Home Niet-westerse filosofie Wie wijs is weigert macht
Niet-westerse filosofie

Wie wijs is weigert macht

Sinoloog Jan De Meyer bespreekt wonderlijke verhalen over taoïstische kluizenaars die vriendelijk bedanken voor de macht die ze aangeboden krijgen.

Door Michel Dijkstra op 23 september 2022

Wie wijs is weigert macht Beeld Tianshu Liu
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

In de taoïstische filosofie stuit je af en toe op wonderlijke verhalen, zoals dit: ‘Keizer Yao deed afstand van de troon ten gunste van Xu Yu. Xu Yu weigerde. Toen viel zijn keuze op de kluizenaar Zichou Chifu. “Het is niet zo’n slecht idee om mij tot keizer te maken,” zei de kluizenaar. “Op het ogenblik heb ik echter last van een kwaal. Ik moet daar aandacht aan besteden en heb geen tijd voor een rijk.”’ Zulke woorden laten de lezer in verwarring achter. Want waarom zou je het keizerschap van China weigeren?

Sinoloog Jan De Meyer laat in De Weg terug zijn licht schijnen op meer dan een dozijn bizarre verhalen over zelfverzekerde ‘machtsweigeraars’ zoals Zichou Chifu. Op het eerste gezicht lijkt deze taoïstische wijsgeer een ultieme egoïst, omdat hij in plaats van het Chinese volk te dienen alleen aandacht besteedt aan zijn eigen hoofdpijn. Maar schijn bedriegt. Als de kluizenaar er namelijk voor zou kiezen om het keizerschap te aanvaarden, dan zou zijn kwaal alleen maar erger worden en zou hij – en hoogstwaarschijnlijk het hele rijk met hem – ten onder gaan. Daarom moet je eerst goed voor eigen lijf en leden zorgen voordat je een ambitieuze nieuwe baan op je neemt. Een gedachte die iedereen die carrière maakt ter harte kan nemen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Waterbron

Taoïstische kluizenaars zijn niet simpelweg individuen die de bewoonde wereld verlaten en van wie je nooit meer iets verneemt, maar criticasters van het politieke establishment.

De Meyer stelt dan ook terecht dat het concept ‘kluizenaar’ deze Chinese wijsgeren niet adequaat beschrijft. Een denker zoals Zhichou Chifu, een mythische figuur uit de schimmige ‘Hoge Oudheid’, beschikt in principe over alle kwaliteiten om het keizerrijk te leiden, maar kiest bewust voor een anoniem leven. Daarvoor hoef je zelfs niet naar de bergen of bossen te vluchten: je kunt heel goed ‘kluizenaar’ zijn te midden van het gewone volk of zelfs aan het keizerlijk hof. Vandaar dat De Meyer het enigszins in onbruik geraakte begrip ‘anachoreet’ beter bij deze eigenzinnige individuen vindt passen. Hij citeert de definitie van schrijver Pascal Quignard: ‘Een anachoreet is iemand die zich heeft teruggetrokken, die zijn tijdperk verlaat en zich voorneemt stroomopwaarts terug te gaan in de tijd.’

De hele werkelijkheid komt spontaan uit Tao voort

Deze woorden van Quignard verklaren de door De Meyer treffend gekozen titel De Weg terug. Een van de twee overkoepelende motto’s luidt: ‘Teruggaan is de beweging van de dao.’ Dit begrip, dat je volgens de Dikke Van Dale als ‘Tao’ moet schrijven, betekent ‘de Weg’ en vormt het kernbegrip van het taoïsme. Tegelijkertijd is dit concept het moeilijkst te doorgronden onderdeel van deze filosofie, want het eerste gedicht van de basistekst Daodejing (Het boek van de Weg en de Deugd) stelt: ‘De Tao waarover gesproken kan worden is niet de eeuwige Tao.’ Op die manier is de Weg een onbevattelijk mysterie, dat door de taoïsten wordt vergeleken met een bron. Zoals een waterbron belangeloos blijft stromen en steeds fris water schenkt, zo komt de hele werkelijkheid spontaan uit Tao voort.

