Home Politiek 4 vragen aan… Jessica Stern
Politiek

4 vragen aan… Jessica Stern

Door Annette van der Elst op 27 mei 2015

4 vragen aan… Jessica Stern
Cover van 06-2015
06-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Jessica Stern is een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van terrorisme en jihad. Onlangs schreef ze IS. Staat van terreur. ‘De IS-strijders laten zich door Thanatos leiden, niet door Eros.’ 

Wat kan ik weten?
‘De mens kan wreed zijn. Empathie, je inleven in de ander, is het tegengif tegen die wreedheid. Aan het einde van de achttiende eeuw nam de geïnstitutionaliseerde wreedheid in het Westen af. De humanitaire revolutie in die eeuw leidde tot een groeiend respect voor het menselijk leven. Deze revolutie kun je toeschrijven aan toenemende geletterdheid, want wanneer mensen lezen, leren ze mee te voelen met anderen buiten hun familie, stam of natie.

Empathie kan ook afnemen, bijvoorbeeld wanneer iemand te vaak doodsangsten uitstaat, te vaak slachtoffer is geweest van geweld of zelf vaak geweld heeft gepleegd. IS gebruikt regelmatige blootstelling aan geweld als techniek om het vermogen tot empathie onder haar volgelingen uit te hollen. Op de scholen die IS heeft opgericht in het kalifaat krijgen kinderen, naast lessen in de sharia, les in onthoofden; ze oefenen op poppen met blond haar. Ze kiezen niet voor onthoofdingen – zoals vroeger bij de guillotine – om een executie zo pijnloos mogelijk te laten verlopen, ze gebruiken bijvoorbeeld botte messen om de pijn te vergoten. De IS-strijders laten zich door Thanatos leiden, niet door Eros. Ze houden van de dood, zoals Bin Laden dat ook verwoordde: “We love death more than you love life.”’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wat moet ik doen?
‘We weten dat IS zich bewust op grote schaal bezighoudt met mishandeling van kinderen, ze streeft naar de schepping van een nieuwe mens. Jonge kinderen zijn gemakkelijker om te vormen tot zo’n nieuwe mens. De organisatie ronselt kinderen uit eigen geledingen, of ze ontvoeren kinderen uit andere geloofsgemeenschappen, zoals christenen of Jezidi’s. Ze zetten ze in op het slagveld, gebruiken ze als menselijk schild of laten ze zelfmoordaanslagen plegen
Zorgwekkend zijn de langetermijneffecten hiervan op deze kinderen – waarbij het overigens ook de vraag is of en hoe we ze moeten berechten; zijn zij slachtoffers of daders? Ze zullen last krijgen van angsten en depressie. Maar uit onderzoek blijkt ook dat wanneer ze leren plezier te beleven aan moorden, ze minder snel emotionele problemen krijgen. We weten niet of IS doelbewust een samenleving schept met een hang naar gewelddadige agressie. Maar het bewind van IS zal uiteindelijk ongetwijfeld leiden tot een zwaar getraumatiseerde generatie.’

Wat mag ik hopen?
‘Een van de redenen voor de wreedheden is het geloof in de profetieën over het einde der tijden. Veel moslims, wereldwijd, denken dat dit einde is aangebroken, en IS beroept zich hier heel expliciet op. De eindtijd wordt ingeleid door een sektarische oorlog: niet alleen tegen joden, christenen, polytheïsten en “ongelovigen” maar ook tegen de sjiitische moslims. Die verwachting is een belangrijk onderdeel van het verhaal van IS, dat ze gebruiken om mensen aan te trekken. Dit narratief schetst een simpel beeld van een strijd tussen goed en kwaad, waarbij iedereen die niet hun visie deelt, gedood moet worden.

We kunnen hopen dat mensen die ontvankelijk zijn voor dit verhaal geleerd wordt om problemen vanuit verschillende perspectieven te bekijken – we noemen dit integratieve complexiteit, wat niet hetzelfde is als intelligentie, extremisten zijn soms uitzonderlijk intelligent. Het heeft eerder te maken met flexibiliteit van denken en vermogen om dingen vanuit het oogpunt van een ander te zien.’

Wat is de mens?
‘We moeten tegenover het narratief van IS, de propaganda die ze verspreiden via sociale media en waarmee ze jongeren uit westerse landen rekruteren, een complexer verhaal neerzetten. Dat moet dan wel van aansprekende jongeren komen, zoals hiphoppers en jongere moslims. Ik ga volgend jaar met studenten uit allerlei disciplines – psychologie, politicologie, ICT – onderzoeken hoe dit soort counter narratives in de sociale media kunnen worden ingezet. Het is een prachtige manier om jonge mensen te betrekken in deze nieuwe soort oorlog via de sociale media.

Verder moeten we beheerst blijven in onze respons. Wanneer we met groot geweld, zoals grondtroepen, terugslaan, zal dat juist het IS-verhaal over de eindtijd bevestigen; die laatste veldslag met de “kruisvaarders” zal volgens de aanhangers van IS plaatsvinden in een stad op de grens van Syrië en Turkije, Dabiq, waar ze ook hun glossy naar hebben vernoemd. In die stad is in november 2014 de gijzelaar Peter Kassig onthoofd. Aan het slot van de onthoofdingvideo zei de beul Jihadi John “vol verwachting te wachten op de komst van de rest van [de] legers [van de Amerikaanse kruisvaarders].” Ze willen oorlog

Het is uiterst belangrijk om ons, juist in de strijd met IS, te houden aan onze eigen waarden. Maar ik besef dat we te maken hebben met een groot dilemma, want kunnen we wel toestaan dat ze hele bevolkingsgroepen uitmoorden? Maar laten we leren van onze ervaringen met eerdere interventies; die hebben het probleem niet weggenomen.’

De Duitse denker Immanuel Kant probeerde in zijn filosofie vier vragen te beantwoorden. Annette van der Elst legt deze vragen voor aan mensen die in het nieuws zijn.