Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 2/2021

‘Beloof alles tijdens de campagne’

Rogier van der Wal

De campagnetips die Cicero van zijn jongere broer Quintus in 64 v.Chr. kreeg tijdens zijn eerste campagne als kandidaat-consul van Rome klinken nog steeds heel eigentijds: ‘Laat zien dat je een grote aanhang hebt. Dat oogt goed en suggereert een grote populariteit.’

Beeld Berend Vonk

Juli, 64 v.Chr. Marcus Tullius Cicero is in de race voor consul, een van de twee meest begeerde posten in de Romeinse Republiek. Cicero is 42 jaar en heeft al een glansrijke carrière doorlopen. Hij komt uit Arpinum, een provinciestadje op ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van Rome, en heeft niet de luxe van voorouders die politiek vooraanstaande posities bekleed hebben, waardoor hij ten opzichte van de Romeinse superelite een forse achterstand heeft. Die elite bestaat uit een klein aantal adellijke families die bij voorkeur alle prestigieuze posten onder elkaar verdelen. Maar Cicero heeft dankzij zijn vader wel een topopleiding genoten in Rome, bij de beste docenten in onder andere recht, welsprekendheid en filosofie.

Wie consul wil worden moet daarvóór een aantal andere ambten vervullen in een voorgeschreven volgorde: quaestor (financiële administratie), pretor (toezicht op de rechtspraak) en ediel (zorg voor openbare werken en organisatie van grote evenementen). Marcus Tullius Cicero doorloopt deze zogenoemde cursus honorum (‘loopbaan van ereambten’) zonder problemen. En zijn goede bestuur als quaestor op Sicilië bezorgt hem voor de rest van zijn carrière een trouwe schare van aanhangers.

Terwijl Marcus’ campagne in 64 loopt, schrijft zijn jongere broer Quintus hem een lange brief vol goede adviezen. Niet dat Quintus de suggestie wil wekken dat zijn oudere broer het niet op eigen kracht tot consul zou weten te schoppen. Maar hij zet bewust alle dingen met betrekking tot het campagnevoeren systematisch en overzichtelijk op een rij om zijn broer daarmee een dienst te bewijzen. Er zijn weleens twijfels geuit of de brief wel echt is, maar zeker is dat de auteur goed op de hoogte is van het campagne voeren.

Hij wijst om te beginnen op het belang van een helder besef van waar de campagne om draait: ‘Bedenk welke stad dit is, voor welk ambt je in de race bent en wie je bent. Vrijwel elke dag moet je tegen jezelf zeggen: “Ik ben een nieuw­komer, ik wil consul worden, dit is Rome.”’

Beeld Berend Vonk

Nieuwkomer

Marcus mist als nieuwkomer van buiten de elite politieke ervaring en kruiwagens, maar hij is wel een formidabele redenaar die zijn publiek uitmuntend kan bespelen. Bovendien zijn er veel mensen die hij al eens een dienst heeft bewezen: nu kunnen die iets terugdoen door op hem te stemmen. Zijn concurrenten Antonius en Catilina zijn bepaald niet van onbesproken gedrag: het zijn
‘schurken vanaf hun kindertijd, seksmaniakken en armoedzaaiers’, schrijft Quintus.

Marcus heeft daarom geen slechte uitgangspositie, maar hij moet wel de sympathie van het volk verwerven. Het is daarom van groot belang dat hij de steun van zijn vrienden mobiliseert. ‘“Vriend”,’ schrijft Quintus, ‘heeft in verkiezingstijd een ruimere strekking dan in de rest van het leven. Want iedereen die je enigszins goed gezind is, die jou waardeert of je regelmatig thuis komt opzoeken, die moet je als vriend beschouwen.’ Cicero getuigt overigens later als gepensioneerd staatsman en filosoof van een veel minder cynische opvatting over vriendschap. Vriendschap moet van nature ontstaan, niet uit zwakheid. ‘Dat is voornamer en meer overeenkomstig de waarheid. Want als belangen de verbindende schakel zijn van vriendschappen, dan zou een verandering daarin tot ontbinding van die vriendschap leiden. Maar omdat de natuur onveranderlijk is, zijn echte vriendschappen voor altijd.’

Marcus mist politieke ervaring en kruiwagens, maar hij is een formidabele redenaar

Maar zover is het nog niet in het jaar 64. Het is verkiezingstijd. Je moet systematisch te werk gaan, schrijft Quintus, om je van zo veel mogelijk steun te verzekeren. Laat mensen voor je werken als ‘campaigners’, dan mag je grote verwachtingen koesteren: ‘Geloof me, niemand die ertoe doet zal deze kans op vriendschap met jou voorbij laten gaan.’ En laat ook vooral zien dat je een grote aanhang hebt, door zo veel mogelijk mensen je te laten vergezellen naar het Forum. Dat oogt goed en suggereert een grote populariteit.

