Home Film Vreemdeling in het gewone
Film

Vreemdeling in het gewone

Door Jannah Loontjens op 24 december 2020

Vreemdeling in het gewone
Cover van 01-2021
01-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

De film Repulsion (1965) legt een angst bloot voor iets waar we normaal gesproken op vertrouwen. Jannah Loontjens kijkt de klassieker vervreemd terug.

Beeld Prime

Toen ik een jaar of elf was en steeds vaker alleen thuisbleef, raakte ik een tijdje geobsedeerd door de geluiden in het verder lege huis. Bij elke stap knisperden de sokken aan mijn voeten, het op tafel zetten van een theekop zond een holle echo de kamer in, mijn adem ruiste als wind langs een zolderraam. Maar wat me het allermeest beangstigde was mijn eigen stem: als ik iets hardop zei, leken mijn woorden apart in doosjes verpakt de ruimte in te schieten. Als ik alleen thuis moest blijven, hield ik me voortaan zo stil mogelijk. Maar juist dat maakte me bewust van de omgevingsgeluiden die me dreigend omringden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

En vergelijkbare vervreemding van de werkelijkheid vormt het onderwerp van Repulsion (1965), een vroege film van de Pools-Franse regisseur Roman Polanski met een jonge Catherine Deneuve in de hoofdrol. Deneuve speelt een van oorsprong Belgische vrouw, genaamd Carol, die met haar zus, Helen (Yvonne Furneaux), in een appartement in Londen woont. Carol is manicure en loopt elke dag met een vrijwel uitdrukkingsloos gezicht dezelfde route naar de schoonheidssalon waar ze werkt. Ze heeft geen oog voor wat er om haar heen op straat gebeurt; een keer loopt ze zelfs vlak langs een verkeersongeluk zonder het op te merken. Waar ze wél angstig voor terugdeinst is een schijnbaar onschuldig scheurtje in de stoep, dat op een dag groter lijkt te zijn geworden. Ook thuis schrikt ze van barstjes in het stuc op de muren.

 Wat betekent het om er te zijn? Wat betekent het dat er iets is?

Walging

Als haar zus met haar geliefde voor een vakantie naar Italië vertrekt, nemen Carols angsten het steeds meer van haar over. Een jongeman die verliefd op haar is, wacht tevergeefs op haar in een café. Als hij uiteindelijk besluit te vertrekken, treft hij Carol op straat aan. Lethargisch zit ze op een bankje naar een scheur in de bestrating te staren.

Dat de dingen een eigen, zelfstandig bestaan leiden dat je wezensvreemd is, is een besef dat ook Jean-Paul Sartre als thema nam voor zijn filosofische roman Walging. In dit boek beschrijft Sartre hoe Antoine Roquentin zich steeds meer van de wereld vervreemd voelt. Antoine houdt een dagboek bij. Als hij een keer thuiskomt schrijft hij: ‘Toen ik daarnet op het punt stond mijn kamer binnen te gaan, bleef ik opeens als aan de grond genageld staan: ik voelde in mijn hand een koud voorwerp dat mijn aandacht trok doordat het een soort eigen leven was gaan leiden. Ik deed mijn hand open en keek: ik hield gewoon de deurknop vast, dat was alles.’

In Repulsion en in Sartres roman, maar ook in mijn eigen kinderbeleving, ontstaat de angst met het alleen-zijn. ‘Je hoeft je maar een klein beetje alleen te voelen, net genoeg om je op het juiste moment van de waarschijnlijkheid los te maken,’ noteert Antoine. Zowel voor Antoine als voor Carol geldt dat ze zich eenzaam voelen, maar ook dat ze zich opzettelijk in zichzelf terugtrekken. Rumoer van cafés of res­taurants wordt als bedreigend ervaren, ze vermijden contact. Er wordt dan ook bijzonder weinig gesproken in Walging en in Repulsion.

