Home Alle beelden zijn pornografisch geworden

Alle beelden zijn pornografisch geworden

Door Jannah Loontjens op 29 december 2018

Cover van 01-2019
01-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Byung-Chul Han bekritiseert de selfiecultuur, waarin intimiteit ten onder gaat in transparantie. Jannah Loontjens beaamt zijn analyse, maar mist daarin ook iets wezenlijks.

Vroeger zag je toeristen in musea kunstwerken fotograferen; nu richten ze hun camera op zichzelf met het kunstwerk als achtergrond. Ik kan me over die selfieobsessie opwinden. Vooral nadat ik laatst op de schaatsbaan zowat door een Japanner met selfiestick werd onthoofd. Met zijn armen maaiend om zijn evenwicht te bewaren, probeerde hij zichzelf in beeld te krijgen.

Snoeihard zwiepte de selfiestick tegen mijn keel. ‘Rot toch op met je selfiestick!’ riep ik. ‘Rustig, mama’, zei mijn dochter, ‘die man wil zichzelf gewoon filmen.’ Ja, dat had ik ook wel begrepen. Maar waarom is dat zo gewoon?

De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han bekritiseert onze door selfies geregeerde wereld. In zijn essay De transparante samenleving schrijft hij dat wij onze intimiteiten tot handelswaar maken en dat we tegenwoordig in een ‘pornosamenleving’ leven. Nuance en aandacht voor verfijnd onderscheid worden volgens Han steeds schaarser. Ik ben het grotendeels met hem eens, maar toch verzet ik me tegen zijn analyse en krijg ik het gevoel dat hij termen als ‘porno’ en ‘intimiteiten’ zelf op weinig genuanceerde wijze inzet.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Intiem

Han heeft een associatieve schrijfstijl; de ene ingeving leidt tot de andere; hij schrijft over een herkenbare wereld en zijn argumenten zijn gemakkelijk te volgen. Zijn kritiek richt zich met name op onze neiging onszelf te etaleren op social media, dat we onszelf tot producten maken en ons verliezen in de verleiding van de vluchtige oppervlakte – van intieme foto’s, emoticons en instemmende likes.

Onze transparante samenleving noemt hij ook wel een ‘etalagesamenleving’ of een ‘pornosamenleving’. ‘In onze tijd zijn alle beelden in de visuele media min of meer pornografisch’, schrijf Han. ‘Op pornografische foto’s is alles binnenstebuiten gekeerd en belicht. Onder de oppervlakte van de pornografie is niets. Geen binnenwereld, geen verborgen geheimen.’ Han plaatst porno tegenover erotiek, en tegenover het vroegere theater van de verleiding, waarbij het maskeren, afdekken en de geheimzinnigheid de spanning verhoogden.

Zelf heb ik nooit van porno gehouden. Sterker nog: porno beangstigt me enigszins. Net als bij gewelddadige of bloedige scènes in films, heb ik bij porno de neiging om weg te kijken. Ik heb me wel geschaamd voor mijn instinctieve afkeer van porno; het gaf me het gevoel hopeloos preuts of ouderwets te zijn. Toch is het niet zo dat ik niet van seks hou. Integendeel. Ik herken dus wel iets in Hans argumentatie. Porno is té zichtbaar. En toch ben ik het niet met Hans vergelijking eens.

Seks is een geheimzinnige bezigheid. Er komt een vorm van dierlijke gulzigheid vrij, waar ik me enkel aan kan overgeven door mezelf in zekere zin te vergeten. Zodra ik me van mezelf bewust word en mezelf bezig zie, zakt de lust even snel uit me weg als water uit een emmer zonder bodem. Plotseling ben ik een lichaam dat merkwaardige bewegingen maakt en voel ik eerder verwondering en gêne.
Voor sommigen gaat seksuele opwinding gepaard met een vorm van exhibitionisme, maar dat is mij dus vreemd. Voor mij geldt het tegenovergestelde: opwinding gaat gepaard met verdwijnen. Mijn zelfbewustzijn gaat kopje-onder en dobbert onder een stroom van lichamelijkheid. Al is het ook niet zo dat het licht uit moet en zie ik de lust in de blik van mijn geliefde graag, toch is seks voor mijn gevoel ver verwijderd van expositie of tentoonstelling.

