‘Dan kunnen we even kort schakelen over…’ In een mail bleven mijn ogen hangen bij deze woorden. Even kort schakelen. Toch vaak kantoorjargon voor ‘lang vergaderen zonder duidelijke agenda’.
Want wanneer is ‘even kort schakelen’ echt even en kort? Het duurt minstens twintig minuten en eindigt met drie actiepunten en een vervolgafspraak. Waarom verkleinen we het zo? Is ‘even’ een manier om de ander geen nee te laten zeggen?
En waarom gebruiken we in een werksetting van die mechanische woorden? We schakelen, stemmen af, parkeren ideeën, doen een bilaatje, pakken dingen op, zetten zaken uit. Sinds wanneer zijn we machines geworden? ‘Schakelen’ klinkt neutraal, mechanisch, efficiënt. Alsof we tandwielen zijn die even in elkaar moeten grijpen. Maar wat bedoelen we er precies mee?
Thuis zeg ik dit nooit. ‘Schat, kunnen we even kort schakelen over de afwas?’ ‘Mam, ik wil even een bila over kerst.’ Dat klinkt absurd. Waarom accepteren we het dan wel op de werkvloer?
Wat me ook opvalt: wie zegt het tegen wie? Meestal iemand die iets van je wil. Is ‘kunnen we even kort schakelen?’ een vraag of een vriendelijk verpakt bevel?
Misschien is het de tijdsdruk die we met z’n allen in stand houden. Alles moet ‘even’ en ‘kort’. Hebben we collectief afgesproken dat we geen tijd hebben voor een echt gesprek? Is ‘kort’ een statussymbool geworden?

