Home Film Niet normaal
Film

Niet normaal

One Flew over the Cuckoo’s Nest (1975) bekritiseert de maatschappelijke omgang met mensen die afwijken van de norm: ze worden opgesloten als geesteszieken. Jannah Loontjens bekijkt de film vanuit een eigentijds perspectief.

Door Jannah Loontjens op 26 februari 2021

Niet normaal
Cover van 03-2021
03-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Als adolescent wenste ik weleens dat het algemeen bekend zou zijn dat ik gek was; dan zou ik niet meer zo mijn best hoeven doen, dacht ik. De mensen zouden dan denken: ach, dat is Jannah, die is een beetje gestoord, laat haar maar. Er zit een rare kronkel in deze gedachte: alsof waanzin een vrijbrief is om geaccepteerd te worden, alsof gekken niet veroordeeld worden.

De geschiedenis laat juist het tegenover­gestelde zien: krankzinnigheid wordt vrijwel altijd als een bedreiging ervaren. Afwijkend gedrag valt buiten de structuur van het normale; het is onvoorspelbaar en dus eng. Wat ons beangstigt, willen we onder controle krijgen. Het is deze strijd, het dresseren van de mensen die uit de pas lopen, die centraal staat in de film One Flew over the Cuckoo’s Nest. De leidinggevenden in de inrichting waar­binnen de film zich afspeelt vrezen opstandig gedrag van de patiënten, met name van herrieschopper McMurphy (Jack Nicholson). Tegelijkertijd speelt de hoofdzuster ook juist in op de angsten van patiënten, om op die manier discipline af te dwingen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Geestesziekte

De Franse filosoof Michel Foucault maakt in zijn Geschiedenis van de waanzin (1961) duidelijk dat gekte altijd al kon rekenen op een moreel oordeel. Onaangepaste mensen werden opgesloten, verborgen en zo mogelijk gecorrigeerd. In de loop van de geschiedenis zijn er verschillende oorzaken aangewezen voor waanzin: duivelse bezetenheid, disbalans van lichaamssappen, onontwikkelde ratio. Vanaf de achttiende eeuw werd krankzinnigheid als een medisch te diagnosticeren ziekte beschouwd, maar ook toen richtte de behandeling zich niet zozeer op de gezondheid van de patiënt als wel op aanpassing aan de heersende normen: ontregelend gedrag moest beteugeld worden, ondeugdelijke neigingen gesmoord.

De film opent met een beeld van een man wiens ledematen met riemen zijn vastge­ketend aan het bed; hij wordt letterlijk in bedwang gehouden. De dagindeling en de regels binnen de kliniek worden met ijzeren hand bewaakt door hoofdzuster Ratched (Louise Fletcher). Als McMurphy, die vanuit de gevangenis naar de inrichting is overgeplaatst, deel wordt van Ratcheds afdeling, ontspint zich tussen hen een machtsstrijd.

McMurphy wordt neergezet als een vrolijke losbol, die wat leven in de brouwerij brengt. Een doorn in het oog van Ratched. Hij organiseert pokerwedstrijden, een basketbalwedstrijd, en hij weet zelfs, samen met de boomlange Chief, een uitje te organiseren waarop hij met alle patiënten gaat vissen. In het boek van Ken Kesey waarop de film gebaseerd is, is de half-indiaanse Chief de hoofdpersoon; het verhaal wordt vanuit zijn perspectief verteld. Maar in de film staat Chief, die zich voordoet als doofstom, vooral symbool voor een natuurkracht, de enige die uiteindelijk aan het harde regime van hoofdzuster Ratched zal ontkomen.

Volgens Michel Foucault kon gekte altijd al rekenen op een moreel oordeel

Veiligheid

Toen de film uitkwam werden de dwingende gedragscodes binnen de kliniek ook wel gezien als een metafoor voor de bekrompen sociale normen die we met z’n allen in stand houden door ons te conformeren aan wat voor ‘normaal’ doorgaat. Foucault benadrukt dat we in onze samenleving een ideaalbeeld voor ogen hebben van hoe een mens behoort te zijn; zodra daar niet aan voldaan wordt, is er sprake van een aandoening, een ziektebeeld.

