Home Film De film Turist protretteert de hel van het gelukkige gezinsleven
Film

De film Turist protretteert de hel van het gelukkige gezinsleven

Turist (2014) confronteert Jannah Loontjens met de vraag: hoe hou je het vol van iemand te houden als je steeds beter de gebreken van de ander leert kennen? Ze moet denken aan filosoof Iris Murdoch, die ‘liefde’ definieert als het zien van de realiteit zoals die is.

Door Jannah Loontjens op 28 januari 2022

De film Turist protretteert de hel van het gelukkige gezinsleven Beeld: Alamy
Cover van 02-2022
02-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Ik ben nog nooit op skivakantie geweest. Hoewel het me geweldig lijkt om van een berg af sjezen, vrees ik de gezelligheid erna. De bars en restaurants vol met mensen in winter-onesies, het wachten op een skilift tussen diezelfde mensen, het niet kunnen ont­komen aan datzelfde gezelschap dat overal, zelfs op de prachtig besneeuwde bergen, naast je opduikt.

Dit gevoel van beklemming en niet kunnen ontsnappen aan de ander wordt treffend verbeeld in de film Turist (2014) van de Zweedse regisseur Ruben Östlund. In de film vormt de benauwenis van de skicultuur het decor van een ander ongemak, namelijk dat van een gezin op vakantie.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Je zou kunnen zeggen dat Turist de hel van het gelukkige gezinsleven portretteert. Ook aan het gezinsgezelschap, dat meer dan elk ander gezelschap bij je hoort, zou je soms willen kunnen ontsnappen. Wat deze film zo schrijnend laat zien, is dat de afzonder­lijke gezinsleden, ongeacht hoe hecht ze met elkaar verbonden zijn, toch altijd nog eenzame, voor elkaar ondoorgrondelijke individuen blijven.

Sneeuwmassa

Het gezin in de film – een vader, moeder en twee kinderen van zo’n negen en zes jaar – verblijft in een luxueus hotel hoog in de besneeuwde Franse Alpen. Ze huren er een ruim appartement met eigen keuken. De natuur is majestueus, groots, schitterend. En toch. Er kleeft aan het geheel ook iets kunstmatigs. Zowel aan de schoonheid van de besneeuwde hellingen als aan het gezin.

Dat de bovenste laag van de sneeuw elke dag even wit bepoederd en glad is, komt inderdaad door kunstmatige ingrepen. Om de zoveel uur klinken er knallen van explosieven in de bergen, waarmee kleine lawines worden opgewekt, zodat er van bovenaf weer wat verse sneeuw omlaagschuift. Het is zo’n gecontroleerde lawine die de gemaakte saamhorigheid van het gezin ontmaskert.

Gezinsleden blijven eenzame, voor elkaar ondoorgrondelijke individuen

Vader, moeder en kinderen zitten op een terras te lunchen als er een sneeuwmassa langs de berg hun richting uit schuift. De restaurantbezoekers kijken er vol belangstelling naar. De vader begint de sneeuw­verschuiving te filmen. Maar dan blijkt de sneeuwmassa niet te stoppen en stuiven de toeristen op en zoeken dekking. De moeder buigt zich instinctief over haar kinderen en probeert ze onder haar armen mee te nemen. De vader grijpt zijn handschoenen en zet het op een lopen. Het scherm wordt wit.

Na enige tijd trekt de mist van poedersneeuw weer weg en blijkt de lawine net buiten het terrashek te zijn gestopt. Het was slechts een wolk van opstuivende sneeuw die hen allen had omringd. Gevaar geweken. Vader keert terug naar de tafel, ze nemen allemaal weer plaats en hervatten hun lunch.

Wrang tafereel

Wat zegt het over een vader dat hij het op een lopen zet als hij een lawine op zijn gezin af ziet komen? Dat is de vraag waar zijn vrouw Ebba zichtbaar mee worstelt. Moet ze haar indruk van Tomas bijstellen op basis van deze gebeurtenis? Kan ze wel van een man houden die in gevaar ten eerste aan zichzelf denkt en niet aan zijn vrouw en kinderen?

Ik moest aan Iris Murdoch denken, die ‘liefde’ definieert als het zien van de realiteit zoals die is en daar aandacht voor hebben. In zo’n blik ‘ontzelf’ je. Je kijkt belangeloos, je ziet de ander niet vanuit je eigen behoeftes, maar zoals die ander op zichzelf is. Voor Ebba zou dit betekenen dat ze de op zelf­behoud gerichte impuls van Tomas zou kunnen zien voor wat die is en die als zo­danig zou kunnen vergeven. Ebba wil dat misschien wel, maar ze heeft het er duidelijk moeilijk mee.

