Home Stuur je fantasie!

Stuur je fantasie!

Door Marjan Slob op 19 mei 2008

05-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

Als kleuter stond Marjan Slob wiebelend op de hoge hakken van haar moeder – fantaserend over de vrouw die ze zou worden. Zonder fantasie, zegt Slob, kunnen we niet: een mens is ‘een wezen dat zich inbeeldt wat het is, en is wat het zich inbeeldt’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De puntige schoenen met hoge hakken zijn veel te groot, de ketting komt tot mijn navel en het hengsel van het handtasje zakt van mijn schouder af. Ik sta voor de kaptafel in de slaapkamer van mijn moeder, ik ben een jaar of vier oud. Mama laat me spelen met deze parafernalia van haar vrouwelijkheid. Haar appelgroene hotpants hangt aan een kleerhanger aan een haakje aan de deur. Die mag ik niet aan. Van de poederdons moet ik ook afblijven.
Tien jaar later sta ik met een vriendin voor de spiegel in haar slaapkamer. We bekijken elkaars dijen met een mengeling van welbehagen en distantie. Die van haar zijn te wit, die van mij te stevig, oordelen we. Te wit of te stevig waarvoor? Om mooi te zijn, natuurlijk. Ik pak een zwarte viltstift en teken op mijn eigen vlees de contouren van de ideale vrouwendij.
Twee banale voorvalletjes uit mijn biografie die tonen hoe ik me, al fantaserend voor de spiegel, probeer af te stemmen op mijn beeld van wat een vrouw is. Want Simone de Beauvoir zei het al: je bént niet zomaar een vrouw, je moet er eentje worden. En dat vereist niet alleen dat jouw extra X-chromosoom bepaalde hormonen doet vrijkomen in je bloedbaan, maar ook dat je leert omgaan met de culturele beelden die er van vrouwen bestaan.

Voor mij zijn dit soort fantasieën een doodserieus onderwerp. Ik geloof namelijk dat alle fantasieën verknoopt zijn met verlangens. Fantasieën gaan over zaken die je aangaan, waar je belang bij hebt. In je fantasie ben je de held, heb je goede seks met een knappe vreemde, of win je een mooi groot huis. Kortom: je fantaseert dat de gang van zaken een bepaalde wending neemt, die bevredigend is voor jou. Of je hebt angstfantasieën waarin je voor het oog van je collega’s door de mand valt, of waarin je geliefde opeens besluit niet meer thuis te komen. Hoe dan ook, je fantasieën doen een licht schijnen op de positie die je in het leven inneemt.

Fantasieën zijn dus een expressie van jouw individuele belangen en verlangens. In die zin zijn ze heel persoonlijk, intiem en privé. Maar daarmee zijn je fantasieën nog niet vrij. Ik vrees dat je nauwelijks kunt kiezen welke fantasieën je hebt. De meeste thema’s liggen vast: alle mensen delen verlangens met elkaar op grond van hun biologische behoeften, en zullen dus fantaseren over eten en intimiteit – zeker als het hen daaraan een tijdje ontbreekt. Maar ook de vorm die je fantasieën in de praktijk aannemen, is al behoorlijk voor je bepaald. Culturen stileren en modelleren bepaalde verlangens, en bieden die aan als een soort collectieve fantasiebeelden. Dat kan de reine maagd zijn, de eervolle samoerai of de krantenjongen die het schopt tot miljonair. En aangezien jij er als sociaal wezen belang bij hebt bij je cultuur te horen, ervaar je die culturele fantasieën als een oproep om de idealen die achter die beelden steken op jezelf te leren betrekken. Ze zijn de mal die je krijgt aangereikt om de verlangens die in je woeden vorm te geven. Sterker nog: je leert van lieverlee je verlangens te duiden en te begrijpen via de fantasieën die in jouw cultuur de ronde doen. Die sessies van mij als kleuter en tiener voor de spiegel waren zo bezien niet zo onschuldig. Zo oefende ik om mezelf te begrijpen als vrouw, en in te zien hoe ik onder die noemer mijn verlangens kon duiden – en mijn belangen het beste kon dienen.
 

Gouden bikini

Fantasie is een doodserieus onderwerp, omdat de fantasiebeelden die in een cultuur de ronde doen, zich diep in je vlees nestelen. Als je er zo naar kijkt, wordt de hele discussie die in Nederland woedt over de invloed van beelden – bijvoorbeeld vrouwbeelden – behoorlijk onnavolgbaar. Soms wordt gezegd: trek je dat beeld niet aan, het is maar een fantasie. En inderdaad: vrouwen (en mannen) snappen volgens mij heus wel dat een reclame van een mooie mevrouw in een gouden bikini een fantasie is. Maar volgt daaruit dat zij dit ideaalbeeld dus niet op hun eigen leven betrekken als het hun niet aanstaat? Dat ‘dus’ is heel raar hier. Dat je snapt dat iets een fantasie is, wil niet zeggen dat die fantasie je koud laat. Als een fantasie prominent aanwezig is in de cultuur, wordt het een feit in je leven. Je zult je je ertoe moeten verhouden – al is het maar door je er tegen af te zetten. Zo’n fantasie vraagt dus een inspanning van je. Nogmaals: achter fantasieën schuilen verlangens en belangen. En die zijn reëel genoeg.

