Home Tijd Christine Cayol: ‘Probeer te leven als een Chinees kalligraaf’
Tijd

Christine Cayol: ‘Probeer te leven als een Chinees kalligraaf’

Door Florentijn van Rootselaar op 26 november 2018

Christine Cayol: ‘Probeer te leven als een Chinees kalligraaf’
Cover van 12-2018
12-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

In China besteedt de kalligraaf uren aan de voorbereiding, aan ontspanning van lichaam en geest. Om daarna in één seconde een meesterlijke kalligrafie te maken. Filosoof Christine Cayol vindt het een voorbeeld van een goede omgang met de tijd.

We dalen haastig af in de net geopende Noord/Zuidlijn, op weg naar het Centraal Station in Amsterdam, waar de Thalys naar Parijs wacht. Als alles meezit, weet ik, halen we de trein net.

Onderweg checken we op mijn telefoon nog een keer op welk perron de trein vertrekt. Maar de app meldt dat de trein niet rijdt.

De afspraak van Christine Cayol, om 19.00 uur in Parijs, zal ze zeker missen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Mieke Meesen

Vlak daarvoor hadden we genoten van een lunch in restaurant Rijks, waar het voorgerecht op een boomstammetje werd geserveerd. Dat is typisch Aziatisch, zei mijn Franse tafelgenoot Cayol, die vlakbij de Verboden Stad in Beijing een internationaal cultureel centrum runt. Zelf woont de filosoof ook in de hoofdstad van China, al is ze ook nog regelmatig in haar geboorteland Frankrijk.

We hadden net voldoende tijd voor de maaltijd, en voor een gesprek, maar er was voortdurend een gehaast gevoel. Vanwege die wachtende trein die niet zou komen.

Tijdens de maaltijd hadden we het over Cayols nieuwe boek: Waarom de Chinezen de tijd mee hebben. Hoe tijd je beste vriend kan worden. De eerste, voor de hand liggende vraag: hoe zou een Chinees het dan aanpakken als die zo weinig tijd heeft voor een afspraak?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Het antwoord is simpel, zei Cayol. ‘Een Chinees zou nooit zo’n afspraak hebben gemaakt. Die zou meer tijd hebben genomen. Maar ja, ik ben ook geen Chinees.’

Maar vindt Cayol het wel terecht om te spreken over ‘de Chinezen’? Er zijn er bijna 1,4 miljard, allemaal individuen, die ook nog eens tot verschillende culturen behoren. En zo goed gaan die Chinezen toch ook niet met de tijd om? China maakt razendsnel economische ontwikkelingen door, waarmee de rust toch wel verdwenen is? ‘Ook de Chinezen zijn ziek van de tijd, alleen zie je ondanks die tijdziekte in dat land een diepe cultuur van de tijd, die verschilt van de onze. Mijn bedoeling was ook niet om een sociologisch onderzoek te schrijven naar de tijd in China, maar om de cultuur in kaart te brengen die ik dagelijks om me heen zie in Beijing. Die cultuur is al eeuwenlang eigen aan China, en zag je duizenden jaren geleden al in de teksten van denkers en dichters.’

Hoe ziet die tijd er dan uit volgens de Chinezen? In het Westen beschouwen we volgens Cayol de tijd als een pijl, voelen we de tijd als een pijl. Die spoedt voort, richting een doel. Er is geen weg terug, en de weg die de pijl aflegt staat in dienst van dat doel. De snelheid en doelgerichtheid doen het heden vervagen, wat telt is slechts de toekomst.

China is niet het land van de pijl, zei Cayol, maar van de golf. ‘Tijd is in China een cyclisch proces, alles gaat en komt weer terug. Dat is niet louter een herhaling, maar een spiraal waarin elke golf ondanks de overeenkomst toch weer anders is. In die beweging zit er wel schot in de dingen, ook al is er minder gerichtheid op het doel. Daarom leidt dit idee van de tijd ook tot minder stress. Je weet dat de dingen gaan en weer terugkomen. Je bent minder bang voor de toekomst.’