Na een korte waarschuwing voor jaloerse mensen die zich uit verkeerde motieven voor vrienden uitgeven, schakelt Quintus over op de omgang met het kiezersvolk. Daar moet je best veel voor in huis hebben: ‘Dat vereist namenkennis, vleierij, doorzettings­vermogen, vrijgevigheid, publiciteit, een mooie show en een visie voor de staat.’ En het vraagt voortdurende presentie, want het draait om zichtbaarheid. De kandidaat moet in Rome blijven en zich daar in de kijker spelen. Al moet je van je campagne één grote show maken, knoop één ding in je oren: in campagnetijd moet je je uitdrukkelijk onthouden van politiek, om niemand voor het hoofd te stoten.

Dat kon in de Oudheid makkelijker dan nu, omdat er geen politieke partijen waren. Er waren alleen een traditionele, conservatieve stroming die alles graag wilde houden zoals het was, en een meer progressieve die opteerde voor maatschappelijke hervormingen van de grote ongelijkheid tussen de grootgrondbezitters en het gewone volk. Cicero behoorde beslist tot het conservatieve kamp; hij had een afkeer van revolutionaire neigingen en laat die in zijn geschriften ook duidelijk doorklinken.

Spektakel

Politici kun je kenschetsen als handelaars in hoop en vertrouwen. Een van Quintus’ adviezen luidt dat zijn broer tijdens zijn campagne iedereen alles moet beloven – een groot deel van de mensen is dat na de verkiezingen toch weer vergeten. Politiek is spektakel. En het is ook strijd, en in die strijd is veel geoorloofd. De verkiezingshandleiding van Quintus laat een beeld zien dat wij nog altijd herkennen in de politiek. Het patroon ‘gevestigde orde versus nieuwkomers’ zorgt ook nu al maanden voor spektakel in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.

Ook voortdurend aanwezig zijn om je als kandidaat in de kijker te spelen is nog altijd een beproefde campagnetactiek. ‘De beste campagne is een permanente campagne,’ schreef Laurens van Voorst in 2016 in een verkiezingshandleiding voor lokale verkiezingen. En we weten allemaal dat dat in onze tijd in de eerste plaats draait om digitale aanwezigheid. Om het actualiseren van de sociale media, om voortdurend nieuwe ‘content’ op Twitter, Instagram en Facebook.

In het oude Rome verliep vanzelfsprekend alles nog analoog. Er werd gestemd in hartje Rome, op het Marsveld, wat betekende dat je om te stemmen naar Rome moest komen. Lang niet iedereen was daartoe in de gelegenheid. Op het Forum pasten ongeveer 10.000 mensen, op het Marsveld ongeveer 70.000. Ter vergelijking: Rome had op dat moment ongeveer 750.000 inwoners.

Dit klinkt misschien transparanter dan de filterbubbels van onze digitale democratie, maar in het oude Rome bestonden evengoed uitsluitende bubbels. Vrouwen deden sowieso niet mee. En alle volwassen mannelijke Romeinse burgers waren verdeeld over vijf vermogensklassen, onderverdeeld in centuriën. Elke centuria (oorspronkelijk een legereenheid van honderd man, maar tijdens de verkiezingen veel omvangrijker) had één stem. De eerste klasse met de rijkste burgers had de meeste centuriën, zeventig in totaal. De bezitslozen hadden er vijf. Zodra iemand voldoende steun had verworven was hij direct gekozen, werd de uitslag bekendgemaakt en kwamen de overige centuriën niet meer aan de beurt.

Zeg elke dag: ik ben een nieuwkomer, ik wil consul worden, dit is Rome

Marcus Tullius Cicero wist de verkiezingen in elk geval overtuigend te winnen en werd zo een van de twee consuls. Antonius werd zijn – weinig daadkrachtige – collega-consul. Cicero’s consulaat is beroemd geworden door de ontmaskering van de zogenoemde ‘Catilinarische samenzwering’. Een van zijn rivalen voor het consulaat, Catilina, greep tweemaal achtereen mis en ging toen over op radicalere middelen. Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoe serieus de samenzwering was, maar feit is dat Cicero er lucht van kreeg, de betrokkenen liet arresteren en hen zonder vorm van proces ter dood liet brengen.

Al won Cicero met dit daadkrachtige optreden aanvankelijk nog meer aan populariteit –hij kreeg zelfs de eretitel ‘Vader des Vaderlands’ – toen de politieke machten keerden, werkte het in zijn nadeel. Toen hij na een verbanning van anderhalf jaar partij koos voor Pompeius in plaats van voor diens rivaal Caesar, was het einde van de wel­sprekende politicus wel ingeluid. Hij overleefde Caesar nog, maar niet de daadkracht van Caesars generaal Marcus Antonius, die hem zonder proces liet onthoofden.


Hoe je verkiezingen wint. Romeins handboek voor een effectieve verkiezingscampagne
Quintus Tullius Cicero, vertaald door Rogier van der Wal
ISVW Uitgevers
80 blz. | €13,-

Hoe je een land bestuurt
Quintus Tullius Cicero, vertaald door Rogier van der Wal
ISVW Uitgevers
96 blz. | €12,50