De Franse psychoanalyse kan ons helpen om te begrijpen waar het hier om draait. Het interessante is – volgens deze theorie – dat je fantaseert in woorden of beelden die je niet zelf hebt verzonnen, maar die je krijgt aangereikt, zodra je lid wordt van een cultuur, en de taal leert spreken die daar bij hoort. Het voelt alsof die fantasieën iets lijken uit te drukken over jouw eigen binnenwereld, maar in hoeverre zijn ze eigenlijk van jou? Wil je een persoon worden, dan moet je je de dromen en fantasieën eigen maken die je in jouw cultuur aantreft. Zij enteren jou, en je moet je laten enteren. Het is de enige manier om een mens te worden. Je kunt dergelijke fantasieën niet ‘ontmaskeren’. Ze zijn namelijk niet waar of onwaar. Ze zijn simpelweg een gegeven vanaf het moment dat je lid werd van een cultuur. Maar die fantasieën kunnen zich wel waar maken. De Duitse denker Peter Sloterdijk noemt dit de ‘dynamiek van de reële ficties’. De mens is een ‘autohypnotisch dier’, zegt hij: ‘een wezen dat zich inbeeldt wat het is, en is wat het zich inbeeldt.’ Als kleuter, wiebelend op de hoge hakken van mijn moeder, had ik bepaalde fantasieën over hoe grote vrouwen zich gedragen. En die beelden en fantasieën hebben de manier gestuurd waarop ik een vrouw ben geworden. Autohypnose. Je realiseert dat wat je fantaseert.
 

Bruce Willis

Zijn die culturele fantasieën dan een soort zwart gat, waarin elke persoonlijke vrijheid om te variëren verdwijnt? Nee, je bent niet willoos overgeleverd aan fantasieën – of die nu van binnenuit opwellen of van buitenaf opgedrongen worden. Er is enige ruimte, zoals al blijkt uit het feit dat fantasieën in de loop van de geschiedenis veranderd zijn. Maar het is nog niet zo gemakkelijk te zeggen hoe je tot originelere fantasieën komt. Langzaam, en via het lichaam, daar ben ik van overtuigd. Je merkt bijvoorbeeld dat je echt een alternatief zult moeten zoeken voor je fantasie om een soort Bruce Willis te worden, aangezien je eigen fysiek die fantasie totaal niet ondersteunt. Of misschien weiger je je te vereenzelvigen met een rijke investeringsbankier, omdat je de sociale verhoudingen waarin dat soort personages tot bloei komen onverdraaglijk vindt. Maar dat alles is iets van later, van rijper. Want het veronderstelt al een vermogen om over je fantasieën te kunnen nadenken, om in te schatten of ze jou helpen bij het vormgeven van een goed leven.

En wat als blijkt dat je je belangen niet dient met de fantasieën die je bezoeken? Radicaal afstand doen van dergelijke beelden is geen optie. Dat zou neerkomen op zelfverminking, zó organisch zijn die fantasieën in je vlees opgenomen. Ze zijn je culturele DNA. Vandaar overigens dat de oproep om vrouwbeelden die je niet aanstaan ‘gewoon te negeren’ zo onnozel is. Hoe negeer je dat wat allang in je zit?

Maar misschien geeft die vergelijking met genetisch materiaal ook enige ruimte. De fantasieën die in je zitten, kunnen muteren. En je hoeft die mutaties niet willoos af te wachten, maar kunt ze wellicht ook enigszins sturen. Voortbordurend op de woorden van Sloterdijk: de mens is een autohypnotisch dier, maar ook een dier dat nadenkt. Dat laatste schept enige manoeuvreerruimte. Je kunt letten op de beelden waardoor je je onder hypnose laat brengen. Je laat fantasieën wegkwijnen, waarvan je inmiddels beseft dat ze je niet helpen om gelukkig te worden; veelbelovende laat je juist tot bloei komen. Je beïnvloedt als het ware het leefklimaat van de fantasieën, en zorgt zo dat bepaalde mutaties zich eerder in je voltrekken.

Dat is het abstracte idee. In concreto leidt dat tot een soort zorg voor jezelf die zich uitstrekt tot je fantasieleven. Je gaat je fantasieën managen: je evalueert ze, en probeert sommige om te buigen in een richting die je beter bevalt. Dat zal langzaam en wellicht moeizaam gaan, en het is niet zo romantisch. Het vraagt immers een soort beheersing en verstandelijkheid, terwijl zwelgen in fantasieën zo fijn kan zijn. Maar het is de weg naar vernieuwing en verruiming. En je bent niet alleen. Ook David Bowie en Madonna variëren op de (seksuele) identiteit die ze kregen aangereikt, en zij komen soms tot bevrijdende bastaardbeelden. Je kunt je laten hypnotiseren door de vernieuwende beelden die zij belichamen – en wie weet helpen ze je om uit te groeien tot een (voor jou) beter soort mens.

Zelf ben ik wel ietsje bij zinnen gekomen. Ik teken allang geen zwarte lijnen meer om mijn overtollige vlees te markeren. Ik hou inmiddels van een beetje eigenzinnige, speelse vrouwen die fris tegenover mannen staan – niet van de bimbo’s of zoete verzorgers die figureren in veel collectieve fantasieën. Maar ik ben dan ook geen jonkie meer. Ik heb de tijd gehad om aan mijn fantasieën te werken.

Van Marjan Slob verscheen onlangs het boek Foute fantasieën of kleine filosofie van de ontvankelijkheid (Lemniscaat, 2007)