‘De wereld van vandaag is een markt waar intimiteiten worden uitgestald, verkocht en geconsumeerd’, schrijft Han. Maar echte intimiteiten worden er toch eigenlijk niet getoond? Pornoacteurs en -actrices laten zichzelf toch ook niet echt zien? Zij spelen een rol, hun vlees is wellicht echt, maar hun opwinding en gekreun zijn ook gespeeld. Zij exposeren zichzelf, maar laten daarmee geen werkelijke vertrouwelijkheid zien. Net zo zijn social media een theater van gefotoshopte maskers.

Hoewel ‘transparantie’ vaak als een gunstige term wordt gebruikt – transparantie biedt immers inzicht in (machts)structuren die gewoonlijk onzichtbaar blijven – is dit voor Han beslist geen goed kenmerk. Volgens hem is er momenteel sprake van een historische paradigmaverschuiving. Hij meent dat onze ‘oude door tegenstellingen gekenmerkte samenleving het veld moet ruimen voor een samenleving waarin elke negativiteit, dus elke tegenbeweging steeds meer wordt teruggedrongen ten gunste van het alleen maar positieve’.

Alles wordt afgevlakt, versimpeld, versneld, gladgestreken; aan alles wordt een positieve draai gegeven; wij richten onze levens in ten gunste van winst, zichtbaarheid en vervulling van behoeftes. Met andere woorden, bij Han staat transparantie voor een soepel verloop van stromen van kapitaal, communicatie en informatie. Hierdoor stevenen we af op een samenleving zonder nuance. We verliezen diepgang en geheimzinnigheid.

Wederom is Han goed te volgen, en toch is zijn gebruik van de term ‘transparantie’ even onzorgvuldig als zijn pornovergelijkingen. Social media en andere online netwerken zijn immers niet transparant; ze schotelen hooguit een illusie van transparantie voor, om ondertussen onze persoonlijke gegevens op zeer ontransparante wijze tot handelswaar te maken.

Dat er machtsstructuren en uitwisselingen van kapitaal schuilgaan achter al die zogenaamde transparantie, vermeldt Han niet. Evenmin zegt hij iets over de gespeelde intimiteit van porno, die eigenlijk geen intimiteit is, maar een toneelspel, een theater, waar eveneens machtsstructuren, geldstromen en uitbuiting achter schuilgaan.
 

Nostalgie

Natuurlijk is de ergernis van Han te begrijpen. Ook ik kan met nostalgie terugdenken aan de wereld voor de komst van internet – een wereld die verdwenen is en nooit meer terugkomt. Een wereld die ik me nog goed herinner, maar die mijn kinderen nooit hebben gekend. Een wereld waarin een moment van samenzijn alleen in dat moment bestond, vol geheimen en onzichtbaarheid. Een wereld waarin musea nog leeg en stil waren, zalen vol lege ruimte, met heel af en toe een fotograferende zonderling.

Maar de huidige zichtbaarheid is voor een groot deel ook maar decor. Zo zichtbaar en transparant zijn onze levens en gevoelens ook weer niet. We vermommen ons met filters en Photoshop; op selfies tonen we onze mooiste schijn. Werkelijk persoonlijke gevoelens, kreukels en twijfels blijven op social media verborgen. Dat Han deze verhullende kant niet noemt, maar meent dat echt alles wordt getoond, maakt zijn essay oppervlakkig en vluchtig. Een gemiste kans. Want juist in het verstoppen achter al dat onthullen schuilt een interessante tragiek.

‘Obsceen is de transparantie die niets afschermt of verbergt en alles uitlevert aan de blik’, schrijft Han. Maar we leveren heus niet echt alles uit. De beelden die we tonen kun je wel pornografisch noemen, maar benadruk dan ook dat er gespeeld wordt, dat er veel make-up, een juiste belichting, regie en camerawerk aan te pas komen. Dat is geen echte intimiteit; die verschuilt zich achter het glanzende oppervlak.