Vertrouwen

Het breken, scheuren en afbrokkelen van straten en muren verbeeldt in Repulsion het verlies aan vertrouwen in de gewone werkelijkheid – een gevoel dat alle greep op de werkelijkheid je als zand door de vingers glijdt. Ook Martin Heidegger schreef over dergelijke angst, waarin je
een ‘ontglippen van de zijnden’ ervaart, zoals hij het verwoordde. In zo’n redeloze angst voel je hoe het bestaan wegglijdt, wat ons tot de filosofische vraag brengt: wat betekent het om er te zijn? Wat betekent het dat er iets is?

De angstervaring confronteert je met de willekeur van het bestaan

In Walging beschrijft Sartre de unheimische ervaring van Antoine als deze een café binnengaat: ‘Op de achtergrond zag ik de glimmende banken en ik begreep niet wat al die dingen daar deden en waarom alles zo was als het was.’ De angstervaring confronteert je met de willekeur van het bestaan: de dingen zijn er, maar ze hadden er ook niet kunnen zijn. We bestaan, maar we hadden ook niet kunnen bestaan. Juist dat gevoel van willekeur en dat verlies aan vertrouwen in het alledaagse leven leiden tot de metafysische vraag die filosofen volgens Heidegger te weinig hebben gesteld: waarom is er iets en niet veeleer niets?

Deze vervreemde gevoelens krijgen ook Carol steeds meer in hun macht. Als ze in de schoonheidssalon aan het werk is, vervalt ze steeds vaker in een zwijgzaam voor zich uit staren. Op een keer is ze bezig de nagelriemen van een oudere vrouw met de stompe rand van een pincet omlaag te duwen, tot ze weer in gestaar vervalt, waaruit ze zichzelf laat ontwaken door de pincet recht in de hand van de vrouw te planten. Vanaf dat moment wordt de film steeds griezeliger.

Mannen

Hoewel haar angstaanvallen aanvankelijk een gevoel van algehele vervreemding leken uit te drukken, richten ze zich steeds meer op mannen. Eenzaam in het appartement beeldt ze zich in dat een man de deur openbreekt en haar in bed overmant; ze heeft nachtmerries waarin ze wordt verkracht. De blikken van mannen als je alleen over straat loopt en het besef alleen thuis te zijn en je niet te kunnen verweren kunnen angsten bovenbrengen die vrijwel ieder meisje kent. Bij Carol wordt het een dwangmatige fobie, die doet vermoeden dat ze vroeger verkracht of misbruikt is.

Een van de bekendste scènes uit de film is als Carol door de gang loopt en de muren tot een soort deeg of klei worden. Eerst zinken haar eigen handen erin weg. Een volgende keer komen er kleiachtige handen uit tevoorschijn die haar vastgrijpen, haar tegen de muur trekken en haar borsten betasten. Carols angsthallucinaties worden steeds enger. Ze komt haar appartement niet meer uit, barricadeert de deur en slaat uiteindelijk zelfs haar bewonderaar, die de deur weet open te breken, met een kaarsenstandaard dood. Terwijl Sartre zijn hoofdpersoon een dagboek laat bijhouden, om weer ‘greep op de werkelijkheid te krijgen’, zoals Antoine bij aanvang bekent, besluit Carol alles wat haar bedreigt te bezweren, met een steeds gruwelijker werkelijkheid tot gevolg.

Bij verschijnen van Repulsion duidden psychologen de film als een accurate verbeelding van iemand die lijdt aan schizofrenie. Maar de angst die aan de basis ligt van de psychologische horror is een vorm van vervreemding die we allen op momenten van eenzaamheid in zekere mate herkennen. Momenten waarop de dingen waar je normaal gesproken geen aandacht aan besteedt ineens met een prangende aanwezigheid aan je verschijnen, en je ervan bewust maken dat je een vreemdeling bent tussen talloze bestaansvormen die je nooit kunt vatten; dat er een wereld bestaat, los van jou, die er ook niet had kunnen zijn, zoals ook jijzelf er niet had hoeven zijn.

Repulsion (1965)
Regie en scenario: Roman Polanski
Te zien op Prime.