Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 6/2020

Ze zal er wel om hebben gevraagd

Jannah Loontjens
Essayist

Een vrouw die is misbruikt, krijgt vaak zelf de schuld. Had ze maar moeten wegrennen, geen jurkje moeten dragen. Waarom krijgen slachtoffers de verantwoordelijkheid toegeschoven?

Toen ik achttien was, ging ik naar de politie om een man aan te geven. Het ging om een fotograaf die meisjes goedbetaalde modellenopdrachten beloofde, ze dan dronken voerde en misbruikte. Ik weigerde te drinken en wist hem zo goed ik kon van me af te houden. Toen hij merkte dat hij me niet de baas was, sloot hij me urenlang in een kamer op. Zodra hij terug was, vocht ik mezelf los en rende het huis uit. Ik wist niet goed waar ik was. Als een waanzinnige rende ik zo hard ik kon eindeloze straten door, tot ik een station zag, waar ik blindelings een metro in sprong. Bij de politie hielden ze een foto op. ‘Is dit hem?’ Hij was al vaker aangegeven. Ik schaamde me dat ik in zijn val was getrapt, dat ik hem had vertrouwd. Ik vertelde niemand erover.

Zelfs nu ik dit opschrijf, bijna dertig jaar later, voel ik opnieuw de schaamte. Alsof ik er eigenlijk zelf ook schuldig aan ben. Het is een bekend patroon: na misbruik schaamt de vrouw zich en voelt zich schuldig, alsof ze het had kunnen voorkomen. Rebecca Solnit, die in haar boek Mannen leggen me altijd alles uit de schokkende aantallen van verkrachtingen en gevallen van huiselijk geweld opsomt, soms met de dood tot gevolg, schrijft dat campagnes die het aantal verkrachtingen en aanrandingen moeten tegengaan ‘de hele last van preventie bij de mogelijke slachtoffers leggen, terwijl het geweld op zich wordt beschouwd als een gegeven feit’. Hoe kan het dat de slachtoffers zo vaak de verantwoordelijkheid wordt toegeschoven?

Vooropgezette ideeën

Bij schuldvragen baseren we ons oordeel niet alleen op wat er is gebeurd. Minstens even belangrijk is hoe we over de dader dan wel het slachtoffer denken. Zoiets onzinnigs als je postcode kan de mate waarin je schuldig wordt bevonden beïnvloeden. En dat geldt nog meer voor je huidskleur, je kleding, je geloofsovertuiging, je inkomen en je gender. De betekenis van een handeling ligt niet zomaar in de daad zelf besloten, maar hangt mede af van hoe de beoordelaar ernaar kijkt. Die beoordelaar kan bijvoorbeeld een getuige zijn, een toeschouwer, rechter of journalist.

De vrouw symboliseert al eeuwenlang het lichamelijke, minderwaardige

De beoordelaars kunnen soms zo sterk door vooropgezette ideeën gestuurd worden dat het slachtoffer in plaats van de dader de schuld krijgt. Solnit noemt een verhaal van een vrouw die ‘midden in de nacht haar huis uit was gerend, gillend dat haar man haar wilde vermoorden’. Iedereen dacht dat de vrouw niet goed snik was, aangezien de man een keurige middenklasser was. Hiermee vergelijkbaar is het verhaal van journalist Lisa Taddeo in Drie vrouwen over een schoolmeisje dat haar leraar aanklaagde wegens misbruik: ze had geen schijn van kans, omdat de leraar populair was; hij was getrouwd, had kinderen, woonde aan de betere kant van de stad en had meer geld voor een goede advocaat. Bovendien had hij even daarvoor een prijs gewonnen voor beste docent. In de media werd het meisje beschuldigd van smaad, narcisme en waanzin.

Vooropgezette ideeën spelen een rol in de representatie van een gebeurtenis. Een man uit de middenklasse representeert redelijkheid, controle en rationaliteit, terwijl de vrouw al eeuwenlang het lichamelijke, minderwaardige, emotionele symboliseert. Vrouwen zijn humeurig, opvliegend en onbetrouwbaar. Een vrouw die is misbruikt, zal er wel om gevraagd hebben, is een onbewuste aanname die diep in onze cultuur verankerd ligt en waarop zowel mannen als vrouwen zichzelf nog vaak betrappen.

Belichaming van de duivel

Er zijn genoeg voorbeelden van landen en historische perioden waarin niet iedereen dezelfde wettelijke bescherming geniet. Ongeacht afkomst, religie of huidskleur zijn vrouwenlevens vrijwel overal en lange tijd minder waard geweest dan de levens van mannen.