Een lawine ontmaskert de gemaakte saamhorig-heid van het gezin

Als ze in de avond een drankje drinken met twee andere hotelgasten, praten ze over de lawine. Ebba vertelt, zenuwachtig lachend, alsof ze het zelf eigenlijk nog niet kan geloven, dat Tomas dus wegsprintte. Hij ontkent het. Vervolgens wil Tomas hun tafelgenoten ervan overtuigen dat Ebba door de schrik niet goed heeft geregistreerd wat er gebeurde, en wil Ebba de anderen laten zien dat haar versie van het verhaal de juiste is. De tafel­genoten voelen zich zichtbaar ongemakkelijk bij dit wrange tafereel waarin van hen gevraagd wordt partij te kiezen.

Als ze teruglopen naar hun appartement zegt Ebba tegen Tomas: ‘Dit zijn wij niet. Ik herken ons hier niet in, ik herken mezelf niet, ik herken jou niet.’ Hij is het ermee eens: ‘Ik herken jou ook niet.’ Het ideaalbeeld van hun gezinnetje dat hun beiden voor ogen staat, botst nogal met de werkelijke gang van zaken.

Er spelen hier twee interessante filosofische vragen: kunnen we zijn wie we willen zijn? En: hoe hou je het vol van iemand te houden als je steeds beter de gebreken van de ander leert kennen? De eerste vraag gaat over het zelf, de tweede over de ander, maar ze zijn toch met elkaar verbonden. De film antwoordt met een duidelijk ‘nee’ op de eerste vraag. We kunnen wel een bepaald idee hebben van onszelf en hoe we willen zijn, maar we hebben onszelf niet geheel in de hand. We worden ook door onze driften, verlangens en instincten gedreven, die niet altijd even trouw zijn aan ons ideale zelfbeeld. Misschien ren je in geval van nood wel weg in plaats van je kinderen te beschermen.

Met de tweede vraag worstelen de twee de hele film lang door.

Valsspelen

Verschillende keren staan de ouders in hun winterondergoed op de hotelgang fluisterend te ruziën, zodat de kinderen niet kunnen meeluisteren. Tijdens een van deze gesprekken bekent Tomas dat hij begrijpt dat Ebba in hem teleurgesteld is. Hij is zelf ook teleur­gesteld. Hij spreekt op dit moment in de derde persoon, alsof het niet over hemzelf gaat, maar over een ander. Hij kan het die man, die in hem schuilt, niet vergeven wat hij heeft gedaan, want op het filmpje dat hij met zijn eigen mobiel heeft opgenomen is te zien hoe hij wegrende. Díé man is niet te vertrouwen, zegt hij; hij heeft bovendien gelogen, is ontrouw geweest, hij speelt vals, zelfs als hij met zijn kinderen spelletjes speelt. Hij haat hem.

Dan stort hij huilend in. Jammerend klaagt hij dat niet alleen Ebba slachtoffer is van zijn instincten, maar hijzelf ook. Hij wil die man niet zijn. Ebba moet hem huilend het appartement in slepen, waar hij zich jankend op de grond laat vallen en zijn kinderen zich wanhopig op hem werpen. De film excelleert in dit soort schrijnende, komisch gênante scènes.

Ontzelven

Het ‘ontzelven’, om ruimte te maken voor de liefdevolle, belangeloze blik, kan volgens Murdoch ook door de natuur opgewekt worden. Natuur nodigt uit om de geest te zuiveren.

Ebba gaat een middag alleen skiën, wellicht hopend op die zuiverende werking van de besneeuwde bergtoppen. Maar helemaal alleen met de natuur ben je in zo’n skioord natuurlijk nooit. De uitbundige kerstverlichting, de lopende banden waarop toeristen met ski’s en stokken staan, de afgeladen kroegen met uitzinnige, bierzuipende meutes – al deze elementen worden dramatisch in beeld gebracht. Aan die ellende valt niet te ontsnappen. Om toch van het berglandschap te kunnen genieten moet je daardoorheen kunnen kijken.

Misschien is dat ook wel wat Murdoch bedoelt: liefde is door de ellende heen kunnen kijken.

Turist (2014)
Regie en scenario: Ruben Östlund | Te zien op Cinetree