Home ‘Verzoening kun je organiseren’
Schuld

‘Verzoening kun je organiseren’

Door Anton de Wit op 24 maart 2009

03-2009 Filosofie magazine Lees het magazine

Je hebt een conflict met een collega. Moet alles bijgelegd worden, ga je elkaar zelfs vergeven? Je moet niet te veel willen, reageert de ethicus Paul van Tongeren. Want dat zou wel eens tegen ons kunnen werken. ‘Wees bescheidener, kies voor verzoening.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Waar mensen samenleven, daar zijn wrijvingen, spanningen, botsingen. Je wilt liever niets te maken hebben met een ex, maar er zijn nu eenmaal de kinderen. Je hebt een zwaar conflict met een collega, maar je moet toch samen werken aan een project. In de familie is er onenigheid over een erfenis. Hoe ga je dan verder? Elkaar proberen te vergeven? Nee, zegt Paul van Tongeren, vergeven is veel te zwaar. Probeer eerst maar eens te streven naar verzoening, dat is veel realistischer, aldus de hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van Tongeren: ‘Vergeving laat zich niet afdwingen. Het is miraculeus.

Religieuze mensen zullen het wonder aan God toeschrijven, maar dat is niet eens nodig. Want ook wanneer je niet vanuit een religieuze traditie spreekt, kun je de ervaring herkennen dat vergeving je eerder overvalt dan dat je het zelf doet. Verzoening heeft echter vergeving niet nodig. Ik kan me met jou verzoenen, en tegelijkertijd rancuneuze gevoelens houden. Maar we hebben dan afgesproken dat we daar in de omgang met elkaar geen rekening meer mee houden.’

Je zou zelfs kunnen zeggen dat er zoiets als verzoening bestaat juist omdat vergeving in theorie onmogelijk en in de praktijk erg lastig is. Als pragmatische modus operandi, ondanks de diepe, onvergeeflijke wonden die mensen elkaar soms toebrengen. Van Tongeren: ‘Verzoening is functioneler, en is daarom ook makkelijker te bewerkstelligen. Verzoening kun je, anders dan vergeving, organiseren. Er bestaan zelfs allerlei rituelen om verzoening mogelijk te maken. De vredespijp roken, elkaar publiekelijk de hand schudden onder het toeziend oog van de Amerikaanse president. Verzoening wordt zo georganiseerd, voorbereid en gerealiseerd.’

Verzoening kan ook alleen verwerkelijkt worden onder bepaalde voorwaarden. Ook daarin verschilt ze van vergeving. ‘Vergeving is per definitie onvoorwaardelijk. Je kunt niet zeggen: ‘‘Ik wil je vergeven op voorwaarde dat je berouw toont.’’ Of andersom: ‘‘Ik wil berouw tonen op voorwaarde dat jij mij vergeeft.’’ Dat werkt niet. In die zin is vergeving ongeconditioneerd. Ze laat zich niet afdwingen; dan wordt het handel. Maar verzoening is juist wel een soort handel. Je kunt onderhandelen, en aan het eind van het onderhandelingsproces kan verzoening plaatsvinden.’
 

Zoenoffer

Wat zijn dan de voorwaarden voor verzoening? Allereerst lijkt verzoening altijd een offer te vragen. In religieuze tradities zien we dat duidelijk uitgedrukt. Denk aan het oude Joodse ritueel waarbij op de Grote Verzoendag een bok de woestijn in wordt gestuurd, die door handoplegging van de hogepriester is beladen met de zonden van alle mensen. We danken ons woord ‘zondebok’ aan dit oudtestamentische gebruik. Of denk aan Jezus Christus in het Nieuwe Testament, die – nota bene als enige mens die zonder zonde is – voor alle zondaars aan het kruis werd geofferd.

Dat zijn nog tamelijk grootse, schijnbaar zinloze en overdadige offers, bedoeld om de mens met God te verzoenen. Als het gaat om de meer alledaagse verzoening tussen mensen, zo merkt Van Tongeren op, zijn de offers van een wat andere orde. ‘Verzoening vraagt onderhandeling, en dat is altijd een kwestie van geven en nemen. Het offer is datgene wat je in de onderhandeling opgeeft – bijvoorbeeld een ideaal, een aanspraak op macht, je wapens, een voorrecht. Ook herstelbetalingen zijn zo’n offer waar in veel verzoeningsprocessen over onderhandeld wordt.’

Een tweede voorwaarde voor verzoening is wederkerigheid. ‘Je kunt je immers niet in je eentje verzoenen’, aldus Van Tongeren. Maar is dat wel zo? Spreken we niet ook van verzoening met je lot, je omstandigheden, een ernstige ziekte, het ouder worden enzovoort? ‘Ja, maar je kunt je afvragen of dat wel hetzelfde is. Wat bedoelen we precies met “je verzoenen met je lot”? Berusting, misschien? Je kunt berusten in een bepaalde situatie. Dat kun je leren, je kunt eraan wennen, je kunt je opstandigheid leren opgeven. Maar een verzoening met het lot lijkt meer te vragen dan passieve berusting. Het heeft ook te maken met wat bij Nietzsche amor fati en bij de Stoa homoloog leven heet, waarbij het lot zelfs liefdevol omarmd wordt. Dat kun je niet leren, dat moet je gegeven worden. Die innerlijke verzoening lijkt daarmee meer op dat wonderlijke verschijnsel van vergeving.’
 

