Er zitten zeven filosofen rond een tafel, in deze volgorde: Alia, Barbara, Celia, David, Eline, Fiona en Gianni. Gianni zit dus weer naast Alia. Ze willen een kritische discussie voeren over de stelling dat materialisme verenigbaar is met het bestaan van God. Alia onderschrijft de stelling en twee anderen zijn het met haar eens. Barbara verwerpt de stelling en drie anderen zijn het met haar eens. Iedereen zit naast iemand die hetzelfde standpunt heeft, oftewel: niemand is het oneens met allebei zijn buren. Wie onderschrijven de stelling en wie niet?
Oplossing
Alia, Fiona en Gianni onderschrijven de stelling en Barbara, Celia, David en Eline verwerpen de stelling. Aangezien Alia de stelling onderschrijft en Barbara niet en iedereen naast iemand zit met wie die het eens is, kunnen we concluderen dat Gianni het met Alia eens is. Er is nog iemand die het met Alia eens is en die moet dus naast Alia of Gianni zitten. Barbara kan het niet zijn, dus moet dat Fiona zijn. Omdat er in totaal drie mensen de stelling onderschrijven, zullen de andere drie, net als Barbara, de stelling verwerpen.
