Home Mens en techniek Ben je zonder gebrek nog wel mens?
Mens en techniek

Ben je zonder gebrek nog wel mens?

Door Emile Smits op 4 februari 2026

Openluchtexpositie ‘Down’s upside’ in Barneveld, 2013. beeld ANP/Vidiphoto kinderen met gebrek
Openluchtexpositie ‘Down’s upside’ in Barneveld, 2013. beeld ANP/Vidiphoto
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
We kunnen steeds verder ingrijpen in onze genen. Kunnen we dan nog wel tevreden zijn met gebrekkigheid en falen?

In 2009 stond er langs de Amstel in Amsterdam een rij borden met levensgrote portretten van kinderen met het syndroom van Down. De foto’s van de expositie Down’s upside lieten de kinderen van hun mooiste kant zien, vergezeld van een uitspraak van de ouders. Veel anekdotes waren grappig of ontroerend, maar er was één moeder die een zorg uitte: ‘Ik ben bang dat er in de toekomst geen mensen zoals mijn dochter zullen bestaan.’

Iedere zwangere vrouw kan haar ongeboren kind gratis laten testen op downsyndroom. ‘Op zich een goede zaak, maar de vraag is of je daarmee geen boodschap afgeeft aan de samenleving over de waarde van de levens met die aandoening,’ zegt rechtsfilosoof Britta van Beers. ‘Screenen is een persoonlijke keuze, maar wel met een collectieve uitwerking. Het kan de solidariteit met mensen met een aandoening ondermijnen.’

‘In Silicon Valley heerst het idee dat je kinderen moet beschermen tegen de genetische loterij’

We kunnen steeds ingrijpender ons lichaam veranderen, tot op genetisch niveau. Technologie zet zo de vraag naar de menselijke conditie op scherp. Moeten we de gebrekkigheid van de mens als iets natuurlijks zien of moeten we er iets aan te veranderen? En ben je zonder gebrek nog wel mens? Het is al gangbaar om embryo’s te screenen op ernstige aandoeningen, maar sommige techmiljardairs in Silicon Valley zijn vrolijk bezig met het verder verbeteren van nageslacht. Wordt het in de toekomst onrechtvaardig om een baby ‘gewoon’ geboren te laten worden, zonder genetische verbetering?

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Ikea-meubilair

Het recht is er om nieuwe technologie in goede banen te leiden, maar technologie heeft ook invloed op het recht, merkt Van Beers op. Ze bekleedt de leerstoel recht, ethiek en biotechnologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en is jurist en filosoof. ‘Er zijn al rechtszaken waarbij artsen aansprakelijk worden gesteld voor de geboorte van kinderen met genetische afwijkingen. In Nederland zijn al eens niet alleen de ouders vergoed voor de geboorte van een gehandicapt meisje, maar ook het kind zelf. Aan haar geboorte én aan haar leven werd in deze zaak een prijskaartje gehangen. Het meisje in kwestie had volgens de rechter dus belang bij haar eigen abortus. Dat lijkt op een soort productaansprakelijkheid: dit is niet wat ik besteld heb en ik stel de producent aansprakelijk. We accepteren onze gebrekkigheid steeds minder.’

Ons recht weerspiegelt de moeilijke verhouding die we hebben tot onze lichamelijkheid, aldus Van Beers. ‘Dat komt tot uiting in hoe we omgaan met embryo’s. Volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt iedereen in vrijheid en gelijkheid geboren, maar deze rechten gelden pas als je geboren bent. De geboorte is dus van grote symbolische betekenis, maar het is ook een gebeurtenis waar we steeds meer invloed op hebben. We kunnen niet zomaar alles met embryo’s doen, een embryo hoort immers bij iemands lichaam, maar we mogen ze bijvoorbeeld wel screenen op genetische aandoeningen. Daardoor ontstaat de vraag: is een embryo een zaak of een persoon? Voorafgaand aan je geboorte kun je geen dialoog met je ouders aangaan. Wat zou het dan met je doen als kind, wanneer je bij elkaar zou worden geshopt als Ikea-meubilair?’