Simone de Beauvoir noemt in De tweede sekse tal van voorbeelden waaruit blijkt hoe de vrouw eeuwenlang ten eerste een bezit was van de man. Zonder echtgenoot, vader of broer werd de vrouw niet als volwaardig persoon door de wet beschermd. In de Middeleeuwen had de vrouw wel waarde als bezit; zo kon de echtgenoot een aanklacht indienen als iemand zijn vrouw had vastgepakt. Hier stond een boete op, maar de vrouw had als individu geen enkel recht.

In de Middeleeuwen had de vrouw wel waarde als bezit

Herman Pleij beschrijft in zijn boek Oefeningen in genot: liefde en lust in de late Middeleeuwen niet alleen hoe de vrouw als een schepsel werd gezien dat minder intelligent was, maar dat ze ook als de belichaming van de duivel werd beschouwd. Alleenstaande vrouwen kregen vaak de schuld van misstanden in de samenleving: ze werden als heks verbrand, ze werden verkracht, en getrouwde mannen hadden het recht hun vrouw tot op sterven na dood te slaan. Pleij citeert uit een politiereglement uit 1444 uit Aardenburg, in Zeeuws-Vlaanderen: ‘Een man mach sijn wijf slaen ende steken, upsniden, splitten van beneden tot boven ende waermen zijn voeten in haer bloet.’

Van de oude opvatting dat zich in het vrouwenlichaam de verleiding van het boze manifesteert, zijn nog altijd sporen te vinden in het onbewuste van onze samenleving, in sociale patronen en onuitgesproken opvattingen. Bijvoorbeeld als bij een verkrachting niet alleen de daad van de man wordt onderzocht, maar ook de verleidelijkheid van de vrouw. ‘De strijd van vrouwen om te worden behandeld als mensen met het recht om te leven, vrij te zijn en mee te spelen in de culturele en politieke arena gaat voort,’ schrijft Solnit, ‘en soms is het een behoorlijk grimmige strijd.’

Bang voor wraak

Chanel Miller, die werd verkracht en als een stuk vuil op straat werd achtergelaten, moest in de rechtszaal vechten om gehoord te worden. In Ik heb een naam schrijft ze hoe jarenlang de media berichtten over dat ze een jurkje droeg en dronken was en het zelf had uitgelokt. Dergelijke beschuldigingen werken zo sterk in onze denkgewoonten door dat meisjes en vrouwen die verkracht zijn naderhand vaak zelf de schuld op zich nemen. Ze hadden het moeten zien aankomen, hadden moeten wegrennen, zich meer moeten verzetten, harder om hulp moeten roepen, niet juist dat jurkje moeten dragen, minder make-up et cetera.

Toen ik bijna twee jaar later door de politie werd gebeld met de vraag of ik tegen de fotograaf wilde getuigen, durfde ik niet. Hoezeer ik hem ook haatte en hem dood wenste, ik durfde niet tegenover hem te staan. Ik was bang voor de man, bang voor de herinnering, bang voor wat er in me boven zou komen, bang dat de man niet veroordeeld zou worden, bang voor zijn wraak, dat ik hem op straat zou kunnen tegenkomen.

Ook deze angstige reflex, de neiging om je te verstoppen – waar ik me overigens ook beschaamd over voel – is een patroon. Solnit schrijft: ‘Toen ik jong was werden er op de campus van een grote universiteit vrouwen verkracht, waarop de autoriteiten reageerden door alle vrouwelijke studenten op te dragen in het donker niet alleen naar buiten te gaan of überhaupt niet naar buiten te gaan.’ Mannelijke agressie tegenover vrouwen wordt gezien als een onvermijdelijk kwaad. Het enige wat we ertegen zouden kunnen doen is ons verschuilen. Geweld van mannen wordt hiermee nog net niet goedgepraat; wel wordt de verantwoordelijkheid voor wat er zou kunnen gebeuren bij de vrouw gelegd. Ja, als ze dan naar buiten gaat, is het ook haar eigen schuld.


Mannen leggen me altijd alles uit | Rebecca Solnit | Podium | 158 blz. | € 19,90


De tweede sekse | Simone de Beauvoir | Bijleveld | 887 blz. | € 39,90


Oefeningen in genot: liefde en lust in de late Middeleeuwen | Herman Pleij | Prometheus | 432 blz. | € 29,99


Drie vrouwen | Lisa Taddeo | Nijgh & Van Ditmar | 320 blz. | € 21,50


Ik heb een naam | Chanel Miller | Xander Uitgevers | 400 blz. | € 20,99