Home De stad Georg Simmel en Kaapverdiaanse muziek onthullen de absurditeit van de moderne stad
De stad

Georg Simmel en Kaapverdiaanse muziek onthullen de absurditeit van de moderne stad

‘Wat ik zo verbazingwekkend vond is dat het een kilometer van mijn huis af plaatsvond, en dat het me compleet was ontgaan.’ Socioloog Pauwke Berkers vertelt wat Georg Simmel en Kaapverdiaanse muziek onthullen over de absurditeit van de moderne stad.

Door Claudia Galgau op 28 mei 2018

Georg Simmel en Kaapverdiaanse muziek onthullen de absurditeit van de moderne stad
Cover van 06-2018
06-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Wanneer ik ’s ochtends in de trein richting het interview met Pauwke Berkers rijd, heb ik mijn oordopjes in en luister ik herhaaldelijk naar de enige vijf liedjes die ik zonder internet op mijn telefoon heb staan. Een uur lang hoef ik daardoor niet in de echte wereld op te letten, maar kan ik in mezelf verzonken snoozen. Aangekomen in Rotterdam typ ik onze afgesproken locatie – Het Lokaal – in op Google Maps en ga ik – oordopjes nog in – op weg. Na tien minuten vertelt Google me dat ik de juiste plek heb bereikt, maar zie ik om me heen alleen een moskee, een slagerij en een basisschool. Ik google opnieuw en vind zo een nieuwe locatie, die ook Het Lokaal heet. Tijdens het teruglopen vraag ik me af of ik mijn muziek af moet zetten, omdat te veel van de wereld, van de stad, me zo muziek-luisterend ontgaat.

Kort nadat ik het juiste Lokaal heb betreden, haalt socioloog Pauwke Berkers een stapel boeken van de denker Georg Simmel uit zijn tas. Berkers geeft college aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, is betrokken bij de Rotterdamse Raad van Kunst en Cultuur en schrijft over de relatie tussen muziek, gender- en etnische identeit.

‘Ik wil je vertellen over een concert waar ik een maand geleden ben geweest met een vriend’, zegt Berkers. ‘Het was Kaapverdiaanse muziek in Club Empire. Die club is precies een kilometer van mijn huis af, maar toch ben ik er in al die jaren dat ik er heb gewoond nog nooit geweest. Het is intrigerend hoe in een stad geografische nabijheid samen kan gaan met culturele verwijdering.

In Club Empire speelde een aantal acts Kotxi Pó. Dat bleek een versnelde variant van het Kaapverdiaanse muziekgenre funaná te zijn, wat een soort accordeonmuziek is. We kwamen om een uur ’s nachts in Club Empire aan, maar twee uur lang gebeurde er helemaal niks – de hele zaal was leeg. Pas om drie uur begon het vol te lopen. Het was opvallend dat mijn twee vrienden en ik de enige drie witte mensen waren; verder zagen we zo’n 250 Kaapverdiaanse, Surinaamse en Antilliaanse mensen. De band zelf begon pas om halfvijf met spelen, en toen ging het helemaal los. Wat ik zo verrassend vond, is dat dit duizend meter van mijn huis af gebeurde, maar dat het me al jaren volkomen was ontgaan. Over die vervreemding van de ruimte om je heen gaat Simmels essay De metropool en het mentale leven uit 1903. Daarin omschrijft hij wat het leven in een grote stad doet met de mens.’

Wat gebeurt er volgens Simmel met de mens als hij in een stad leeft?
‘Simmel schrijft in zijn essay hoe sociale relaties veranderen in een stad. “Der Mensch ist ein Unterschiedswesen”, zegt hij. We zijn gemaakt om onderscheid aan te brengen. We proberen dingen wel of niet waar te nemen, en mensen in groepen in te delen. Vaak zie je dat mensen die uit een dorp naar de stad komen nog de neiging hebben om iedereen op straat te groeten. Maar juist omdat de mens zo’n Unterschiedswesen is, moet je jezelf daar in een stad tegen beschermen, omdat je anders te veel prikkels ervaart.

Simmel beschrijft twee manieren waarop je je als mens kunt afschermen. De eerste manier is door je relaties te rationaliseren: je wilt voorkomen dat je overal emotioneel betrokken bij raakt, en probeert mensen te reduceren tot hun functie. Je ziet iemand dan niet als medemens, maar als “jouw baas” of als “de kassaverkoper”. Een tweede manier is door een psychologische cocon om je heen te bouwen. In een drukke trein probeer je je terug te trekken en onverschillig te worden voor al die impulsen van buitenaf. Simmel zelf heeft het vooral over het terugtrekken van een individu. Maar tijdens het concert realiseerde ik me dat dit terugtrekken zich niet alleen op individueel, maar ook op collectief niveau afspeelt. En terwijl je in Simmels tijd tenminste nog zelf door de stad liep, bepalen sociale media nu voor een deel wat je ziet en welke groepen je tegenkomt. Op basis van mijn data zouden sociale media mij nooit dat Kotxi Pó-concert aanbevelen.’

Ik denk terug aan mijn reis van die ochtend en hoe ik blind vertrouwde op de locatie die Google Maps voor mij had gevonden. Toch voelt het vaak niet alsof ik iets misloop als ik op online algoritmes vertrouw – we moeten immers altijd keuzes maken.

Maar is het dan zo erg dat we niet alles kunnen en willen ontdekken?
‘Misschien niet, maar als je zelf door een stad loopt is er tenminste nog iets als serendipity, de toevallige ontdekkingen van de flaneur. Dat heb je nu met internet minder. Met Simmel in de hand zie je dan hoeveel blinde vlekken we hebben. “De stad als podium” was een tijdlang Rotterdams motto. Maar wie mag er dan op dat podium staan?’

Meer lezen over technologie? Bestel nu de speciale uitgave Technologie. De kunstmatige natuur van de mens.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.