Schaamte

De Duitse filosoof Günther Anders (1902-1992) voorspelde in de jaren vijftig al veel van de huidige ontwikkelingen. ‘Anders kwam met het begrip “prometheïsche schaamte” om onze verhouding tot techniek te duiden,’ vertelt Van Beers. ‘De Griekse mythe van Prometheus, die het vuur van de goden stal en naar de mensen bracht, staat symbool voor de menselijke drive tot technische beheersing van de natuur. Maar volgens Anders maakt technologie ook een verlangen in ons los: we willen net zo perfect als de technologie zijn. In plaats van trots te zeggen “Moet je kijken wat we allemaal kunnen”, schamen we ons voor ons onbeholpen lichaam, voor het feit geboren te zijn en niet gemaakt.’

‘Ik herken deze dynamiek in hoe in Silicon Valley gepraat wordt over het “optimaliseren” van het voortplantingsproces,’ vervolgt Van Beers. ‘Orchid, een designerbaby-bedrijf, laat ouders hun toekomstige kroost op honderden genetische eigenschappen screenen. Zoals hun CEO zegt: “Seks is voor plezier, embryoselectie voor het maken van baby’s.” Je moet je kind beschermen tegen de genetische loterij en het amateuristische lijf van een vrouw. Dat is hun overtuiging. Er zijn in de Verenigde Staten zelfs start-ups die een stap verder gaan en onderzoek doen naar genetische manipulatie van embryo’s.’

‘Wat een gebrek is, hangt af van de heersende normen’

‘Genetische selectie is alleen ongelooflijk ingewikkeld. Alles hangt met elkaar samen. Het ene embryo is iets intelligenter, maar vatbaarder voor ziektes, het andere gezonder maar minder atletisch, enzovoort. Daarom laten ze een algoritme een rapportcijfer opstellen voor iedere embryo, op basis waarvan de ouders hun keuze kunnen maken. Hier zie je precies waar Anders voor waarschuwt: de machine wordt de norm, algoritmes bepalen wat een goed mens is. En als de technieken er eenmaal zijn, voel je je al snel verplicht om mee te doen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Een Sharpa-robot deelt tijdens een spelletje blackjack op een techbeurs in Las Vegas, 2026. beeld AFP/Patrick T. Fallon

Gebrekkig en gebroken

Maar moeten we niet eerst weten wat de mens is, voordat we kunnen weten wat een optimale mens is? De Duitse filosoof en socioloog Arnold Gehlen (1904-1976) zag de mens als een Mangelwesen, vertelt Maarten Coolen, voormalig hoofddocent cultuurfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Een gebrekkig dier, dat in tegenstelling tot andere dieren niet kan rekenen op een natuurlijk voordeel zoals instincten of een warme vacht. De mens moet dit gebrek compenseren met technologie en cultuur. Alleen met kunstmatige middelen past hij in zijn leefwereld, zoals een dier met zijn instincten in een natuurlijk milieu past.’

Tegenover het idee van de gebrekkige mens van Gehlen zet Coolen de filosofie van Helmuth Plessner (1892-1985). ‘De mens is volgens Plessner gebroken. De mens leeft vanuit een onoverkoombare breuk tussen hemzelf en zijn omgeving. Een dier weet altijd wat het met zijn omgeving aan moet; een leeuw ziet geen gras, een koe geen prooi. Maar de mens heeft weet van zijn verhouding tot zijn omgeving en tot zijn eigen lichaam. Door die breuk valt hij nooit helemaal met zichzelf samen. Dat lukt hoogstens voor korte tijd. Die gebrokenheid van de mens is alleen geen gebrek, maar zijn kracht.’

‘Wij mensen hebben cultuur en techniek nodig om ons een thuis te maken en zo in onze omgeving te passen,’ vervolgt Coolen. ‘We leren een nieuwe taal, we ontdekken met #Metoo dat oude omgangsvormen niet meer werken, een soldaat die een been verliest leert om te lopen met een prothese. De afstand die we tot onszelf hebben, maakt dat we ons kunnen aanpassen aan de uitdagingen van onze tijd. We zijn historische wezens en van nature kunstmatig: er is niet zoiets als een onveranderlijke, natuurlijke essentie van de mens. Wel is het zo dat we nooit kunnen ontsnappen aan onze gebrokenheid.’

