Home Gods eigen land

Gods eigen land

Door Ralf Bodelier op 26 maart 2013

06-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

De Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington is pessimistisch over de toekomst van de Amerikaanse natie. Daarom gaat hij in zijn nieuwste boek op zoek naar de nationale kern van zijn land.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Tot 10 september 2001 was een van de interessantste debatten uit de jaren negentig nog onbeslist. Wie had er gelijk: Francis Fukuyama of Samuel Huntington? Fukuyama stond met zijn Einde van de geschiedenis uit 1992 voor een onversneden optimisme. De hele wereld zou uiteindelijk kiezen voor de liberale democratie. Huntington daarentegen belichaamde in zijn Botsende beschavingen uit 1997 een even onversneden pessimisme. De wereldgemeenschap stevende af op een felle strijd tussen de verschillende beschavingen. Met de aanslagen van 11 september leek het pleit beslecht. Huntington had gewonnen.

Toen was er de neoconservatieve revolutie. De regering Bush reisde met tanks en bommen af naar Afghanistan en Irak om Fukuyama’s liberale democratie een handje te helpen. Helaas liep de situatie uit de hand en lijkt het pleit toch weer beslecht in het voordeel van Huntington.

Deze zomer verschijnt van beide denkers een nieuw boek, door de internetwinkel Amazon alvast aangeboden als packagedeal. De nieuwe Fukuyama heet State-Building: Governance and World Order in the 21st Century. De verse Huntington is al vertaald en wel onder de titel Wie zijn we? Over de Amerikaanse identiteit.

Beide boeken zijn weer aan elkaar gewaagd. Zowel Fukuyama als Huntington buigen zich over het belang van de natiestaat. Fukuyama richt zich daarbij op zwakke of falende staten zonder krachtige overheid in met name de Derde Wereld. Die zijn volgens hem de hoofdoorzaak van de belangrijkste problemen van dit moment. Zwakke staten leiden tot armoede, tot een explosie van aids, tot de productie, handel en het gebruik van drugs en uiteindelijk tot terrorisme. De uitdaging voor de komende decennia is nu hoe we deze zwakke staten weer aan een daadkrachtige overheid kunnen helpen. Want, zo schreef Fukuyama onlangs in een voorbeschouwing voor het tijdschrift The Atlantic Monthly, de wereldwijde vestiging van liberale democratieën, is geen natuurlijk proces. Soms moet je het einde van de geschiedenis een zetje geven. En state-building is zo’n zetje.
Nu is Fukuyama’s state-building geen nation-building. Een staat bouw je door staatsinstellingen neer te zetten als een leger, een politiemacht, een belastingdienst, een onderwijssysteem, of een centrale bank. Een natie daarentegen valt maar amper te bouwen. Een natie is het gevolg van een langdurig proces waarin groepen en individuen sociale, culturele en historische banden smeden.

Uiteenvallen

Op dit punt komt Huntington binnen. Het is de verzwakking van dergelijke banden in één land, die hem zorgen baart. En dat land is Amerika. De Verenigde Staten worden volgens de politicoloog zelfs levensgevaarlijk bedreigd. En wel door ontwikkelingen als het multiculturalisme, het kosmopolitisch denken van de elite, de verdrukking van het gemeenschappelijke Engels door het Spaans en de immense toestroom van immigranten uit Latijns-Amerika. Deze ontwikkeling begon al in de jaren zestig en raakte sinds het einde van de Koude Oorlog in een stroomversnelling.

In Wie zijn wij? onderneemt Huntington nu een bijzonder indrukwekkende zoektocht naar de kern van de Amerikaanse natie. Een kern die, hoe kan het ook anders, in de nabije toekomst sterk moet worden benadrukt om de Verenigde Staten voor uiteenvallen te behoeden. En die kern vindt hij uiteindelijk in het protestants-religieuze karakter van Amerika. Dit christendom is de basis waarop de Amerikaanse beschaving, met haar credo van vrijheid en democratie, is gebouwd.

Deze uitkomst van Huntingtons zoektocht is bijzonder opmerkelijk. Want tegelijk mét zijn pessimisme over de teloorgang van de Verenigde Staten, benadrukt hij optimistisch de wereldwijde revival van de religie. Een revival die zich met name in de Verenigde Staten voltrekt. Onder Amerikanen vindt maar amper ontkerkelijking plaats. Zij geloven steeds meer in God, de bijbel en het hiernamaals. Zelfs de scheidsmuur tussen kerk en staat wordt langzaam maar zeker afgebroken, schrijft Huntington instemmend. Deze goedkeuring is vreemd. Want wanneer zijn analyse klopt, en het Amerika van de eenentwintigste eeuw religieuzer dan ooit zal zijn, is er voor zijn pessimisme weinig reden. Dan wacht dit Amerika een bloeiende toekomst.

Wie zijn wij? Over de Amerikaanse identiteit, door Samuel P. Huntington, uitg. Ambo/Anthos, Amsterdam 2004, 416 blz., € 26,95
State-Building. Governance and World Order in the 21st Century, door Francis Fukuyama, Cornell University Press, Ithaca 2004, 160 blz., € 22,50