Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

dinsdag 21 juli 2020

De macht van het woord

Marnix Verplancke

Niet de pijl en boog maar taal is het ultieme overlevingsmiddel van de mens. En daar kunnen we ons maar beter bewust van zijn. Filosoof Marnix Verplancke bladert door twee belangrijke boeken over de macht van taal: Vuur, taal schoonheid, tijd en Taalkracht.

Zo’n twintigduizend jaar geleden ging de aarde door het putje van de laatste ijstijd. De Europees-Aziatische ijskap was op sommige plaatsen 3,5 kilometer dik en de zeespiegel lag tussen de 90 en 120 meter lager dan tegenwoordig. Doordat er zoveel water opgeslagen zat in ijs, regende het veel minder, ook in Australië, waar in korte tijd alle grote zoogdieren uitstierven, met uitzondering van de mens. De populatie daalde weliswaar met zestig procent, maar de Aboriginals overleefden. Zo goed zelfs dat ze tegen de zeventiende eeuw opnieuw met een miljoen waren, verspreid over driehonderd taalgroepen.

Verhalenmachines

Waarom overleefden die Aboriginals? Omdat ze, aldus de Britse wetenschapsjournaliste Gaia Vince, taal hadden. Ze vertelden verhalen en zongen over welke zaden de beste opbrengst hadden en hoe je een visnet moest maken. Mensen zijn verhalenmachines, schrijft ze in haar bijzonder vlotte, goed gedocumenteerde en overtuigende boek Vuur, taal, schoonheid, tijd. Wij zijn niet alleen het resultaat van een biologische evolutie, beweert ze in dat boek, maar ook van een culturele, die ze probeert te vatten onder de vier trefwoorden uit de titel van haar boek. Het vuur gaf ons energie, ons gevoel voor schoonheid zorgde voor cultuur, de tijd leidde naar wetenschap en techniek, en dankzij de taal werden we een gemeenschap.

Vince wijst er ook op dat wie de macht in handen heeft ook de taal bepaalt, en dus beslist wat er verteld wordt. Dat gold voor de Australische verhalenvertellers van twintigduizend jaar geleden net zo goed als voor ons in deze tijd. En we kunnen ons daar maar beter van bewust zijn.

Een vertoog

Taalkracht bevat twintig essays die illustreren hoe dit in zijn werk gaat, voorafgegaan door een inleidend artikel van de Vlaams hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe. Wat gezegd wordt behoort altijd tot een vertoog, toont hij – het negentiende-eeuwse religieuze bijvoorbeeld, of het vroegtwintigste-eeuwse koloniale. Hoe dat vertoog luidde, bepaalde de priester of de koloniale heerser. Ook vandaag de dag zijn er mensen die het vertoog bepalen. Wil je iets aan hun macht doen, dan moet je hun taal ondermijnen, geeft Verhaeghe ons als raad.

In Taalkracht komen vooral mensen uit de klinische sfeer aan het woord, die tonen hoe diagnoses mensen een houvast geven, maar hen ook opsluiten in een kwaal; hoe de patiënt cliënt is geworden en hoe de woordenschat van de economie alle andere is gaan overheersen. Maar het boek gaat ook over cultuur, over verborgen seksisme en racisme, en dat het goed is dat we daar gevoelig voor zijn. De auteurs van een essay over taalgebruik in de psychiatrie vatten Taalkracht mooi samen: ‘Wanneer de openheid voor complexiteit en beweging uit onze taal verdwijnt, verdwijnt deze ook snel uit ons denken, dan denken we onszelf dicht en doof.’


Vuur, taal, schoonheid, tijd
Gaia Vince
Atlas Contact
396 blz. | € 26,99


Taalkracht
Christien Brinkgreve, Eric Koenen en Sanne Bloemink (red.)
ISVW Uitgevers
172 blz. | € 17,50