Maar hoe ‘behoor’ je te zijn? Als McMurphy naar een dokter wordt gestuurd die moet beoordelen in hoeverre hij mentaal ontspoord is, maakt McMurphy een gezonde indruk. De dokter vraagt hem waarom hij denkt dat ze hem naar de inrichting hebben gestuurd. ‘Omdat ik te veel vecht en neuk,’ antwoordt McMurphy. De dokter bevestigt dat hij in de papieren kan zien dat McMurphy vijf keer is gearresteerd wegens geweldsdelicten. Die doet er nonchalant over: ‘Vijf keer vechten, tja, Rocky Marciano [een beroemde bokser] heeft wel veertig keer gevochten en is miljonair.’ Dan vraagt de dokter naar zijn arrestatie na seks met een 15-jarige. ‘Ze zei dat ze achttien was en ze was onweerstaanbaar,’ legt McMurphy uit. ‘Dat zou iedere man kunnen begrijpen.’ De dokter knikt instemmend. Grote kans dat als de film nu zou zijn gemaakt zo’n seksistische scène voor ophef zou zorgen, maar in 1975 waren deze woorden juist het bewijs dat hij een wat ruige, maar gezonde jongeman was, vol natuurlijke mannelijke driften.

McMurphy lijdt beslist niet aan een geestesziekte, zoveel is duidelijk. De film lijkt dan ook de boodschap uit te dragen dat zelfs iemand die levenslustig is gekortwiekt wordt door de heersende normen. Toch blijkt een groot deel van de patiënten zich er vrijwillig aan te onderwerpen; ze hebben er zelf voor gekozen opgenomen te worden. Ze geven de voorkeur aan de opgelegde structuur en voelen zich er veilig bij. Dit bevestigt Foucaults opvatting dat normatieve macht niet zomaar van bovenaf wordt opgelegd, maar dat we die dwingende normen zelf in stand houden. Het is vaak gemakkelijker te kiezen voor veiligheid dan voor vrijheid.

Hersenafwijkingen

Toen ik als 19-jarige de wens koesterde om voor gek door te gaan, ging dat nooit gepaard met de wens om opgenomen te worden, noch om op medicatie over te gaan. In One Flew over the Cuckoo’s Nest is de dagelijkse medicatie verplicht. Als de ongeregeldheden te ernstig worden, wordt de medicatie aangevuld met elektroshocks, waar ook McMurphy en Chief niet aan ontkomen. Maar het kan altijd nog erger, weten de patiënten: lobotomie.

Hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe schrijft in Over normaliteit en andere afwijkingen (2019) dat vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw mentale stoornissen werden beschouwd als hersenafwijkingen die medisch konden worden behandeld met elektroshocktherapie, insulineshocktherapie en lobotomie. ‘Preorbitale lobotomie klinkt erg medisch-wetenschappelijk, zeker als je niet weet wat ermee bedoeld wordt,’ schrijft Verhaeghe. ‘Een op basis van een ijspriem ontworpen chirurgisch instrument wordt via de hoek van het oog tot de schedel geduwd, vervolgens door het schedelbeen heen geklopt, waarna met een aantal heen-en-weer­bewegingen een deel van de hersenen wordt doorgesneden.’ Het gevolg van deze ingreep is dat de patiënt verandert in een ‘traag bewegende kamerplant’.

De film toont een mannenafdeling van de inrichting, maar in werkelijkheid waren het voornamelijk vrouwen die op die manier behandeld werden, schrijf Verhaeghe. Ook maakt hij duidelijk dat geen van de genoemde behandelwijzen berust op werkelijke kennis of medisch aantoonbaar positieve effecten. Wel hebben ze één helder effect op patiënten: die worden ongelooflijk bang voor de behan-
deling. ‘Op grond daarvan gedragen ze zich plots stukken beter. Ze zijn gedisciplineerd.’

De pillen die dagelijks verstrekt worden, nadat een zuster met zachte stem over de intercom ‘Medication time!’ heeft omgeroepen, gaan vergezeld van muziek: elke dag dezelfde grammofoonplaat van een wals. Het vriendelijke, maar toch dwingende ritme van de wals symboliseert de kalme structuur die hoofdzuster Ratched voor ogen staat. De film toont dat haar bewind evenwel niet tot de verlangde vredige kalmte leidt, maar tot angst, lethargie en zelfdestructie.

 
 
One Flew over the Cuckoo’s Nest (1975)
Regie: Milos Forman | Scenario: Ken Kesey (roman)
Bo Goldman | Te zien op Prime