Home Filosofie en literatuur Verheffen de letteren?
Filosofie en literatuur

Verheffen de letteren?

Door Jeroen Vanheste op 03 december 2019

Cover van 12-2019
12-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Van literatuur kunnen we bewustere mensen worden die een betekenisvoller leven leiden, betoogt Leen Verheyen.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Word je van lezen een beter mens? Met deze vraag begint de Vlaamse filosoof Leen Verheyen haar boekje Wat de lezer leert. Sommige filosofen geloven in de vormende functie van literatuur. Martha Nussbaum denkt dat goed lezen een cognitieve en ethische waarde heeft: het vergroot het inzicht in de menselijke conditie en helpt tolerantie en empathie te ontwikkelen. Maar niet alleen filosofen geloven in de heilzame werking van de letteren; Verheyen noemt een rechter die een wegpiraat ertoe veroordeelde Van der Heijdens Tonio te lezen, een roman over zijn bij een verkeersongeluk om het leven gekomen zoon.

Toch vormen dergelijke hooggestemde opvattingen over literatuur een uitzondering, want in de afgelopen decennia is korte metten gemaakt met het geloof dat lezen een mens moreler zou maken. Het ‘literaire humanisme’, de utopie dat lezen opvoedt tot een terughoudend oordeel en tolerantie, is dood, schreef Peter Sloterdijk in een echo op Adorno’s bekende uitspraak dat er na Auschwitz geen poëzie meer kan zijn. Vaak is er in dit verband bijvoorbeeld gewezen op bepaalde nazi’s die na een werkdag in het kamp Goethe lazen. 

De meeste filosofen ontkennen of problematiseren dan ook het verband tussen woord en wereld. Literatuur vormt een eigen werkelijkheid, een eigen esthetisch domein dat naast de echte wereld staat en deze daarom ook niet beter kan maken. In een verhaal van Tolstoj bezoekt een aristocratische dame de schouwburg en huilt tranen met tuiten om het toneelstuk – terwijl buiten haar koetsier doodvriest in de winternacht. Ze is empathisch, maar niet in de echte wereld. En het is misschien maar goed ook dat literatuur een eigen werkelijkheid vormt, want wat zouden we anders aan moeten met ‘immorele’ werken zoals American Psycho, Lolita of de Ilias, waarin literair gemoord, geplunderd en verkracht wordt? Moeten we die boeken verbieden omdat we er anders slechtere mensen van zouden kunnen worden?
 

WAARHEID EN BETEKENIS

Verheyen bespreekt op heldere wijze de argumenten voor en tegen het geloof in literatuur en sluit in haar conclusie aan bij de dominante opvatting: literatuur biedt geen ‘ware kennis’ over mens en wereld, en is ook niet in staat mensen blijvend ten goede te beïnvloeden. Maar, zo betoogt ze, literatuur kan wel iets anders opleveren dat ook heel waardevol is: een verbrede blik. Het lezen van romans geeft je een groter referentiekader, andere manieren om de werkelijkheid te begrijpen, nieuwe vormen van betekenisgeving. Onder verwijzing naar Hannah Arendt wijst Verheyen op het onderscheid tussen waarheid en betekenis, en stelt ze dat literatuur weliswaar geen waarheid biedt, maar wel betekenis kan geven. Literatuur kan geen betere mensen van ons maken, maar kan ons wel veranderen in bewustere mensen die een betekenisvoller leven leiden. 

Wij lezen dus niet om ware kennis op te doen en ons moreler te gedragen, maar om onze blik te verruimen en op nieuwe en betekenisvolle manieren naar de werkelijkheid te kijken. Dat is een genuanceerd standpunt, maar toch lijkt het alsof deze conclusie nog iets te voorzichtig is, want misschien kan literatuur toch wel iets meer zijn dan dat. Sinds Aristoteles wordt onderscheid gemaakt tussen theoretische kennis en praktische wijsheid. Voor het eerste moeten we aankloppen bij de wetenschap en (theoretische) filosofie, terwijl praktische wijsheid meer met levenservaring te maken heeft. Newtons wetten zijn voorbeelden van theoretische kennis; het vermogen om te gaan met tegenslag en verdriet is een voorbeeld van prakti-

Wij lezen niet om ware kennis op te doen, maar om onze blik te verruimen

sche wijsheid. Volgens een klassieke opvatting kan de literatuur nu als een soort ‘gestolde ervaring’ bijdragen aan onze praktische wijsheid. We kunnen als het ware een beetje levenswijsheid opdoen door romans te lezen. In deze optiek is lezen dus een vorm van ervaring opdoen, een soort ‘oefenen’ – uiteraard niet als vervanging van het leven, maar als aanvulling erop. ‘De schrijver laat een uur lang al het geluk en ongeluk op ons los dat maar te bedenken is, en waarvoor wij in het leven zelf jaren nodig hebben om er enkele vormen van te leren kennen’, zei Marcel Proust daarover. Lezen maakt geen betere mensen van ons, maar kan ons wel helpen de mens en het leven iets beter te begrijpen. Hoewel de conclusies van Verheyen dus wat aan de bescheiden kant lijken te blijven, heeft zij zeker een helder en interessant boekje geschreven dat aanzet tot verder nadenken over wat lezen met ons kan doen.