Tijd heelt vele wonden

Verzoening, zo houdt Van Tongeren vol, is iets tussen personen en veronderstelt ook een zekere symmetrie: ik kan me niet met jou verzoenen als jij je niet ook met mij verzoent. Bij ‘innerlijke verzoening’ of bij vergeving is die symmetrie niet aan de orde. Van Tongeren: ‘Soms zelfs het tegendeel. Het sterkste voorbeeld dat ik ken is het geval van monniken in Noord-Afrika, die bedreigd werden door islamisten. Hun klooster bood hun geen enkele bescherming, dus ze wisten dat het een kwestie van tijd was voordat ze zouden worden afgeslacht. Dat is uiteindelijk ook gebeurd. Wat bleek? Ze hadden bij voorbaat al een brief geschreven waarin ze hun toekomstige moordenaars vergaven. Dat is absoluut dwaas! Maar wie ben ik om te zeggen dat het niet gemeend was? Hoe dan ook: van wederkerigheid was hier natuurlijk geen enkele sprake, integendeel. Bij vergeving hoort een dergelijke extreme asymmetrie, terwijl symmetrie bij verzoening wel een conditie moet zijn.’

Verzoening, zo gaat Van Tongeren verder, heeft alles te maken met de deugd van rechtvaardigheid, iets waar in het voorbeeld van de monniken volstrekt geen sprake van is. Er is daarbij, aldus Van Tongeren – en dat is de derde voorwaarde – steeds een bemiddelaar nodig, een onafhankelijke Vrouwe Justitia met balancerende schaaltjes. Van Tongeren: ‘Verzoenen is een kwestie van evenwicht, en dat vraagt een derde perspectief. Je moet vanuit een neutraal perspectief naar jezelf kunnen kijken. En omdat degenen die zich moeten verzoenen minimaal in staat zijn om hun eigen perspectief los te laten, is het extreem moeilijk om neutraal te zijn. Dus je hebt een instantie nodig die de neutraliteit vertegenwoordigt.’

Naast een middelaar, wederkerigheid en een offer is er nog een vierde onmisbare conditie voor verzoening: tijd. Tijd heelt vele wonden, zo wil het cliché, en daar schuilt een diepe waarheid in. Natuurlijk, geheelde wonden laten vaak littekens achter. De collega die over ons geroddeld heeft zullen we misschien nooit meer echt vertrouwen. Maar het is toch de tijd die het mogelijk maakt dat wij überhaupt weer beleefdheden kunnen uitwisselen bij de koffieautomaat. ‘We spreken niet voor niets van verzoeningsprocessen’, zegt Van Tongeren. ‘Afstand in de tijd is heel belangrijk. Verzoening kan alleen in de tijd groeien en beter mogelijk worden naarmate de tijd verstrijkt. Dat geeft aan dat bij verzoenen een vorm van vergeten hoort, terwijl vergeving vergeten uitsluit. Om ons te kunnen verzoenen móéten we misschien wel bepaalde dingen vergeten.’
 

Reële eisen stellen

Verzoening is daarmee kwetsbaar, voorlopig, en verre van ideaal. Oude wonden kunnen weer opengereten worden en zelfzuchtige motieven blijken welbeschouwd belangrijker dan daadwerkelijke verbroedering. Je kunt er cynisch of moedeloos van worden, maar Van Tongeren benadrukt nu juist dat hierin ook precies de kracht en waarde van verzoening schuilen. Verzoening is het pragmatische antwoord op het onmogelijke ideaal van vergeving.

‘Je kunt niet verwachten dat mensen door te praten en te onderhandelen daadwerkelijk vanbinnen veranderen – dat zou een irreële eis zijn. Maar je kunt er wel voor zorgen dat er tússen mensen iets verandert, en dat is precies het doel van verzoeningsprocessen. Het is daarom zelfs potentieel gevaarlijk om meer te eisen. Kijk naar het verzoeningsproces tussen blanken en zwarten in Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid. Door Desmond Tutu is dat opgepompt tot een vergevingsproces. Hij heeft vaak expliciet gezegd dat het een kwestie van vergeving is. No Future without Forgiveness is de titel van een boek van hem. Maar dat is zeer misleidend. Want het gaat om een uiterst pragmatisch proces, bedoeld om een enorme transitie in de geschiedenis van dat land zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Als dat niet goed verloopt, kan er een burgeroorlog ontstaan. Nadruk leggen op vergeving kan dan zelfs contraproductief werken. Je stelt het ideaal dan zo hoog dat dat gewoon niet te realiseren is. Mensen haken af, zeggen nee tegen het hele proces omdat ze niet in staat zijn om te vergeven. Terwijl verzoening veel minder van mensen vraagt. Ook waar vergeving onmogelijk is, ligt verzoening binnen handbereik.’