Home Niet-westerse filosofie Maak werk van een levensweg
Niet-westerse filosofie

Maak werk van een levensweg

Door Michel Dijkstra en Simone Bassie, Michel Dijkstra en Simone Bassie op 21 november 2017

Maak werk van een levensweg
Cover van 12-2017
12-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Volgens de wijsheid uit de beroemde Daodejing is het essentieel om in te zien dat de menselijke rede zijn grenzen heeft.

Over de Daodejing (Het boek van de Weg en de Deugd) wordt vaak beweerd dat het na de Bijbel het meest vertaalde boek ter wereld is. Chinese aanhangers van de taoïstische filosofie uit dit geschrift voegen er graag glimlachend aan toe dat de Bijbel gesubsidieerd wordt, terwijl de Daodejing zichzelf verspreidt. Hoe dit ook zij, de basistekst van het taoïsme wordt al meer dan tweeduizend jaar gelezen en becommentarieerd. Wellicht heeft deze aantrekkingskracht te maken met het mysterieuze karakter van de dichtbundel en zijn auteur: Lao Zi. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Over Lao Zi (‘Oude Meester’), die traditioneel in de zesde eeuw voor Christus wordt gedateerd, is bijzonder weinig bekend. Een antieke biograaf meldt dat de filosoof zich erop toelegde om ‘verborgen te blijven’. De naam Lao Zi betekent overigens niet alleen ‘Oude Meester’, maar ook ‘Oud Kind’. Volgens een mythe werd hij namelijk als grijsaard geboren en stierf hij als een zuigeling. 

Deze twee elementen uit de traditionele verhalen rondom Lao Zi zijn meer dan schilderachtige verzinsels. Werken vanuit het verborgene en terugkeren tot de open geest van het kind zijn twee belangrijke concepten uit de Daodejing. Het eerste, beroemde vers uit deze dichtbundel begint met de opmerking dat het menselijk intellect Dao (letterlijk ‘de Weg’ of de bron van het universum) nooit kan kennen. De oorsprong van alles is een mysterie dat wordt aangeduid als ondoordringbaar ‘diepe duisternis’. Lao Zi stelt dat het erg belangrijk is om je te realiseren dat de menselijke rede zijn grenzen heeft. Anders wordt de mens arrogant en denkt hij alles in zijn greep te kunnen krijgen, hetgeen vroeg of laat tot zijn eigen ondergang leidt. Daarom ‘is wat we niet weten belangrijker dan wat we wel weten’, zoals een van Lao Zi’s raadselachtige uitspraken luidt. 

In tegenstelling tot monotheïstische visies op het ontstaan van het universum zegt Lao Zi nergens dat de Weg een scheppende God is die over zijn voortbrengselen wil heersen. Integendeel, Dao werkt vanuit het verborgene en schenkt alles onbaatzuchtig de ruimte voor zelfontplooiing. De mens die het hoogste levensgeluk wil bereiken, kan proberen zich af te stemmen op de Weg. Hij kan zich oefenen in het ‘niet storend ingrijpen’ (wu wei) in processen. Zo iemand ontwikkelt een steeds grotere openheid voor elke situatie waarin hij zich bevindt. In plaats van zijn wil aan mensen, dieren en objecten (de Chinezen spreken over ‘de tienduizend dingen’) op te leggen, beweegt hij mee met elk proces en bereikt zo spelenderwijs zijn doel. Zo iemand is in zijn hart weer onbevangen als een kind.

‘Wie werk maakt van leefregels krijgt er dagelijks meer. Wie werk maakt van een levensweg houdt dagelijks minder, minder en nog minderend tot niet-bemoeiens toe. Niets valt buiten niet-bemoeiens macht.’

Daodejing, vers 48

Levensweg (dao)

Wie de Weg wil volgen, houdt zich er niet mee bezig zijn geest te vullen met leefregels. In plaats daarvan legt hij zich toe op afleren. Hij probeert stukje bij beetje los te komen van alle conventies, opvattingen en vaste gedragspatronen die hem door de maatschappij zijn aangeleerd. Zo keert de mens terug tot zijn oorspronkelijke en ongekunstelde aard. Als iedereen in de maatschappij via het afleren van leefregels zijn authentieke karakter realiseert, zal er spontaan orde ontstaan. 

Leefregels (xue)

Een goede manier om de taoïstische filosofie te begrijpen is door ze te vergelijken met het confucianisme. ‘Leefregels’ of ‘studie’ is een centraal begrip uit het denken van Confucius. Volgens deze betovergrootvader van het Chinese denken kan de mens zich door studie van teksten uit de Oudheid moreel vervolmaken.  Volgens Lao Zi leidt het aanleren van leefregels via studie alleen maar tot een verzwaring van de geest. Als je niet meer kunt loslaten wat je geleerd hebt, is het onmogelijk om open en spontaan in het leven te staan. 

Niet-bemoeien (wu wei)

Wu wei (letterlijk ‘niet-doen’) is in de Daodejing in de eerste plaats een eigenschap van een excellente vorst. Over hem ‘weten de onderdanen hoogstens dat hij bestaat’. Hij treedt dan ook niet op de voorgrond, maar probeert zijn volgelingen zoveel mogelijk de ruimte te geven om zichzelf te ontwikkelen. In moderne termen kun je zeggen dat de taoïstische heerser het proces van de maatschappij bewaakt en geen top-down politiek voert. 

Macht (de)

De (‘macht’, ‘kracht’ of ‘deugd’) heeft een paradoxaal karakter. De grootste macht of kracht is namelijk die van ‘het zachte’. Lao Zi illustreert deze opvatting met het beeld van een waterdruppel die na verloop van tijd een rots splijt. De ‘kracht’ van Dao werkt als water: alles wordt erdoor gevoed en tegelijkertijd kan het dijken doorbreken. Bovendien kent de deugd van de Weg geen voor- en afkeuren. Als water stroomt zij ‘naar de laagste plaatsen, ook die door iedereen worden veracht’.