Home Fik Meijer over oerhelden

Fik Meijer over oerhelden

Door Anton de Wit op 07 december 2011

Cover van 10-2011
10-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

De eerste held was de krijgsheld, die vocht uit puur eigenbelang. Pas daarna, vertelt historicus Fik Meijer, was er ruimte voor de morele held, de politieke held en de held van de geest.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Begin september was ik in China, in het kader van de boekenbeurs in Peking’, zo vertelt historicus Fik Meijer. ‘Een fascinerend land; werkelijk alles is er anders dan hier. Ik ben toen op excursie geweest naar het graf van Mao Zedong. Dat perkamenten gezicht van Mao deed me niet veel; daar werden we in een razendsnel tempo in processie langs geleid. Maar na afloop heb ik nog anderhalf uur op een bankje gezeten om te kijken naar de enorme toeloop van mensen. Duizenden mensen, ook jongeren, kwamen daar om Mao te eren. En dat op een doodnormale zondagochtend, terwijl de man al meer dan dertig jaar dood is. Ik was daar erg van onder de indruk. Hier zien we Mao vooral als massamoordenaar. Ook de linkse voormannen die in de jaren zestig en zeventig met hem wegliepen zijn daar nu van teruggekomen. Maar in China wordt hij nog altijd als held vereerd.’

Dit voorbeeld illustreert een punt dat Fik Meijer eerder ook al maakte in zijn boek Bejubeld & verguisd. Helden en heldinnen in de oudheid: heldendom is toch altijd een kwestie van perspectief. Wie de held is en wie de schurk hangt in sterke mate af van wie het in een samenleving voor het zeggen hebben. Meijer: ‘Hannibal was de aartsvijand van Rome. Het vervelende voor Hannibal is dat bijna alles wat we over hem weten stamt uit Romeinse bronnen. Hem werden dus alle ondeugden toegedicht: hij was wreed, meedogenloos, leugenachtig, onbetrouwbaar. Voor de Carthagers was hij ongetwijfeld een held. Aan helden en aan vijanden kun je aflezen wat een samenleving goed en slecht vindt.’
De held is de spiegel van de maatschappelijke deugden; een geschiedenis van het heldendom is dus ook een geschiedenis van deugd en ondeugd. Door de eeuwen heen is daar een merkwaardige kentering in geweest, merkt Meijer op. ‘De vroegste maatschappijen waren krijgersmaatschappijen. Het slagveld was de eerste plaats waar mensen zich van anderen konden onderscheiden. Dus de eerste vorm van heldendom is die van de krijgsheld. In de oudste Griekse tijd waren alle helden homerische helden: krachtige halfgoden, die niet in groepen vochten, maar alleen, man tegen man. Daar is het begrip heros, held, dan ook echt bedacht. Wat opvalt is dat homerische helden niet vochten voor een groter goed of collectief belang. Ze vochten puur uit eigenbelang. Achilles, de oerheld, is iemand die vooral op faam uit is en in zijn tent gaat zitten mokken als hij zijn zin niet krijgt.’
Met het complexer worden van de samenlevingen ontstonden ook andere heldentypes dan de krijgsheld – zie ook het kader –, en belangrijker: het idee ontstond dat een held niet primair voor eigen doelen streed. ‘Die omslag zie je duidelijk bij Aeneas – althans, zoals hij later door de Romeinen werd beschreven. Aeneas wordt smoorverliefd op Dido, maar besluit haar toch te verlaten en naar Italië te reizen omdat Jupiter dat van hem wil. Hij offert zijn eigen geluk dus op voor het algemeen belang.’
 

