Milio van de Kamp: ‘Mensen die in armoede leven worden vaak geportretteerd als uitkeringstrekkers die gemakzuchtig zijn en gestimuleerd moeten worden om te werken. Maar mensen die financieel niets tekort komen, hebben geen idee met welke vormen van stigmatisering minvermogenden voortdurend te maken hebben. Armoede is meer dan een gebrek aan geld, het is ook een gebrek aan kansen, reputatie en macht.
De grootste misvatting over armoede is dan ook dat het je eigen schuld zou zijn als je te weinig financiële middelen hebt. Dit idee komt voort uit het meritocratische ideaal dat in onze samenleving heerst, dat een systeem van winnaars en verliezers creëert. Mensen met succes hebben dat volgens dat ideaal zelf verdiend, terwijl de verliezers niet hard genoeg zouden werken.
Bovendien bestaat er veel paternalisme rondom armoede; mensen in armoede worden vaak gezien als slachtoffers waarvoor gezorgd moet worden. Deze vooroordelen zorgen ervoor dat hun autonomie beperkt wordt. Ze worden weggezet als de ander, waarover beslist moet worden. Hierdoor worden ze niet serieus genomen en hebben ze geen maatschappelijke stem. Zo hebben de mensen die momenteel in armoede leven geen representatie in de politiek en wordt er in de media altijd over hen gesproken, maar nooit mét hen.
Het is voor mensen in armoede ingewikkeld om zich uit te spreken, omdat ze voor hun dagelijkse bestaan afhankelijk zijn van overheidsinstanties. Ze hebben simpelweg niet de positie om deze te bekritiseren. Alleen mensen die uit die situatie zijn, kunnen erover spreken. Als we de taboes op armoede willen doorbreken, moeten we ruimte maken om de mensen die in armoede leven een stem te geven.’
Milio van de Kamp (1991) is socioloog en doceert aan de Universiteit van Amsterdam. Hij groeide op in armoede en schreef daarover het boek Misschien moet je iets lager mikken (2024).
Misschien moet je iets lager mikken. Een verhaal over armoede en kansenongelijkheid
Milio van de Kamp
Atlas Contact
216 blz.
€ 16,99