Hoe ziet die tijd er in de praktijk uit? Cayol ontleent een voorbeeld aan het culturele centrum dat ze bestiert, waar ze werkt met een team van louter Chinezen.

‘Ik wilde een duidelijk antwoord van een partner, deed die wel mee of niet? Een gesigneerd contract was mijn doel, daar was mijn pijl op gericht. Ik had gedacht dat maandag zeker die toezegging zou komen. Maar die kwam dus niet. Mijn collega, die contact met de man had gehad, probeerde het uit te leggen: die zakenpartner zit met andere zaken op dit moment, en hij heeft meer tijd nodig om de beslissing te laten rijpen. Daarmee dwong hij mij, met mijn ongeduld, om in te treden in de tijd van die ander. Een tijd van diepte, van rijping, waarin ik die pijl moest vergeten. Dat ging me niet goed af. Ik bleef gestrest, omdat ik zekerheid wilde. Waar mijn collega tegenin bracht dat ik geduldig moest zijn, dat het dan zeker zou komen.’

Maar soms kun je niet wachten, dan moet iets toch gewoon af zijn op een bepaald moment? Neem een deadline van een tijdschrift.
‘Zo’n deadline kun je vergelijken met een vernissage in het centrum. Die begint bijvoorbeeld zaterdagmiddag om 15.00 uur. Ook dan moet ik me verbijten. Mensen discussiëren, doen van alles, maar het ziet er niet direct uit alsof het ook echt op tijd klaar zal zijn. Maar toch is dat het geval. Ze komen in actie op het laatste moment. Hier zie je dat de tijd van voorbereiding veel belangrijker is dan de tijd van uitvoering. Want het is niet zo dat er niets gebeurt voorafgaand aan de actie. Alleen is dat niet direct zichtbaar, en lijkt alles een beetje verward. Maar juist die tijd is cruciaal.

Daarmee gaan ze te werk als een kalligraaf. Die moet ontspannen zijn, net als de schrijver. Die tijd van ontspanning kan drie of vier uur duren. Het lichaam moet tot rust komen, de geest moet ontspannen – lichaam en geest komen samen. Daarna moet het penseel geprepareerd worden, waarna de aandacht gaat naar de inkt. Ondertussen observeert de kalligraaf zichzelf en de omstandigheden. Als hij voelt dat hij klaar is, pakt hij het penseel en doopt dat in de inkt.

Dan gaat het van tak, tak, tak.

En hij is klaar. In één seconde.

Maar dat had hij niet kunnen doen zonder de voorbereiding. Het resultaat – die vloeiende, ontspannen lijn – zou ook niet hetzelfde zijn geweest zonder de uren die eraan voorafgingen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Mieke Meesen

 

Macht

In China werd het Cayol steeds duidelijker: tijd is macht. Wie de baas is over de tijd is de baas over de ander. En dat zette haar aan tot het ontwikkelen van een nieuwe, op het Chinese denken gebaseerde ethiek. Een ethiek van de tijd. ‘Mijn tijd is evenveel waard als die van een ander, jouw tijd is evenveel waard als die van mij. Dat zou een nieuw ethisch principe moeten zijn. In Frankrijk zie ik vaak dat we heel anders met tijd omgaan. Klassiek is het bezoek aan de dokter. Die houdt zich nooit aan de afgesproken tijd, je moet altijd wachten. Daar komt bij dat de dokter altijd gehaast is, en zich daar niet eens voor verontschuldigt. Zijn tijd is blijkbaar belangrijker dan mijn tijd. Terwijl mijn tijd er toch ook toe doet: ik heb ook niet alle tijd, ik heb werk, ik heb kinderen. Hoe anders is mijn dokter in China: als ik zeg dat ik rugpijn heb is hij er meteen. Hij is punctueel, en hij heeft ook nog eens alle tijd. Voor mij, maar ook voor anderen. Blijkbaar is het niet nodig om altijd zo gehaast te zijn – als je maar de tijd neemt.

