Home Schoonheid Je sociale status bepaalt wat je mooi vindt
Schoonheid

Je sociale status bepaalt wat je mooi vindt

Door Hanno Sauer op 18 maart 2026

modern huis met grind oprit oprijlaan en elektrische Volkswagen auto klasse
beeld Maximilian Bungart/Unsplash
Onze maatschappelijke positie beïnvloedt wat we mooi, leuk en lekker vinden, schrijft Hanno Sauer. ‘Smaak is klasse, klasse is smaak.’

‘Het beste gevoel ter wereld,’ bekende een vriend ooit aan mij, toen hij net terug was van een vermoeiende zakenreis, is ‘als je voor de oprit staat, de poort gaat open, je rijdt erdoor, hoort het knarsen van de kiezels onder de banden, en je weet: “Eindelijk, over tien minuten ben ik thuis!”’

Ook econoom en socioloog Thorstein Veblen, die het begrip ‘demonstratieve consumptie’ muntte en daarmee het intieme verband tussen klassenverschillen en esthetische signalen uitdrukte, was de kameleontische betekenis van opritten niet ontgaan; want net als de pauwenstaart zijn veel rijwegen merkwaardig onpraktisch aangelegd. Dat, zo verklaart Veblen, is natuurlijk het punt: hoe onpraktischer, hoe beter – dat vereisen de ‘financiële smaakvoorschriften’, die ‘eerbiedwaardige doelloosheid’ (reputable futility) verlangen. Een oprit die uitvoerig kronkelt is bijzonder nastrevenswaardig, omdat de bochten op vlak terrein imponeren door overbodigheid.

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Hanno Sauer (1983) is universitair hoofddocent filosofie aan de Universiteit Utrecht. Eerder verscheen van hem Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie (2023).

Het oppervlak van de oprit, vult cultuurwetenschapper Paul Fussell aan in zijn schitterende ‘gids door het Amerikaanse statussysteem’, is minstens even belangrijk: asfalt is hier ten strengste verboden, het moet grind zijn, omdat, zo stelt Fussell laconiek-apodictisch vast over de kleur: beige is best. Ook dit is weer geen toeval, maar volgt de ijzeren logica van kostbare signalen die onze smaak en esthetische voorkeuren bepaalt. Grind is in de eerste plaats onpraktisch en moet voortdurend onderhouden worden, wat je je moet kunnen veroorloven. Smaak is klasse, klasse is smaak.

Statuscompetities

Onze esthetische voorkeuren en culturele gewoonten, onze gehele levensstijl van de kleding die we dragen tot de muziek die we beluisteren, de meubels waarmee we ons omringen, zijn van deze logica doordrongen: de sociale signalen, waarmee we aan statuscompetities deelnemen, bepalen enerzijds welke esthetische voorkeuren we hebben en dragen anderzijds bij aan het consolideren van bestaande klassenverschillen door mensen te rangschikken naargelang hun culturele kapitaal.

Maar de logica van kostbare signalen doet nog meer. Ze verklaart ook de culturele evolutie van trends, de verspreiding van mode en culturele innovatie, de huidige structuurverandering van de esthetica, die de polariteit van goede smaak verandert van een elite/massa-onderscheid naar het verschil tussen omni- en univoren, en, ten slotte, waarom het kunstwezen zich progressief en inclusief voordoet, terwijl het een door en door ongelijke en exclusieve institutie is die zich heeft overgeleverd aan het vervaardigen van de statussymbolen die bestaand sociaal onrecht verder bestendigen.

De lepel van Veblen

De normen voor wat maatschappelijk als ‘goede’ smaak geldt, worden steeds gevestigd door de voorkeuren van de heersende sociale elites, want hun esthetische houding wordt door de rest van de maatschappij als maatgevend gezien en waar mogelijk nagebootst. De Schotse moraalfilosoof Adam Smith, grondlegger van de politieke economie, schreef al in de achttiende eeuw: ‘Door onze neiging om de rijken en groten te bewonderen en hen daarom ook te imiteren worden zij in staat gesteld om zaken, zoals men dat noemt, in de mode te brengen en te houden. Hun kledij is de modieuze kledij, de stijl van hun omgangstaal is de modieuze stijl, en hun manier van doen en hun houding zetten de toon van het modieuze gedrag. Zelfs hun ondeugden en dwaasheden zijn modieus.’