Zachte kracht

Toch moeten we de Weg uitdrukkelijk niet opvatten als een scheppende god, maar als een geheim dat alles van ogenblik tot ogenblik het leven schenkt. Daarbij blijft de Weg als voedende kracht constant op de kosmos betrokken, van het kleinste grassprietje tot de grootste planeet. Opvallend genoeg uit deze betrokkenheid van de Weg zich in ‘de kracht van het zachte’: Tao geeft alles en iedereen de ruimte om zich te ontwikkelen, maar wil niets en niemand overheersen. Deze zachte kracht wordt ook wel vergeleken met water, dat ogenschijnlijk zacht is, maar tegelijkertijd het vermogen heeft om een steen te splijten. Bovendien stroomt water altijd naar de laagste plaats, waar het tot rust komt. Of, taoïstischer gezegd: het keert terug naar zijn natuurlijke aard.

De door De Meyer opgevoerde kluizenaars volgen deze weg van de zachte kracht. Zij keren ieder op hun eigen manier terug naar hun oorspronkelijke spontaniteit en houden zo de op winstbejag en macht gerichte wereld een spiegel voor.

Wen keek de tijger in zijn bek, stak zijn hand erin en haalde het bot eruit

Een treffend voorbeeld van deze levenshouding wordt belichaamd door de even diepzinnige als tragische Wen Guo. Over deze kluizenaar, die in de vierde eeuw na Christus zou hebben geleefd, wordt verteld dat hij in een handomdraai wilde tijgers kon temmen: ‘Ooit was er een tijger die plotseling zijn bek wijd opensperde naar Wen. Wen zag dat er een bot dwars in de muil zat, waarop hij zijn hand in de muil stak en het bot eruit haalde. De volgende ochtend legde het wilde dier een hert voor zijn hut neer.’ In plaats van terug te deinzen of de tijger aan te vallen, kiest Wen er dus voor om het obstakel te verwijderen dat het leven van het dier tot een hel maakt.

Als de keizer over Wens bijzondere kwaliteit hoort, vraagt hij hem respectvol: ‘Meester, bestaat er een manier om tijgers zo tam te krijgen?’ In zijn antwoord toont Wen zich een ware volgeling van de Tao, want er is geen methode: ‘Dat is spontaan gekomen. Als de mens niet de intentie heeft om het dier kwaad te doen, zal het dier ook niet proberen om de mens te verwonden. Hoe zou dat iets met techniek van doen hebben? “Streel ons en we lopen achter je aan” – tijgers zijn net als mensen. “Mishandel ons en we worden je vijanden” – mensen zijn net als tijgers.’

Volgens Wen bestaat er dan ook geen fundamenteel verschil tussen het besturen van een volk en het temmen van tijgers. De keizer is diep onder de indruk en biedt de kluizenaar een hoge functie aan, die door hem natuurlijk prompt wordt geweigerd. Zonder vrijheid en openheid zou de wijze zich immers nooit kunnen afstemmen op de Weg.

Tuinornament

Hoe kwetsbaar de zachte kracht van taoïstische kluizenaars is, toont een ander verhaal over Wen. Volgens deze anekdote dwingt een rijke staatsman de kluizenaar om bij zijn villa te wonen. In De Meyers rake bewoordingen wordt Wen zo ‘gereduceerd tot een waar tuinornament’: hij dient alleen voor het prestige van de staatsman. Als er in de villa een filosofische debatavond wordt georganiseerd, klaagt Wen dat hij ‘er niets van begrijpt’ en ‘loopt hij door de hal heen als door een bos’.

Ook hierin toont zich zijn taoïstische levenshouding, want hij wil zich niet inlaten met de strijd om het gelijk van de filosofen. Uiteindelijk slaagt Wen erin om de villa te verlaten, maar het is al te laat. De kluizenaar sterft snel aan een ernstige ziekte, wellicht omdat hij te lang niet in vrijheid kon leven.

Gelukkig gaan de meeste hoogwaardigheidsbekleders in de door De Meyer geselecteerde verhalen respectvol met de kluizenaars om. Zij lijken open te staan voor de boodschap om macht en winstbejag los te laten.

Hoewel China momenteel ten aanzien van Taiwan weinig zachte kracht toont, kan de inzet van De Meyers boek ons hoop bieden. Het is een grote verdienste van deze onvermoeibaar werkende sinoloog dat hij ons in contact brengt met de kleurrijke traditie van de taoïstische kluizenaars, die tot op de dag van vandaag bestaat. Het zijn ‘de deugnieten van de Tao’: de non-conformistische, onuitroeibare luizen in de pels van elk vrijheidsbeperkend denken.

De Weg terug. Chinese kluizenaars en het daoïsme
Jan De Meyer
Athenaeum
304 blz.
€ 22,50