Home Historisch profiel De geheime leer van Hermes Trismegistus
Historisch profiel

De geheime leer van Hermes Trismegistus

Door Simone Bassie en Michel Dijkstra op 24 april 2014

Cover van 05-2014
05-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Eeuwenlang werden hermetische traktaten bestudeerd als bron van diepe kennis. Het succes van een film als Harry Potter laat zien dat de mensheid nog lang niet klaar is met het zoeken naar de Steen der Wijzen.

In 1460 waren de intellectuelen van Florence, een van de grootste cultuurcentra uit de Renaissance, in rep en roer. De oorzaak: een Griekse tekst die werd toegeschreven aan de Egyptische geleerde Hermes Trismegistus, zogenaamd de eerste filosoof aller tijden. Cosimo de Medici, de puissant rijke bezitter van het handschrift, beval zijn hofdenker Marsilio Ficino om de tekst direct te vertalen. Hiertoe moest de filosoof een ander, zeker niet het minste project terzijde schuiven, namelijk de vertaling van de complete Plato uit het Grieks naar het Latijn. De Medici geloofde dan ook heilig dat Plato’s genialiteit overvleugeld werd door die van Hermes Trismegistus.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ficino’s vertaling van de mysterieuze tekst, die later als het Corpus Hermeticum bekend kwam te staan, had direct grote impact op het Florentijnse geestesleven. Eeuwenlang beleefde het boek herdruk na herdruk en werd het ijverig bestudeerd door de meest uiteenlopende figuren, zoals de renaissancemysticus Giordano Bruno en de natuurkundige Isaac Newton. Deze fascinatie voor Hermes’ geheime leer duurt voort tot de dag van vandaag. Zo verwijst Dan Brown in De Da Vinci Code naar dit gedachtegoed en beschikt Amsterdam over een reusachtige collectie gnostieke teksten: de Bibliotheca Philosophica Hermetica. Waarin schuilt de aantrekkingskracht van het hermetisme, dat uitblinkt in geheimzinnige uitspraken als ‘Een groot wonder is de mens!’, en: ‘Zoals beneden, zo ook boven’?

De Italiaanse renaissancedenkers meenden dat ze met de hermetische teksten de oudste filosofische en theologische gedachten van de mensheid in handen hadden. De schrijver van deze werken, Hermes Trismegistus, zou niemand minder zijn dan Thoth: de god van de wijsheid, die volgens de Egyptenaren aan de mensheid de cultuur, het schrift en de wetenschap had geschonken. De eretitel ‘Trismegistus’ (‘Driewerf Grootste’) benadrukt zijn verheven positie. Hij zou niet alleen de grootste filosoof, maar ook de grootste koning en priester zijn. Ficino meende dat Hermes zowel Plato als Mozes beïnvloed had. Op die manier vormde het denken van de Egyptische wijsgeer tegelijkertijd de bron van de Griekse filosofie en de christelijke theologie. Wie de hermetische teksten bestudeerde, verwierf dan ook de allerdiepste inzichten in de kosmos, de mens en God.

Opvallend aan het Corpus Hermeticum is de sterke mystieke inslag. Hermes Trismegistus benadrukt dan ook dat de ware wijsheid in een directe ervaring van het goddelijke ligt, die je niet kunt afdwingen door diep na te denken. Filosoferen betekent voor de hermeticus dan ook niet dat de mens moet proberen om zo wijs mogelijk te worden, maar dat hij de grenzen van de ratio dient te overschrijden. De bijzondere waarheid die hij dan vindt, wordt gnosis of ‘bevrijdende kennis’ genoemd.

Een fraai voorbeeld van een hermetische mystieke ervaring is te vinden in het traktaat Poimandres (Mensenherder). Een niet bij naam genoemde filosoof doet verslag van zijn ontmoeting met een geestelijk wezen. ‘Toen ik eens mediteerde over het Zijn, steeg mijn geest tot grote hoogte, terwijl mijn lichamelijke zintuigen vrijwel uitgeschakeld werden, zoals bij mensen die door slaap overmand zijn na een overvloedig maal of zware lichamelijke inspanningen.’ In die toestand wordt hij aangesproken door een geheimzinnige geestesverschijning, die zichzelf Poimandres noemt: ‘Wat wil je horen en zien, wat ben je van zins te leren kennen?’

