Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 9/2020

Zonder vertrouwen hadden we geen taal

Marnix Verplancke

De mens is het enige wezen dat kan praten, beweerde Aristoteles al, maar op de vraag waarom die mens dan ooit ging praten had hij geen antwoord. Omdat hij een sociaal wezen is, meent de Zweedse linguïst en natuurkundige Sverker Johansson.

We staan er niet zo vaak bij stil, maar in vergelijking met andere dieren hebben wij een serieuze handicap: we verstaan elkaar niet goed. Rijd een paar honderd kilometer naar het oosten en zodra je de Duitse grens over bent merk je dat de mensen er iets spreken dat misschien wel wat lijkt op Nederlands, maar het echt niet is. Haal daarentegen een Peruviaanse kat hiernaartoe en ze zal meteen begrijpen wat haar Nederlandse soortgenote bedoelt met deze of gene miauw. Volgens de Zweedse linguïst en natuurkundige Sverker Johansson, auteur van het boek De oorsprong van taal, is daar een goede reden voor. ‘De miauw van een kat is aangeboren,’ zegt hij. ‘Vandaar dat die overal ter wereld hetzelfde klinkt. De menselijke taal daarentegen is aangeleerd, en daardoor heel flexibel. We schatten dat er vandaag de dag tussen de 4000 en 7000 talen zijn, en die veranderen ook nog eens onophoudelijk. Er komen woorden bij, bepaalde uitdrukkingen verdwijnen en andere steken de kop op. Stel dat twee groepen mensen die dezelfde taal spreken van elkaar geïsoleerd raken, dan zullen hun beider talen heel snel uit elkaar groeien. En omgekeerd geldt dat ook. Twee bevolkings­groepen die samenwerken maar een andere taal spreken, zullen na verloop van tijd een gemeenschappelijke taal creëren. Dat gebeurde vaak in koloniale tijden. Er werd een eenvoudige taal gecreëerd om het werk gedaan te krijgen. De kinderen van de slaven op de plantage leerden het pidgin en verbeterden het, tot er een paar generaties later sprake was van een nieuwe taal.’

Had Aristoteles dan een punt toen hij de mens definieerde als het enige talige wezen?

‘In Dierentalen beweerde Eva Meijer dat zowat alles wat dieren doen taal is, dus ook het miauwen van een kat en het blaffen van een hond. Op dat moment wordt het woord “taal” gewoonweg nutteloos en betekenisloos. Wat iets een taal maakt is openheid en flexibiliteit, een systeem dat oneindig ver uitgebreid kan worden, waarin we het over alles kunnen hebben wat we maar wensen en waarin we specifiek genoeg kunnen zijn om door anderen begrepen te worden. Zelfs over dingen die hier niet zijn of die niet eens bestaan. Dat kun je met mensentaal doen, maar niet met kattengemiauw of vogelgezang. Je kunt chimpansees woordachtige symbolen bijbrengen. Ze kunnen een paar honderd woorden of symbolen leren en daarmee communiceren. Ook dolfijnen lijken dat te kunnen, maar of ze echt een taal hebben is niet duidelijk; daar weten we gewoon niet voldoende over. Voor zover we weten hebben alleen wij dus een echte taal.’

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden