Home Wil de echte Popper opstaan?

Wil de echte Popper opstaan?

Door Sebastien Valkenburg op 29 mei 2012

Cover van 06-2012
06-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

Kleine stappen, veilig thuis, zei Karl Popper. Of proberen de Realpolitiker Mark Rutte en Herman van Rompuy de Oostenrijkse filosoof voor hun karretje te spannen?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wil de echte Popper opstaan?
Die vraag dringt zich op na lezing van De open samenleving onder vuur. Deze bundel bevat de teksten van de Popperlezingen, die de Vlaamse denktank Liberales sinds 2007 jaarlijks organiseert. Overkoepelend thema: bedreigingen voor de open samenleving en mogelijke remedies daartegen. Nu de lezingen achter elkaar staan afgedrukt, vallen de verschillen op tussen de sprekers. Terwijl ze zich toch allemaal beroepen op de naamgever van de lezing, de Oostenrijkse, liberale filosoof Karl Popper.  

Zo houdt Hugo Dyserinck, emeritus hoogleraar wijsbegeerte en vergelijkende literatuurwetenschap, met de tweede Popperlezing een pleidooi voor de ‘Europese eenmaking’. Een grotere eurofiel dan hij zul je niet snel tegenkomen. Na de economische integratie moet het continent nu streven naar culturele eenwording. Probleem is echter dat de inwoners van de EU-landen nog denken in ‘nationale categorieën’.
Dat het perspectief van de Verenigde Staten van Europa anno 2012 onwaarschijnlijker is dan ooit, doet even niet terzake. Het gaat om het felle contrast met de vijfde en meest recente Popperlezing. Spreker: minister-president Mark Rutte. Hij greep de gelegenheid juist aan om te pleiten voor een Europese Unie die zich bescheiden opstelt. Liever een gemeenschap die welvaart en groei centraal stelt dan ‘Europa als verheven project’.

Dyserinck versus Rutte. Ze vertegenwoordigen de twee uiterste posities in De open samenleving onder vuur. In het eerste geval dient Popper als krachtvoer voor wereldverbeteraars, Dyserinck vertoont dan ook de progressieve geestdrift van een D66’er. Afgezet tegen het kosmopolitisme dat eigen is aan dit kamp heet de natiestaat al snel achterhaald en kan de afwijzing van de Europese Grondwet in 2005 enkel duiden op oprukkend tribalisme. In het andere kamp lengt Rutte het liberalisme aan met een flinke scheut conservatisme. Grootste plannenmakerij en onstuitbare dadendrang, daar is hij wars van. Ofwel: Popper als wáárschuwing tegen wereldverbeteraars.

De andere bijdragen aan de bundel zijn te plaatsen op de as die loopt van Dyserinck naar Rutte, van progressief naar conservatief. Zo neigt samensteller Dirk Verhofstadt naar de eerste pool als hij Popper actueel acht vanwege ‘de Verlichtingswaarden’, die tegenwoordig onder druk zouden staan. Welke waarden dit zijn noemt hij niet, maar het vaak verwijst deze kapstokterm naar een brede waaier aan rechten die actief verspreid moeten worden. Herman van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad en uitspreker van de derde Popperlezing, schuift weer meer richting Rutte. Instemmend haalt hij Popper aan, die uiteindelijk een voorkeur had voor ‘simpele, pragmatische Realpolitik’.

Een zelfstandige positie neemt trouwens Denker des Vaderlands Hans Achterhuis in. Zijn invalshoek: de relatie tussen Karl Popper en diens goede vriend Friedrich von Hayek. Zelf meenden ze een tamelijk identieke positie te verdedigen, maar hoe terecht was die claim? Wat volgt is een bescheiden, maar kritische tekstanalyse van beider oeuvres.

Behoorlijk uiteenlopende standpunten blijken zich dus stuk voor stuk te beroepen op The Open Society and Its Enemies (1945). Ieder zijn eigen Popper, lijkt het. Zo vergaat het denkers die de canon bevolken vaker – denk ook aan het scheermes van Ockham en de natuurlijke selectie van Charles Darwin. Zodra hun ideeën in de bloedbaan van de cultuur belanden, gaan die een eigen leven leiden.

Wellicht blijkt hieruit ook iets van de universele zeggingskracht van zulke evergreens. Tegelijk blijft de vraag legitiem waar het originele concept ophoudt en de eigen interpretatie ervan begint. In het geval van de gebundelde Popperlezingen: wie van de sprekers blijft het dichtst in de buurt van bij het oorspronkelijke idee van de open samenleving? Het progressieve of het conservatieve kamp?
 

Politieke falsificatie

Welbeschouwd is het basisidee achter de open samenleving doodsimpel. Waarmee uitdrukkelijk níet is gezegd dat het ook irrelevant zou zijn – eenvoud en transparantie zijn vaker, misschien zelfs bij uitstek, kenmerken van de allergrootste ideeën (zie opnieuw Ockham en Darwin). Zit het zo simpel! is daarom niet zelden de reactie als mensen zulke concepten voor het eerst doorgronden.

Weliswaar wijdde Popper ruim 700 pagina’s aan het onderwerp, maar dit betreft vooral heel veel historische adstructie. In de kern doet hij niets anders dan zijn falsificatiebeginsel uit de wetenschapsfilosofie overhevelen naar de politieke filosofie. Wat houdt dit principe ook alweer in? Wil je een theorie onderbouwen, ga dan op zoek naar tegenvoorbeelden. Wie meent dat alle zwanen wit zijn, heeft niets aan nog een wit exemplaar. Zijn claim test hij pas echt door zich te richten op een zwarte zwaan.

Hoe ziet falsificatie er in de maatschappelijke context uit?
Achterhuis schetst de situatie van ‘een voortdurende kritische discussie. In deze discussie kunnen onze hypothesen en ideeën sneuvelen, in plaats van dat wij zelf menen ons leven te moeten geven voor de waarheid van onze ideeën. De revolutionaire omverwerping van onze theorieën kan zo de plaats innemen van de gewelddadige revoluties die mensenoffers blijven eisen.’ Georganiseerd wantrouwen is de grondslag van de open samenleving, en dus géén ambitieus politiek program met hoogdravende idealen.