De filosoof antwoordt dat hij de oorsprong van alles wil begrijpen en God wil leren kennen. Daarop transformeert Poimandres in een onbegrensd kosmisch schouwspel. De filosoof verzucht: ‘Alles was licht geworden, sereen en vriendelijk, en bij die aanblik werd ik van verlangen ernaar vervuld.’ Plotseling verandert een deel van het licht echter in duisternis en beweegt naar beneden. Poimandres legt uit dat het licht het immateriële of het geestelijke symboliseert en de duisternis voor de aardse materie staat. Vervolgens daalt er uit het licht een ‘heilig Woord’ af, dat de elementen vuur en lucht uit de duisternis naar zich toe trekt. Als de filosoof opmerkt dat hij dit visioen niet kan doorgronden, komt Poimandres hem te hulp: het licht is God en het Woord dat uit Hem voortkomt is Zijn Zoon. Deze beelden zijn door de auteur van de Poimandres dan ook rechtstreeks aan het christendom ontleend.

De mens is uniek

Maar het hermetische traktaat verschilt ook van het christelijke geloof, omdat de God uit deze tekst verantwoordelijk is voor de hemelsferen. Deze sferen, die onder andere uit vuur en lucht bestaan, liggen als een soort kosmische bollen rond de aarde. Ook benadrukt het hermetisme dat het immateriële en het materiële strikt gescheiden zijn door een goddelijke barrière of ‘macht’. De filosoof uit de Poimandres vraagt zich dan ook af of verlossing wel mogelijk is, want hij heeft immers een lichaam. Poimandres antwoordt dat de mens binnen de kosmos een unieke positie inneemt. Zijn lichaam hoort weliswaar bij de duistere wereld van de materie, maar zijn geest is afkomstig uit de goddelijke wereld van het licht. In een andere tekst roept Hermes Trismegistus dan ook uit: ‘Een groot wonder is de mens!’

Het komt erop aan niet aan het lichaam te hechten, want: ‘Wie het lichaam heeft liefgehad dat uit de dwaling van de zinnelijke liefde ontstaan is, die blijft in de duisternis ronddwalen, daar hij met zijn zinnen aan de werken des doods onderworpen is.’ De mens die alleen met lichamelijke genoegens bezig is, vergeet volgens het hermetisme zijn geestelijke kern of ‘zelf’. Op die manier leidt hij een tweederangs leven, dat je kunt vergelijken met een droom of zware dronkenschap.

Wie er echter in slaagt om zijn geest via onthechting zuiver te houden, kan na zijn dood naar God terugkeren. Dit proces wordt in de hermetische traktaten zeer beeldend beschreven. Zo maken de bevrijde zielen een reis langs de acht hemelsferen, vergezeld door een demon of geleide-engel die hun de weg wijst. In de eerste zeven sferen laten de zielen telkens een slechte eigenschap achter, zoals hebzucht of bedrog, tot ze alleen hun zuivere kern overhouden. Op dat moment betreden ze de achtste hemelsfeer of het voorportaal tot de verlossing. Hier bevinden zich zeer wijze en krachtige geesten, die ook wel Machten worden genoemd. Poimandres: ‘En dan stijgen de zielen in rangorde op naar de Vader, geven zichzelf over aan de Machten en, zelf Machten geworden, komen zij in God. Dat is de gelukkige voleinding van hen die de Gnosis bezitten: God te worden!’

 

Deze opmerking was zeer inspirerend voor renaissancefilosofen als Ficino en Pico della Mirandola, die zich wilden afzetten tegen de alleenheerschappij van de katholieke kerk. Terwijl de kerk predikte dat de mens alleen verlost kon worden als hij regelmatig de mis bezocht en de hostie tot zich nam, stelden de hermetische teksten dat je ook een directe kennis van God kon krijgen. Deze visie bevat een sterke overeenkomst met het denken van de christelijke mystici, die door de kerk vaak als ketters werden beschouwd en soms zelfs op de brandstapel eindigden.

Dit onheil overkwam onder anderen de renaissancemysticus Giordano Bruno, die direct door het Corpus Hermeticum werd beïnvloed. Zijn vertrouwen in de verlossingsleer van Hermes was echter zo sterk dat hij tegen de Inquisitie uitriep dat de vrees waarmee zij het vonnis voorlazen ‘groter was dan zijn angst voor de dood’. Bij denkers als Ficino en Pico viel de hermetische mystiek eveneens in goede aarde: zij waren namelijk sterk op de emancipatie van het individu gericht. In de werken van Hermes Trismegistus zagen ze dan ook een methode waardoor de individuele mens zichzelf kon vervolmaken.

