Friedrich Nietzsche is niet aan syfilis, maar aan een hersentumor overleden, toont nieuw onderzoek aan.
De Amerikaanse onderzoeker Leonrad Sax komt tot deze conclusie na bestudering van medische dossiers over Nietzsches krankzinnigheid. In 1889 stortte de Duitse filosoof ineen op een plein in Turijn, waarna hij werd opgenomen in een tehuis in Zwitserland. De plotselinge waanzin is altijd toegeschreven aan besmetting met de geslachtsziekte syfilis, maar volgens Sax wijzen alle symptomen erop dat Nietzsche leed aan een langzaam groeiende hersentumor.
De syfilisdiagnose is in de ogen van Sax een wijdverbreide mythe die na de Tweede Wereldoorlog gecreëerd is door anti-nazi’s met als doel de filosoof in diskrediet te brengen. Nietzsches leer van de Übermensch – een nieuw soort mens gedreven door de ‘wil tot macht’ – is door de nazi’s misbruikt voor de onderbouwing van hun rassenleer. Een fel criticus van Nietzsche, de academicus Wilhelm Lange-Eichbaum, beweerde in 1947 in een boek dat een Berlijnse neuroloog hem eens vertelde dat de filosoof ’tijdens zijn studententijd geïnfecteerd raakte met syfilis in een bordeel in Leipzig’.
Ivo Slangen
Relevante berichten
Filosofie en literatuur
Als stervelingen bezitten we krachten die goden ontberen
Filosofie en literatuur
Wat ‘The handmaid’s tale’ ons leert over macht, vrijheid en vrouwenrechten
Praktische filosofie
Voor leden
Filosoof en ambtenaar Laura Keulartz: ‘Ethiek kun je niet alleen doen’
Ik zie wat jij niet ziet
