Home Politiek ‘Een mensbeeld is geen essentie’

‘Een mensbeeld is geen essentie’

De overheid moet zijn mensbeeld aanpassen, zegt de Nationale ombudsman. Maar hoe doe je dat? En wat is een mensbeeld eigenlijk?

Door Jonathan Janssen op 24 oktober 2022

mens man profiel donker beeld Ben Sweet

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De overheid gaat uit van een verkeerd mensbeeld, zei Nationale ombudsman Reinier van Zutphen op Wereldarmoededag. De wetten en regels die de overheid opstelt, zijn nog te veel gefundeerd op het beeld van de mens als frauderende burger. ‘De overheid is van het beeld van een frauderende burger gegaan naar een overheid die burgers het voordeel van de twijfel geeft. Dan is er in feite niks veranderd. Dat is geen ander mensbeeld.’

Van Zutphen maakt hier een mooi filosofisch punt, vindt Annemie Halsema. Zij is bijzonder hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent filosofie aan de VU in Amsterdam. ‘De ombudsman pleit voor een andere manier van denken. Het is zinnig om hierover na te denken, voordat je nieuwe maatregelen gaat nemen die uitgaan van de mens als frauderend wezen.’

Wat is dat dan precies, zo’n mensbeeld? Zou de overheid die bewust opstellen voordat ze beleid gaat maken?
‘Mensbeelden zijn impliciete vooronderstellingen die in dit geval naar voren komen in beleid of wetgeving, het overheidshandelen. Het zijn geen essenties of metafysische fenomenen. Mensbeelden worden vaak essentialistisch opgevat en verbonden met bepaalde levensbeschouwelijke overtuigingen. Maar mensbeelden zijn vaak impliciet aanwezig in het handelen. Het is belangrijk je dat te realiseren. Je kan wel een mensbeeld uit het overheidsbeleid destilleren, maar het is niet zo dat de overheid handelt vanuit een vooropgesteld mensbeeld.’

Kun je zo’n mensbeeld dan wel zo makkelijk bijstellen, zoals de ombudsman nu voorstelt?
‘Als je constateert dat zo’n mensbeeld aan het beleid ten grondslag ligt, kun je er iets aan doen.’

Hoe pas je dat dan aan?
‘Door het beleid aan te passen, en je meer te richten op armoede. Door het als overheid bijvoorbeeld niet af te straffen als burgers met een bijstandsuitkering willen gaan samenwonen. Door burgers te ondersteunen als ze het financieel moeilijk hebben.’

Het beleid aanpassen is dus genoeg om je mensbeeld bij te stellen?
‘Het is meer dan alleen dat. Als je je realiseert dat je in je handelen steeds hetzelfde mensbeeld herhaalt, kun je ook je mensbeeld aanpassen. En dat nieuwe mensbeeld dan gebruiken als fundament van je handelen.’

Hannah Arendt, mijns inziens een van de grootste wijsgerig antropologen van de twintigste eeuw, schrijft in haar boek The Human Condition dat wij wezens zijn die onze eigen condities scheppen, maar dat die condities ons ook weer gaan conditioneren. In dit geval creëren we bepaalde mensbeelden, maar die bepalen ook weer ons handelen. De overheid creëert wetgeving waarin de mens naar voren komt als frauderend wezen. Dat beeld ligt dan vast, en dat beïnvloedt weer al het handelen dat daaruit voortkomt.’

‘Maar Arendt laat ook zien hoe veranderlijk die condities kunnen zijn. De ombudsman heeft gelijk dat we nu in een tijd leven waarin dat mensbeeld niet meer bij onze maatschappij aansluit. Dus is het tijd om dat mensbeeld aan te passen.’

De ombudsman geeft zelf geen expliciet alternatief mensbeeld voor de overheid. Hoe zou dat er volgens u uit kunnen zien?
‘Hij pleit voor een sociaal minimum dat voldoende is om van te leven en een overheid die burgers actief gaat opzoeken. Dat gaat meer uit van de mens als behoeftige burger die ondersteuning nodig heeft of een financieel kwetsbare burger die moeite heeft met bureaucratie. De mens als kwetsbare burger, dat is misschien wel een mooie. Ik weet alleen niet of de ombudsman het daar mee eens is.’