De beelden uit de Poimandres bevatten een filosofisch getinte scheppingsmythe, maar kunnen ook op een andere manier gelezen worden, namelijk als een alchemische leer. Dit komt nog duidelijker naar voren in een andere aan Hermes Trismegistus toegeschreven tekst: De smaragden tafel. Volgens de legenden zou deze cryptische tekst door de wijsgeer in een gelijknamige donkergroene edelsteen zijn gegraveerd. Het traktaat begint met een bevestiging van zijn waarheidsgehalte: ‘Het volgende is waar, zonder leugen, zeker en zeer waar. “Wat lager is, is zoals wat hoger is en wat hoger is, is zoals wat lager is.” Denk hieraan bij het verrichten van de wonderen van de ene zaak.’

Ontmaskering

De uitspraak over het hogere en het lagere, die in de kortst mogelijke vertaling ‘Zoals beneden, zo ook boven’ luidt, gaat over het verband tussen het hemelse en het aardse. Deze twee werelden, die ook al in de Poimandres ter sprake kwamen, komen volgens de tekst namelijk voort uit een onzichtbare bron. Deze wordt ook de ‘ene stof’ genoemd. Wie vanuit deze visie naar het aardse kijkt, ziet overal symbolen voor het hemelse. Tot zover is De smaragden tafel goed filosofisch te lezen. De opmerking dat je de eenheid van het hemelse en het aardse voor ogen moet houden bij ‘het verrichten van de ene zaak’ slaat echter direct op de alchemie.

Deze ene zaak is namelijk het ‘Grote Werk’ van de alchemist: zoeken naar de Steen der Wijzen. Deze wonderbaarlijke substantie zou het vermogen hebben om gewone metalen zoals lood in goud te veranderen. De alchemist kan deze Steen vinden door het inzicht dat de reacties van aardse stoffen verband houden met processen in de hemelse sferen. Op die manier bedrijft hij een soort magie. Door de juiste stoffen te combineren kan hij kosmische krachten manipuleren. Op grond van deze inzichten beschouwen alchemisten Hermes Trismegistus dan ook als de grondlegger van hun leer.

Tegenwoordig wordt alchemie als een pseudowetenschap beschouwd, maar in de achttiende eeuw hield niemand minder dan Isaac Newton zich met deze geheime leer bezig. Hij vervaardigde zelfs een vertaling en commentaar op De smaragden tafel. Voor Newton was de Steen der Wijzen echter geen materieel object, maar een symbool voor de innerlijke transformatie van de mens. Ook in deze interpretatie toont de natuurkundige zijn beïnvloeding door het hermetisme, want de bevrijding van de ziel speelt een belangrijke rol in traktaten als de Poimandres.

Newton vormde echter een uitzondering in het moderne Europese denkklimaat, dat de verheven status van Hermes Trismegistus niet meer serieus nam. De ontmaskering van de wijsgeer vond plaats in 1614, toen de Zwitser Isaac Casaubon een aanval deed op de katholieke kerkgeschiedenis. Sommige katholieken hadden Hermes namelijk ingelijfd met de theorie dat hij vóór Christus al diens leer had aangekondigd, net als de profeten uit het Oude Testament. Na een gedegen tekstonderzoek merkte Casaubon op dat er in prechristelijke teksten geen citaten uit het Corpus Hermeticum voorkwamen. Ook waren de teksten zo sterk door Plato en het neoplatonisme beïnvloed dat ze onmogelijk uit de Egyptische tijd konden stammen.

Casaubons kritiek luidde de val van Hermes Trismegistus in. De mythische wijsgeer die in de Renaissance zelfs Plato in de schaduw stelde, werd gedegradeerd tot een product van de laat-antieke cultuur. Tegenwoordig worden de hermetische teksten dan ook vooral gezien als interessante vermengingen van vroegchristelijke en Griekse ideeën rondom de mens, de kosmos en de verlossing van de ziel. Dat neemt niet weg dat de mysterieuze leer van Hermes de mens blijft fascineren. Vooral in de kunstsector is zijn invloed prominent aanwezig, bijvoorbeeld in Harry Potter en de Steen der Wijzen. Het succes van het boek en de film laat zien dat de mensheid nog lang niet klaar is met het zoeken naar de Steen der Wijzen, hetzij als materieel object, hetzij in de diepten van zijn eigen ziel.