Home Reizen Het pakken van je koffer dwingt tot bezinning
Reizen

Het pakken van je koffer dwingt tot bezinning

Door Wilhelm Schmid op 26 maart 2013

06-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

Geen autoriteit, geen dominee of politieke partij zal ons nog vertellen hoe we moeten leven; de moderne mens moet zichzelf zien te redden. De Berlijnse denker Wilhelm Schmid bespreekt deze condition humaine.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Bij het pakken van je koffer draait het, net als in de filosofie, om de vraag: wat is echt belangrijk, wat is wezenlijk? Zo ordent je jezelf, terwijl je de dingen ordent. Een goede oefening.
 
Eindelijk is het zover: u mag uw koffers pakken! Toch is dit moment alleen zo van belofte vervuld omdat nu de vakantie aanbreekt: de vakantie is een droom, maar koffers pakken is een nachtmerrie. Zoals zo vaak in het leven gaan de lusten gepaard met lasten. Daar moet u nu even doorheen. Misschien valt het u lichter als u tegen zichzelf zegt dat koffers pakken eigenlijk een verfijnde, filosofische aangelegenheid is. Bovendien gaat het daarbij niet om zomaar iets: het gaat om uw leven, het gaat om uzelf. Koffers pakken dwingt u tot bezinning over uzelf.

Net als in de filosofie draait het om de vraag: Wat is echt belangrijk, wat is wezenlijk? Zo ordent u úzelf, terwijl u de dingen ordent; een goede oefening waarvoor zich nu de gelegenheid aandient. Een tandenborstel dus, dat spreekt vanzelf. Maar dan? Het ondergoed – het lekker zittende of het pikante? Je weet immers nooit als je op vakantie bent… De kleren: welke zijn eigenlijk echt mooi? Welk overhemd, welke jurk? Het beste kunt u een paar varianten meenemen. En wat zou u straks graag willen doen, van al die dingen waar u normaal nooit aan toekomt? Spelletjes doen met de kinderen, dus pakt u er daar maar twee of drie van in. En beslist ook weer eens een boek lezen, maar welk? U komt er totaal niet uit, dus neemt u die vier of vijf boeken mee waar uw voorkeur het meest naar uitgaat.

Het is ook beslist nodig weer eens wat aan sport doen, dus moet ook die uitrusting mee die u jaren geleden ooit hebt aangeschaft. U begint zichzelf dingen af te vragen. Heb ik dat wel echt nodig? In uw binnenste wikt en weegt u de argumenten voor en tegen, het wordt bijna een kwelling. Wat wilt u achterlaten? De nare ervaringen van de laatste tijd, een of ander conflict, de eigen onverdraagzaamheid. En het wordt u eveneens duidelijk welke dromen mee op reis moeten, want al die moeite mag natuurlijk niet tevergeefs zijn.
 
Op deze manier ontwikkelt zich een waardevol innerlijk gesprek. Door deze zelfbezinning neemt u afstand van uzelf zodat u zich van buitenaf kunt bekijken; deze afstand stelt in staat tot een voelen en overdenken van de dingen die voor u belangrijk of onbelangrijk, mooi en begerenswaard of lelijk en afkeurenswaard worden gehouden. Het is een demontage van het zelf om je op een nieuwe manier te kunnen samenvoegen, een bewustwording van datgene wat je eigen en wat je vreemd is, van sterke en zwakke punten, kundes en onkundes, vermogens en onvermogens, van zekerheden en onzekerheden, van tegenstrijdigheden en angsten, voorliefdes en afkeuren, gebeurtenissen en gewoonten, narigheden en misverstanden, van de grenzen van het zelf en mogelijke of onmogelijke overschrijdingen daarvan.

Zeven hoekpunten
Welnu, alleen wat bepalend voor uw kern is, moet mee in de koffer; wat perifeer is, kan thuisblijven. Er zijn, vanwege de overzichtelijkheid, slechts zo’n zeven hoekspunten die deze kern bepalen en die in de zelfbezinning opnieuw zijn overdacht. Ten eerste die liefdes- en vriendschapsbanden die voor u het belangrijkst zijn. Ten tweede die ervaringen, klein in aantal, die u wilt meenemen en die een vast bestanddeel van uzelf moeten blijven. Ten derde het idee, de droom, het geloof, de bijzondere weg en wellicht het onderkende doel van het leven; het verlangen, dat voor uw zelf al bijna voldoende leeftocht vormt. Ten vierde de specifieke waarden die u bijzonder na aan het hart liggen. Ten vijfde de specifieke karaktertrekken die u wilt onderhouden en koesteren. Ten zesde ook de welbepaalde angst, de verwonding, het trauma waardoor u zich in de kern definieert. Ten zevende het Schone, dat voor u als richtpunt dient. Hoe het individueel en inhoudelijk ook wordt gedefinieerd, algemeen en formeel kan het ‘Schone’ beschouwd worden als het begerenswaardige, als datgene waartegen u in een bepaald of in elk opzicht ‘ja’ kunt zeggen, ook als dat betrekking heeft op de eigen persoon. Schoon is een bepaalde betekenis, een werk, een hartstocht, een verdriet, een gedachte – alles wat u neemt zoals het is en wat daarmee tot levensbron wordt, tot een kracht die het mogelijk maakt om moeiteloos grote problemen te overwinnen. U ziet het, je koffers pakken is daadwerkelijk een oefening op de weg naar de zelf-kern, om je eigen hoekpunten op volstrekt praktische wijze voor te stellen, om je ze bewust te worden, bewust tot een definitie van ze te komen en ze zo nodig te wijzigen.

