Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 10/2021

Wandelen (2)

Paul van Tongeren
filosoof, hoogleraar

Wandelen is niet alleen een metafoor voor filosoferen, het is ook een zeer geschikte manier om te filosoferen. Niet voor niets waren er veel wandelende filosofen. Van Aristoteles’ peripatetische wijze van lesgeven tot Heideggers Holzwege, en van Rousseaus Overpeinzingen van een eenzame wandelaar tot Nietzsches dialogen tussen de wandelaar en zijn schaduw. Ook nu nog zijn er veel filosofen die het liefst lesgeven terwijl ze heen en weer wandelen voor of tussen hun gehoor. Vanwaar die voorliefde voor het wandelen? Ik denk dat die te maken heeft met de manier waarop wandelend denken een soort eenheid tussen lichaam en geest realiseert.

Nietzsche schrijft dat je uit boeken die achter het bureau geschreven zijn niet alleen de muffige studeerkamerlucht ruikt, maar ook voelt hoezeer de ingewanden samengedrukt werden tijdens het schrijven van zo’n boek. Inderdaad: wie kijkt naar mensen die zitten te schrijven zal vaak zien dat ze hun lichaam als het ware vastzetten: de benen in elkaar gedraaid en klemgezet onder de bureaustoel. Alsof het lijf in bedwang gehouden moet worden. Alsof voorkomen moet worden dat het de denker afleidt van diens verheven bezigheid. Ik herinner me de tijd – lang geleden – dat ik rokend en drinkend mijn lichaam verdoofde, vergeefs hopend daarmee vrij te worden om te schrijven. Hoe voorkom je dat het lichaam, dat wil bewegen, het denken in de weg zit?

Waarom denken we eigenlijk dat we daarvoor stil moeten zitten? Zouden gedachten stil kunnen zitten? Moeten we niet eerder aannemen dat net als het lichaam ook het denken wil bewegen? Gedachten zitten zelden of nooit, en zeker niet stijf en stil; ze komen en gaan, ze vliegen en dansen, duiken op en fladderen weer weg. In plaats van het lichaam stil te zetten om te kunnen denken, kunnen we daarom beter proberen de beweging van beide op elkaar af te stemmen. Het is voor lichaam en geest het best als de beweeglijkheid van het een samenvalt met die van de ander. En dat lukt misschien wel het best door te wandelen. Wandelend geef je aan de onrust van het lichaam een maat en regelmaat, en bind je de vluchtigheid van het denken aan het ritme van het lichaam. Beide slagen slechts als ze stap voor stap gaan.

Sommige mensen denken wellicht zo snel dat ze daarbij moeten hardlopen of zelfs fietsen. Voor tragere denkers als ik werkt wandelen het best.