Daarin ligt het verschil tussen Plessner en Gehlen. Volgens Coolen denkt Gehlen dat de mens door middel van bijvoorbeeld technologie weer met zichzelf kan samenvallen, net zoals een dier met zichzelf samenvalt. ‘Hij hoopt de breuk op te lossen door cultuur en techniek. Voor Plessner is die kloof niet te overbruggen: we zijn een open vraag die geleefd moet worden. Alleen religie geeft een sluitend antwoord op wat de mens is. Maar de prijs die we daarvoor betalen is dat we ons afsluiten voor alle andere mogelijke antwoorden op de menselijke conditie. Daarin schuilt gevaar: wat doe je met de mensen die niet passen in jouw antwoord?’

Van Beers merkt op: ‘Er zit een bevreemdend optimisme in hoe ze in Silicon Valley over voortplanting praten. Een utopie: met genoeg data en controle over reproductie kunnen we worden verlost van de kerker van ons vleselijk omhulsel. We zullen samenvallen met de datastroom, iedereen zal hyperintelligent zijn en dan zullen we eindelijk gelukkig zijn. Het heeft iets van een religieus dogma.’

‘Plessner leert ons dat het leven een waagstuk is,’ besluit Coolen. ‘Dat is troostend, want het kan altijd anders en rechtvaardiger. Maar het kan dus ook mislukken. Dat laatste lijken ze in Silicon Valley te vergeten. In plaats van te dromen over het oplossen van alle gebreken, kunnen we beter nadenken hoe we samen met de menselijke conditie omgaan.’

Het onvoorstelbare voorstellen

De uiteindelijke gevolgen van nieuwe technologie zijn moeilijk te overzien. ‘Günther Anders verwijst naar de atoombom,’ vertelt Van Beers. ‘Met die uitvinding zijn we in staat om de hele mensheid weg te vagen. Dat gaat toch alle voorstelling te boven? Net zo moeilijk voorstelbaar is een samenleving waarin ouders de genen van hun kinderen uitkiezen. Toch beschikken we alleen over onze verbeelding om uit te vinden wat er op het spel staat.’

Wat Hannah Arendt schrijft in het voorwoord van De menselijke conditie, sluit daar mooi op aan, vervolgt Van Beers. ‘Wetenschappers bewegen zich volgens Arendt in een wereld waarin het woord zijn kracht heeft verloren. Daarom zijn wetenschappelijke ontwikkelingen bij uitstek een politieke aangelegenheid: we moeten samen woorden vinden om nieuwe technologie te duiden. Zonder woorden is technologische ontwikkeling stuurloos.’

Dit hangt samen met Arendts begrip ‘nataliteit’. ‘We zijn in staat om politiek te handelen, omdat ieder mens een nieuw begin vormt. Geboorte staat bij Arendt symbool voor het menselijk vermogen om nieuwe, onverwachte betekenis te vinden. En juist de geboorte wordt nu ingekapseld door Big Tech. Als ieder mens een nieuw begin is, wie zijn wij dan om te bepalen wat die toekomstige persoon nodig heeft?’

‘Ook techmiljardairs gebruiken verbeelding om zich een toekomst voor te stellen,’ zegt Van Beers. ‘Maar die toekomst is dataïstisch, zonder oog voor solidariteit. Of iets een gebrek is, hangt af van de heersende normen in een samenleving. Het is een relationele kwestie, en duidelijke afspraken in het recht kunnen ons daarbij helpen. We moeten goed voor ogen houden dat een ongeboren kind geen zaak is, maar een toekomstig persoon.’

Hoe geslaagd is een leven zonder falen? Coen Simon vraagt hoogleraar publieksfilosofie Stine Jensen naar hoogte- en dieptepunten in leven en werk in de podcast Filosofie is makkelijker als je denkt. Beluister hem op Spotify of Apple Podcasts.

Loginmenu afsluiten