Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 6/2018

Workineh Kelbessa: ‘De Oromo (Ethiopië) denken al eeuwenlang groen’

Merel Kamp
Schrijver & ontwerper

Als kind had filosoof Workineh Kelbessa niets op met de traditionele wijsheid van de Ethiopische Oromo-gemeenschap. Later ontdekte hij dat de wereld veel zou kunnen leren van hun natuurethiek.

Op een zonovergoten dag lopen milieufilosoof Workineh Kelbessa en ik door het centrum van Utrecht naar de Oude Hortus Botanicus – natuur bewaard in een stad. Daar beginnen we ons gesprek op een bankje in de schaduw van een boom – ongetwijfeld een bijzonder exemplaar, maar we keken niet naar het naambordje. Kelbessa heeft wel iets over bomen te zeggen: ‘Het Oromo-volk kent de gewoonte om een boom te planten op de plek waar ze een dode hebben begraven. Daar heb je al een voorbeeld van een lokale milieumaatregel: zo’n boom kap je namelijk echt niet zomaar om! Bomen zijn heel belangrijk voor de Oromo. Er is zelfs een gezegde: “Het is beter om een boom te planten dan om een nutteloze zoon te hebben.”’ Later die dag zal Kelbessa spreken op het festival Thinking Planet en daar een lans breken voor de oorspronkelijke (indigenous) kennis en milieu-ethiek van de Oromo, de grootste etnische groep van Ethiopië (35 à 40 miljoen mensen).

Wie zijn de Oromo?
‘De Oromo wonen door heel Ethiopië. Ze vormen uiteraard geen homogene groep. In het zuiden van Ethiopië vind je Oromo die traditioneler leven dan elders. In het algemeen voorzien de Oromo in hun levensonderhoud met landbouw en veeteelt – door de extreme droogte in grote delen van Ethiopië stapten veel mensen over van landbouw op veeteelt. Sommigen hebben kleine bedrijfjes.’ 

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Merlijn Doomernik

Dorpje

Kelbessa zelf is driekwart Oromo. ‘Maar dat doet er niet echt toe’, vindt hij. Hij groeide op in een klein dorpje op zo’n 100 kilometer van Addis Ababa. Zijn vader was boer en zijn moeder huisvrouw. Nu woont Kelbessa in de hoofdstad en werkt hij er aan de universiteit. 

Hoe kwam u van zo’n klein dorpje naar een professoraat aan de universiteit?
‘Dat was niet gemakkelijk! Toen ik klein was stond ik elke dag om halfzes op om de vijftien kilometer naar school af te leggen. Mijn moeder had mijn ontbijt de avond tevoren al klaargezet. Soms bleef ik op school tot vijf uur ’s middags. In al die tijd tussen zes uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags had ik dan geen eten. Toen ik naar de universiteit ging, sliepen we met z’n negenen op een kleine kamer en at ik van maandag tot en met vrijdag van hetzelfde brood. Ik was, in de gemeenschap waar ik vandaan kom, de enige die naar de universiteit ging. Aanvankelijk studeerde ik handel. Later, als studentenactivist, las ik Marx, Engels en Lenin, en kreeg ik steeds meer belangstelling voor de filosofie.’

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden