Schrijver Roelof ten Napel ontcijfert elke maand onze ideeën over de werkelijkheid.
Soms is het geestig om te doen alsof je samenhangend bent, met redenen voor je handelingen en verlangens die met elkaar te rijmen zijn. Zo vroeg ik me laatst af of alle kunst die me dierbaar is, van boeken en films tot sculpturen en muziek, misschien iets met elkaar gemeen had. Wat trok me erin aan?
Zoals vaker kwam ik terecht bij het werk van Emily Dickinson. Dickinson durfde als dichteres te rekenen met de aarde en het hiernamaals, waarbij de som niet altijd uitviel in het voordeel van de hemel. ‘Brieven zijn een aards geluk,’ schreef ze, ‘dat goden is ontzegd’. En ergens anders: ‘Ik denk niet dat de hemel aan de aarde kan tippen, behalve als het zoete vermogen tot herinneren daar behouden blijft.’
Onze krachten hangen samen met onze grenzen
Als stervelingen bezitten we krachten, laat Dickinson me zien, die goden ontberen. Die krachten hangen samen met onze grenzen. Omdat we alleen hier zijn en niet alomtegenwoordig, kunnen we hopen dat er iets naar ons onderweg is – zeg, een brief of een vriend.
Zoiets tref ik aan in vast niet alle, maar wel veel van de kunst die ik waardeer. Het zijn werken en ervaringen die ik ook vanuit de hemel zou kunnen missen: mooi, tijdelijk, eindig.