Zo zie je hoe tijd alles heeft te maken met gelijkheid, en met het gebrek daaraan, met hiërarchie. In een restaurant ga ik ervan uit dat ik over de tijd beschik, en niet de kok of de ober. Als het even kan moet het eten meteen komen. Dan plaats ik mij boven die mensen. Terwijl we – als we allemaal de tijd nemen – een gelijkere relatie met elkaar kunnen hebben.

Als we de tijd nemen, wordt de relatie niet alleen gelijker, maar ook beter. Als mijn Chinese dokter zegt dat hij alle tijd heeft om me te zien, en ook echt de tijd neemt, is dat een daad van liefde. Die creëert vertrouwen, ontspanning, een kwalitatieve tijd. Hoe anders is het bij mijn Franse dokter. Zijn stress wekt bij mij ook stress op. De kwalitatieve tijd maakt de dingen beter. Daarom is er ook dat bekende Chinese spreekwoord: de blaadjes van de moerbeiboom zullen zich veranderen in jurken van zijde. Of neem de kleine prins die zegt: het is de tijd die ik met mijn bloem heb doorgebracht die haar mooier maakt.

Om echt de tijd te nemen, zie je in China dat iedereen een half uur te vroeg is voor een afspraak. Dat is niet alleen beleefd, maar je vermijdt ook stress. Ik ben zelf niet zo, ik speel met tijd zoals ik speel met vuur, en soms brand ik me. Ik zou een voorbeeld aan de Chinezen moeten nemen. Hun houding geeft je rust, maar brengt je ook een ander groot voordeel. Te vroeg komen geeft je tijd om je voor te bereiden, om te observeren, om de omgeving tot je door te laten dringen, om alvast te denken over je ontmoeting. Zo beheers je de situatie. Tijd is in China ook altijd strategische tijd.’
 

Water

Een echt andere verhouding tot de tijd, legde Cayol uit, vind je volgens Chinezen pas in de natuur: water en bergen. De natuur die de mens overstijgt. ‘Want op het moment dat je het gevoel hebt dat iets groter is dan jezelf, verdwijnt ook die tijd als pijl. Je richt je niet meer op een punt in de verte, maar je verliest je in de tijd die groter is dan jezelf. Meditatief opgaan in de natuur betekent niet dat je louter passief bent, het ideaal is niet om je volledig te onderwerpen aan de natuur en niets meer te doen. Je doet wel wat, maar op een andere manier. Je weet dat jouw tijd is ingeschreven in een grotere tijd. Jouw handelingen hebben altijd deel aan een beweging die er al is in de wereld, die groter is dan jij. Wat je doet is de beweging die er al is – op een zo ontvankelijk mogelijke manier – begeleiden. Dat is wu wei.’

Maar kun je nog wel op deze manier naar de natuur kijken in een tijd van klimaatcrisis, als je weet dat die natuur misschien wel niet eeuwig maar vergankelijk is?
‘Maar Chinezen kíjken niet naar de natuur. Ze ademen de natuur, ze gaan er een verbinding mee aan. Ze denken dat in die natuur dezelfde krachten, dezelfde energieën, zetelen als in ons lichaam en in onze geest. We maken deel uit van die natuur. Voor mij is dat een echt ecologische opvatting van de natuur. Die is niet langer een hulpbron voor ons, zoals in het Westen. Ons ongeluk is dat we geprobeerd hebben de natuur te temmen, te exploiteren. Onze nieuwe omgang in het Westen met de natuur doet me denken aan die van een sadist met gewetensnood, aan iemand die z’n kinderen heeft geslagen en die het probeert goed te maken als zijn zoon gewond is. Maar uitgaan van schuld is zo’n negatieve houding. Die schuld zal onze toekomst op deze aarde niet beter maken. Schuld leidt niet meteen tot verantwoordelijkheid, is misschien wel het tegendeel van verantwoordelijkheidsgevoel. Ik geloof meer in harmonie en resonantie met de natuur als basis voor een duurzame toekomst.’