Martelaar

‘Er zijn altijd deugden in een samenleving die het nastreven waard zijn. Dus er zullen altijd helden nodig blijven. Maar er kleven natuurlijk ook gevaren aan heldendom en heldenverering. Helden spiegelen ons gedrag voor dat niet in alle situaties het navolgen waard is. Kijk naar het martelaarschap. Aanvankelijk was een martelaar iemand die gemarteld en vermoord werd omdat hij vasthield aan zijn overtuiging. Die standvastigheid is zeker prijzenswaardig. Maar in het vroege christendom en recenter in de fundamentalistische islam heeft dat tot een cultuur geleid waarbij mensen de martelaarsdood actief gingen nastreven. Martelaarschap werd een soort heldenstatus in het hiernamaals, waarmee mensen hoopten dichter bij God te komen. In feite gaat er dan toch weer een streven naar persoonlijke roem achter schuil. Het is een vals heldendom.’
In een andere vorm maakt een dergelijk roemzuchtig heldendom ook dichter bij huis opgang, merkt Meijer op. ‘Ik zie in de politiek nu een enorme kaalslag, omdat politici zich met één of twee quotes, nauwelijks zinnen, een status proberen te verwerven. Dat vind ik buitengewoon jammer. Men onderscheidt zich niet meer zozeer met het oog op een hoger doel, maar puur om zichzelf te profileren. Ik denk niet alleen aan Wilders, maar dat is wel een duidelijke exponent daarvan. Het is een vorm van heldendom die teruggaat naar de egocentrische heros van de vroegste Oudheid. In militair opzicht heeft onze samenleving niets meer van het homerische Griekenland. Dat heeft Srebrenica ons ook wel duidelijk gemaakt; daar was het heldendom ver te zoeken, we gingen oorlog voeren van negen tot vijf. Maar in de politiek is de ijdele Achilles teruggekeerd.’
 

De krijgsheld

Oervoorbeelden: Achilles, Leonidas
Fik Meijer: ‘De krijgsheld is het oertype van de held en is van alle tijden. Hij zal ook nooit echt verdwijnen. Je zag het toen kapitein Marco Kroon de Willemsorde kreeg; in een gevaarlijke situatie had hij individuele heldenmoed getoond. Dapperheid, onverschrokkenheid, doodsverachting – dat zijn de drie kardinale deugden voor de krijgsheld. En van oudsher is hij een individualist. In de vroegste Oudheid was oorlog een zaak van eenzame strijders. De enigen die vochten waren mannen die hun wapens zelf konden betalen, dus mensen uit de elite. Macht op het slagveld leidde tot macht in de politiek.’
 

De verzetsheld

Oervoorbeelden: Vercingetorix, Arminius, Boudicca
Meijer: ‘Opstandelingen spreken altijd tot de verbeelding. Zij verzetten zich tegen een corrupt systeem, strijden voor rechtvaardigheid. Mits we zelf niet tot dat systeem behoren, zullen we ze snel sympathiek vinden. Daarom hebben we het nu bijvoorbeeld over de “helden van de Arabische revolutie”. Toch moeten we er voorzichtig mee zijn, vind ik. Zo weet nog niemand wat die Arabische revolutie precies zal brengen. We kunnen alleen maar hopen dat het een verbetering zal zijn. De helden van vandaag zijn ook vaak de dictators van morgen. Kijk naar Castro, naar Mugabe, en ook naar de nu verdreven Mubarak.’

De morele held
Oervoorbeelden: Lucretia, Cato Uticensis
Meijer: ‘Eerder dit jaar las ik een bericht dat grote indruk op me maakte, over de Iraanse vrouw Ameneh Bahrami. Een man die verliefd op haar was maar door haar was afgewezen, had zoutzuur in haar gezicht gespoten, waardoor zij verminkt en blind was. Ze had een proces aangespannen om hem hetzelfde lot te doen ondergaan. Hij werd inderdaad veroordeeld, en zij mocht hem een pipetje zuur in de ogen spuiten. Op het laatste moment besloot ze het vonnis niet uit te voeren en hem het licht in de ogen te laten. Dat vond ik getuigen van morele heldenmoed. Op het kritieke moment deed zij het juiste, terwijl haar leven toch verruïneerd is. Zij handelde werkelijk naar het bijbelse gezegde “Gij zult geen kwaad met kwaad vergelden”.’

