. Vanja Walsmit
Nieuwezijds
325 blz.
€ 26,99