De voorkeuren van de bovenlaag mogen niet te dwingend zijn, willen ze als toonaangevend ervaren worden. De schoonheid van een gebruiksvoorwerp, zo schrijft Veblen, hangt nauw samen met de prijs: ‘Een met de hand gesmede zilveren lepel, met een handelswaarde van tussen de tien en twintig dollar, is gewoonlijk niet deugdelijker – in de oorspronkelijke zin van het woord – dan een machinaal vervaardigde lepel van hetzelfde materiaal en hoogstwaarschijnlijk ook niet deugdelijker dan een machinaal vervaardigde lepel van een “onedel” materiaal, zoals aluminium, waarvan de waarde niet meer dan tien a twintig cent bedraagt. De eerste lepel leent zich in werkelijkheid zelfs veel minder goed voor zijn doel dan de laatste.’

Bewijsdrang

De lepel van Veblen is overal. Het is de wezenskern van de door David Brooks als ‘bobo’ aangeduide bourgeois-bohémien, wiens categorische consumptie-imperatief het is om ‘enorm veel geld uit te geven aan dingen die vroeger goedkoop waren’. De hoogopgeleide klassen, die in de hippe wijken van coole steden wonen, vrezen het banale en vulgaire het meest, dat ze zien als onsubtiel en ostentatief. Goede smaak bestaat in zorgvuldig geplaatste kunst- en architectuurboeken, keukengerei dat ‘een verhaal vertelt’ en dat je op een onontdekte vlooienmarkt in Kaapstad gevonden hebt, de bijzonder aromatische koffiebonen die je alleen bij de kleine zelfstandige branderij om de hoek kunt vinden; de eclectische mix van Togo-fauteuil en Empire-kast, de Braun-stereoset van Dieter Rams op het wandmeubel van Poul Cadovius.

Oppervlakkig gezien gaat het om een afwijzing van demonstratieve consumptie, die in zijn schrilheid wordt geassocieerd met de gespannen bewijsdrang van sociale klimmers. Maar dit is natuurlijk precies de vorm van zelfbedrog waarvan we hebben geleerd dat die essentieel is voor het sturen van sociale signalen: in werkelijkheid doen mensen, die de onbehouwen show off-esthetiek van de nouveau riche afwijzen, zelf aan een vorm van signaleren; ze willen de statuscompetitie echter met tegen- en verhulde signalen winnen, in plaats van met duur-goedkope monogram-handtassen te pronken. Onopvallende consumptie is demonstratieve consumptie met andere middelen, want zoals we hebben gezien zijn tegensignalen eigenlijk signalen voor mensen die heel zeker zijn van hun status, en verhulde signalen zijn geen signalen die niemand mag zien, maar signalen die zich alleen tot een specifiek, soms zeer select, publiek richten. Desondanks blijven het signalen – er is geen ontsnappen aan.

Cool

Het zijn de kleine dingen, zegt de socioloog Elizabeth Currid-Halkett in haar boek The sum of small things. De demonstratief onopvallende consumptie van de ‘strevende klasse’ (aspirational class) is karakteristiek voor de structuurverandering van de esthetica in de vroege eenentwintigste eeuw, waarbij het er vooral op aankomt een bijzonder fijn afgestemde neus voor het schone en smaakvolle te cultiveren. Deze trend komt ook terug in de morele waarden en meningen van deze klasse; hier ontstaat een nieuwe ‘deugdelite’, die hun statuscompetities niet alleen beslechten met een geraffineerde smaak, maar ook met een zeer gevoelig ingesteld kompas voor moreel goed en slecht.

En waarom? Om zich, zoals Gary in Jonathan Franzens De correcties, te meten met mensen die precies hetzelfde nastreven: ‘Overal om hem heen waren miljoenen […] bezig met het najagen van hetzelfde: zich bijzonder voelen – dat volmaakte huis in victoriaanse stijl kopen, skiën op een ongerepte helling, de chef-kokpersoonlijk kennen, dat strandje zien te vinden waar nog niemand een voet had gezet. Verder waren er nog tientallen miljoenen […] die geen geld hadden maar er niettemin naar streefden om net zo cool te worden. En intussen was de trieste waarheid dat niet iedereen bijzonder kon zijn, niet iedereen buitengewoon cool kon zijn; want wie bleef er dan nog over om gewoon te zijn? Wie nam de ondankbare taak op zich om relatief niet cool te zijn?’

Dit is een bewerkte en ingekorte voorpublicatie van het boek Klasse. Het ontstaan van boven en onder van Hanno Sauer, dat op 20 maart 2026 verschijnt bij De Bezige Bij.

Klasse. Het ontstaan van boven en onder
Hanno Sauer
vert. Laura Molenaar

De Bezige Bij
368 blz.
€ 27,50

Loginmenu afsluiten