De anonieme held
Oervoorbeelden: de onbekende Joodse strijders van Masada
Meijer: ‘Een held hoeft niet de beste vechter of hardste schreeuwer te zijn. Soms tonen helden zich juist in de luwte. Terwijl de Grote Drie van de Nederlandse literatuur – Reve, Hermans, Mulisch – luidruchtig aan de weg timmerden, creëerde de onlangs overleden Hella Haasse in alle stilte een prachtig oeuvre. Zij was bescheiden, hartelijk – een van de grootste schrijvers die Nederland voortgebracht heeft. Maar mede door haar bescheiden gedrag hoort zij niet bij de Grote Drie. Haar bescheidenheid zou in onze samenleving toch als deugd gekoesterd mogen worden. Zulke mensen verdienen ook een heldenstatus.’

De politieke held
Oervoorbeelden: Solon, Pericles
Meijer: ‘In de jaren zeventig, toen de politiek in ons land nog veel geprofileerder was, adoreerde rechts Nederland Wiegel en links Nederland Den Uyl. Die werden op een voetstuk geplaatst. Politiek heldendom hangt altijd sterk samen met de groep waartoe je zelf behoort. En er is niets zo plooibaar en vergankelijk als de vox populi. Net na de moord op Pim Fortuyn werden er verkiezingen gehouden voor de “grootste Nederlander aller tijden”. Fortuyn kwam als winnaar uit de bus. Als er nu gestemd zou worden zou hij vermoedelijk niet eens meer in de top-10 voorkomen.’

De held van de geest
Oervoorbeelden: Archimedes, Aristoteles
Meijer: ‘Helden van de geest zijn mensen die op vele wetenschapsterreinen actief waren, die verbindingen konden leggen, maar die zich ook in een meer praktisch opzicht nuttig konden maken. Meer dan om zijn filosofische bespiegelingen werd Archimedes op handen gedragen omdat hij een belegeringswerktuig had uitgevonden. En Aristoteles verdiende ook zijn sporen als leermeester van Alexander de Grote. Praktische toepasbaarheid is dus belangrijk voor helden voor de geest. Een modern voorbeeld kan Steve Jobs zijn, die behalve creatief vooral ook pragmatisch was.’

De sportheld
Oervoorbeelden: Milo van Croton, Cleomedes, Diocles
Meijer: ‘Alle andere archetypische helden veranderen de samenleving of zelfs de geschiedenis. Dat kun je van sporthelden nauwelijks zeggen. Over hun nut valt te twisten. Des te opvallender is dat dit type held vandaag de dag veel meer vereerd wordt dan in de klassieke Oudheid. Denk aan de status van mensen als Roger Federer, Tiger Woods, Johan Cruyff. Die laatste kan de grootste onzin verkopen, maar men slikt het als zoete koek omdat hij als voetballer naam heeft gemaakt.’

De gevallen held
Oervoorbeelden: Alcibiades, Catilina
Meijer: ‘Mensen die als held vereerd worden, kunnen des te dieper vallen. Met name in de politiek zie je dat vaak. Denk aan Aantjes, toen het nog altijd niet helemaal opgehelderde verhaal de ronde ging doen dat hij in de oorlog bij de SS was geweest. In één keer is het afgelopen, val je van je voetstuk. Dat mechanisme maakt deel uit van het politieke spel – in de voorverkiezingen voor het presidentschap in de VS zie je nu al dat het zwartmaken van opponenten weer begonnen is. Dat heeft antieke wortels; in Athene bestond het zogeheten schervengericht, dat politici volop misbruikten om tegenstanders te laten verbannen.’

Bejubeld & verguisd. Helden en heldinnen in de oudheid
Fik Meijer
(Athenaeum-Polak & Van Gennep)
391 blz. / € 12,50