Verdringing
Zo worden hoeken en zijden gevormd, herkenbaarheid en onverwisselbaarheid. Ambivalenties en polyvalenties, fragmenten en tegenstrijdigheden hebben alle een plek in de koffer, of beter gezegd, in de zelf-kern. Uw zelf kan ook een divergentie omvatten, die zich als zodanig toont en wordt erkend, zodat u daarmee een opgehelderde en welomschreven verhouding onderhoudt. Aldus ontstaat een kernachtig zelf. Niet alles in het zelf hoeft ‘bij elkaar te passen’, het is slechts nodig zich ook tot wat ‘niet past’ te leren verhouden, opdat men daardoor niet onverhoeds door twijfel bekropen wordt en een totale innerlijke verscheurdheid voelt. Op de lange duur is alleen de innerlijke burgeroorlog onleefbaar. Zelfs een ‘verdringing’ kan een aspect van coherentie zijn, namelijk als de mogelijke problemen die daaruit voortvloeien op de koop toe worden genomen. Men moet zich haar dan wel als verdringing bewust zijn: iets in zichzelf (of in de koffer) wegstoppen, maar weten waar en waarom. Tot de betrekkingen in de zelf-kern behoren verder de invloeden waardoor u zich wilt laten bepalen of waartegen u zich juist wapent, van de kant van een ander mens, of ook van een godsdienst of wetenschap. Een idee kan het ‘levensthema’ zijn, een droom de levensdroom die u wilt nastreven, een waarde het uitgangspunt of de leefregel waaraan u zich wilt houden. De belangrijkste hulpbronnen worden verankerd in de kern: alle krachten van de fascinatie, affirmatie maar ook negatie waardoor u in staat bent te leven en waarop u altijd kunt terugvallen.

Naast een definitie van de kern is ook een bepaling van de periferie van het zelf nodig. Perifeer zijn vluchtige ontmoetingen en dagelijkse beslommeringen: deze ‘schampen’ het zelf, zonder de kern te beroeren. ‘Kandidaten’ voor de kern kunnen in de periferie worden beproefd voordat ze zich naar het innerlijk begeven. Op toenemende afstand van de kern krijgen wisselende betrekkingen en meningen, mooie dingen, modes en haarkleuren een plek: u definieert zich niet via hen, maar probeert sommige ervan uit en stelt zich voor vele open. In uw kern kunt u standvastig en onverzettelijk, in de periferie variabel en flexibel zijn. Zo ontstaat geleidelijk een innerlijke configuratie van gedachten, gevoelens, betrekkingen, houdingen en gedragswijzen, totdat zich een uitgebalanceerd zelf vormt – een zelf dat in lichamelijk, psychisch en geestelijk opzicht een welomschreven verhouding tot zichzelf onderhoudt en daarom ook in staat is tot welomschreven verhoudingen met anderen. Is dit het ‘authentieke’ zelf? Een zelf dat ‘congruent’ is? Komen we zo tot ‘zelfverwerkelijking’?  Maar zelfvorming betekent niet dat we een verborgen en waar zelf aan het licht brengen, dus ook niet dat we daarmee overeen moeten stemmen en al helemaal niet het onvoorwaardelijk ‘uitleven’ ervan tot uiteindelijk slechts de brokstukken van onszelf en de betrekkingen met anderen resteren.

Bent u nu klaar met koffers pakken? Het eindigt zoals het in de filosofie altijd eindigt: je pakt alles in waarvoor je ook maar een plekje kunt vinden, dus teveel. Dan roep je om hulp. De een gaat erop zitten en de ander trekt met hangen en wurgen de ritssluiting dicht. Het geheel ziet er nu een beetje bol uit, maar het is toch maar mooi ingepakt. De koffer dicht en alle vragen open. We kunnen vertrekken. Goede reis!
           
Wilhelm Schmid is filosoof. Hij woont in Berlijn. In Nederland is van hem verschenen Filosofie van de levenskunst. Inleiding in het mooie leven, uitg.Ambo/Anthos, Amsterdam 2001. Homepage: www.lebenskunstphilosophie.de
 
Vertaald uit het Duits door Ruud van de Plassche