Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 7/2021

Luisteren

Miriam Rasch

Laat ik beginnen met een liefdesverklaring.

Ik hou van het internet, hoe het zoveel mensen die voorheen niet gehoord werden een stem heeft gegeven; ik hou ervan ondanks het gekrakeel – en gekrakeel is vriendelijk uitgedrukt voor de scheldpartijen en bedreigingen die er aan de orde van de dag zijn. Net als op huisfeestjes en borrels nemen de stemmen almaar in volume toe, totdat de ander alleen nog kan knikken ter bevestiging van wat hij niet verstaat.

De vraag is niet alleen wie een stem krijgt, maar ook naar wie geluisterd wordt, aldus Gayatri Spivak. Ik zou best wat beter willen leren luisteren. Mijn oren zijn snel afgeleid, het lukt me nauwelijks om een podcast te volgen of bij te blijven in een online vergadering.
Als je eenmaal goed oplet, blijkt luisteren overal te zijn. Er wordt geluisterd naar inheemse volkeren, naar het lichaam en de Noordzee; er zijn coaches, cursussen en methodologieën voor. Er worstelen blijkbaar meer mensen mee.

Geluid komt gestript van ruis en context binnen via onze ‘oortjes’

Luisteren is dan ook anachronistisch. Het is niet meetbaar, kan niet in beeld worden gebracht of gedeeld op sociale media. Het kost tijd en aandacht. Eva Meijer haalt in een column accordeonist Pauline Oliveros aan, die een jaar lang naar de A luisterde, de actiegroep Ambassade van de Noordzee neemt zelfs vier jaar de tijd om naar de zee te luisteren. Dit luisteren is als een uitgeworpen anker naar de wereld, een open deur die het vreemde uitnodigt binnen te komen. Als een reis, kortom. Gek genoeg, ontdekte ik, moet je er met al je zintuigen bij zijn, wil je écht luisteren. Zo beschrijft Virginia Woolf hoe de innerlijke stem niet kan opklinken zonder het heen en weer bewegen van een zoutvaatje over het tafelkleed en het geroezemoes van andere gasten op de achtergrond.

In de digitale wereld wordt daarentegen alles, dus ook de zintuigen, individueel getarget. Geluid komt, gestript van ruis en context, los van lichaam en locatie, direct binnen via onze ‘oortjes’. Terwijl enig gekrakeel juist een vereiste lijkt bij goed luisteren. Woolf: ‘But now listen; tick, tick; hoot, hoot; the world has hailed us back to it.’

De wereld nodigt ons, vreemden, binnen. Laten we beginnen met een liefdesverklaring.