De Weg (Tao) die als de Weg aangeduid kan worden, is niet de permanente Weg./ De naam die genoemd kan worden, is niet de permanente naam. Met deze paradoxale woorden begint Het Canonieke Boek van de Weg en de Deugd (Daodejing), dat traditioneel toegeschreven wordt aan de antieke Chinese wijsgeer Lao Zi (‘Oude Meester’, ca. 600 v.Chr.). Zijn bundel van 81 buitengewoon mysterieuze gedichten zou na de Bijbel het meest vertaalde werk ter wereld zijn. Zeker is dat lezers binnen en buiten China eindeloos gefascineerd zijn door Lao Zi’s paradoxen, zoals De hoogste deugd is geen deugd/ Daarom is zij deugd.
Dat Lao Zi ook in Nederland populair is, bewijzen twee recente publicaties. De Vlaamse sinoloog en taoïsme-kenner Jan De Meyer maakte onder de titel Maak kennis met Laozi een gloednieuwe vertaling van de Daodejing. Carlo Hover, beoefenaar van de Chinese vechtkunst taijiquan en ‘liefhebber van Chinees denken’, schreef een algemene inleiding tot het werk van de Oude Meester: De essentie van Laozi. Beide boeken laten de filosofisch geïnteresseerde lezer met gemengde gevoelens achter.
Vanzelfsprekend valt iedere nieuwe doorwrochte Daodejing-vertaling te prijzen, al was het maar als tegenhanger voor de religieus getinte versie van Kristofer Schipper uit 2014. De Meyers tekst bestaat van begin tot eind uit kraakhelder Nederlands en leest, voor zover je dat bij Lao Zi kunt zeggen, lekker weg. Bij de toelichting en de noten wringt echter de schoen. Deze onderdelen zijn zo kort dat noch de beginnende, noch de gevorderde lezer werkelijk een beeld krijgt van de taoïstische filosofie. Het gevolg is dat je vaak met vragen blijft zitten.
Zo draait het eerste gedicht om de Weg, de mysterieuze oorsprong van alles wat is, die je principieel niet kunt benoemen. Het achterliggende filosofische argument is dat wijzelf ook uit deze bron voortkomen en ons buiten het heelal zouden moeten plaatsen om iets over de bron te zeggen. Dit is vanzelfsprekend onmogelijk, maar we kunnen wel provisorisch spreken. De Meyer vertaalt twee van die tastende woorden voor Tao als ‘naamloos’ en ‘naamhebbend’. Een gangbare vertaling luidt echter ‘niets’ en ‘iets’ of ‘bestaan’. Dit woord ‘niets’ heeft als essentiële implicatie dat alle dingen uit een mysterie ontstaan dat zelf geen ding is en in die zin ‘niets’ is. Vertaalkeuzes zoals deze worden door De Meyer nergens toegelicht.
Permanente verandering
Hovers’ De essentie van Laozi vormt meer dan De Meyers vertaling een eerste kennismaking met het denken van de Oude Meester. Het boek begint veelbelovend, namelijk met de vaststelling dat je de Daodejing op talloze manieren kunt lezen, bijvoorbeeld als vorstenspiegel, als mystiek traktaat, als handleiding voor lichaamswerk, als pleidooi voor feminiene waarden of juist als verheerlijking van totalitarisme.
Jammer genoeg houdt Hover deze openheid niet lang vol, met name als hij een poging tot filosofische duiding van Lao Zi onderneemt. Zo stelt hij stelt hij dat Tao ‘niet transcendent, maar juist immanent’ is. Het spannende van het Tao-concept is echter dat het alle tegenstellingen omvat. De Weg is dus inderdaad werkzaam in de dingen zelf (immanent), maar is net zo goed transcendent, omdat Tao alle dingen voortbrengt en er op die manier als eerste ‘is’.
Ook stelt Hover dat je Lao Zi als een fenomenoloog kunt zien, namelijk als iemand die de ‘directe en intuïtieve ervaring van verschijnselen’ als kennisbron beschouwt. Helaas past zo’n modern-westerse visie, die uitgaat van de tweedeling ‘verschijnselen’ en ‘waarneming’ niet goed in een taoïstisch wijsgerige context. Wie met alle geweld een westerse term wil gebruiken, kan beter zijn toevlucht nemen tot ‘procesdenken’.
Even tussendoor …
Volgens een antiek-Chinese opvatting is de werkelijkheid namelijk een permanent transformatieproces. De verborgen ‘motor’ achter deze veranderingen is niets anders dan Tao, zo stelt het eerste gedicht van de Daodejing. Op die manier is de Weg ook meer dan een ‘verlegenheidsnaam, waaraan we weinig waarde hoeven te hechten’, zoals Hover beweert, maar het best mogelijke woord om de werkelijkheid aan te duiden.
En kunnen we nu werkelijk ‘alle kanten op’ met Lao Zi, zoals Hover en in zekere zin ook De Meyer stelt? Dat valt te bezien. Chinese commentaren geven al eeuwenlang aan dat bepaalde gedichten coherente reeksen vormen, bijvoorbeeld die over de kracht van het zachte. Daarnaast bestaat de traditie om Lao Zi met Lao Zi uit te leggen, dus de gedichten elkaar laten belichten. Hiervoor hebben we niet direct een westers begrippenapparaat nodig, maar wel een gedegen wijsgerig commentaar.
Maak kennis met Laozi
Jan De Meyer
Otheo
104 blz.
€ 15,-
De essentie van Laozi
Carlo Hover
ISVW Uitgevers
192 blz.
€ 17,50



