Home Moreel dilemma Moreel dilemma: moet ik afgaan op de wetenschap in crisistijd?
Moreel dilemma

Moreel dilemma: moet ik afgaan op de wetenschap in crisistijd?

De onzekerheid van de pandemie creëert behoefte aan wetenschappelijke deskundigheid. Maar kan ik blindvaren op het oordeel van de expert?

Door Jeroen Hopster op 24 september 2020

Moreel dilemma: moet ik afgaan op de wetenschap in crisistijd? beeld Bas van der Schot
Cover van 10-2020
10-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

De Covid-19-pandemie heeft medisch experts in de spotlights gezet. Al vanaf zijn eerste persconferentie in crisistijd gaf premier Rutte nadrukkelijk te kennen dat hij het Nederlandse beleid in nauwe samenspraak met deskundigen zou opstellen. Ook andere Europese landen bewogen de afgelopen maanden in de richting van een medische technocratie. Zweden spande de kroon: epidemioloog Anders Tegnell werd het gezicht van de regering. Maar het vertrouwen in expertise is niet altijd beloond. Ook blijken niet alle deskundigen het met elkaar eens zijn. Over het nut van een lockdown of het dragen van mondkapjes wordt in Nederland nog steeds gesteggeld. Terwijl de RIVM-voorman zijn adviezen verdedigt, maant zijn voorganger om een andere koers te varen. Deze situatie roept vragen op over de status van wetenschappelijke expertise. Wat is die deskundigheid waard? Kan ik, als leek, blindvaren op het oordeel van de expert?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Harde feiten zouden de losse praatjes wel de kop indrukken.

Ja

Expertise staat tegenover onvermogen: op een specifiek terrein weet of kan de expert iets wat anderen niet kunnen. Als mijn wc lekt, neem ik een loodgieter in de arm. Wanneer er een pandemie uitbreekt, vertrouw ik op de kundigheid van epidemiologen, virologen en microbiologen. Zij beschikken over de kennis om de maatschappij van goede raad te voorzien. Ten dele doen ze dat op basis van ‘hard bewijs’, zoals laboratoriumonderzoek, steekproeven, of projecties van wiskundige modellen. Maar zelfs waar hard bewijs ontbreekt heeft het oordeel van de expert vaak extra waarde. Oefening baart inzicht. Wie tal van lekkende wc’s heeft onderzocht zal al snel aanvoelen waar het volgende euvel ’m in zit, nog voordat het nieuwste lek goed en wel is bekeken. Ook wetenschappers zijn vaak in staat om een beredeneerd oordeel te vellen, zelfs als – zoals voortdurend in de coronacrisis – hun kennis nog onvolledig is. Sommige medici plaatsen dan ook vraagtekens bij de redenering dat mondkapjes niet verplicht hoeven te worden gesteld, omdat hard bewijs dat die het virus remmen ontbreekt. Het ontbreken van hard bewijs toont niet aan dat die remmende werking er niet is. Absence of evidence is not evidence of absence. Zou het, op medische gronden, niet verstandiger zijn om een voorzorgsbeginsel te omarmen?

Nee

De wetenschap spreekt niet altijd met één stem. Ook onder experts bestaat onenigheid over wat de meest verstandige keuzes zijn, vooral wanneer die halsoverkop moeten worden gemaakt. Vaak liggen er uiteenlopende risicoschattingen aan zulke onenigheid ten grondslag. Hoe hoog moeten we de bewijslat leggen? Wanneer is het voorzorgsbeginsel op zijn plaats? Wetenschappers ontkomen niet aan risicoschattingen, zeker niet in de onzekerheid van de pandemie. En achter die inschattingen gaan onherroepelijk normen, waarden en maatschappelijke standpunten schuil. In de snelkookpan van de crisis is het dan ook onvermijdelijk dat wetenschap en politiek enigszins versmelten. Dat toont zich het meest bij wetenschappelijk beleidsadviseurs, wier adviezen lang niet altijd puur wetenschappelijk van aard zijn. Zo verdedigde RIVM-voorman Jaap van Dissel het opschorten van de 1,5-metermaatregel in vliegtuigen met het argument dat het anders ingewikkeld zou worden ‘om toch nog tegen redelijke prijzen te vliegen’. Wanneer de adviezen van experts vooral blijk geven van een politieke afweging, hoeven burgers die natuurlijk niet voor zoete koek te slikken. Een gezonde dosis scepsis tegenover de medische technocratie is best op zijn plaats.

Beeldvorming

De pandemie werd door sommigen onthaald als het einde van het post-truth-tijdperk. Zodra er levens op het spel stonden, zouden harde feiten de losse praatjes de kop wel indrukken. Maar enkele maanden later spoken er alweer complottheorieën rond en winnen wetenschapsontkenners terrein. Dat is deels te wijten aan de verkeerde beeldvorming over wetenschap. Wetenschap wordt vaak neergezet als een waardenvrije zoektocht naar harde feiten. Met dat beeld voor ogen is het moeilijk te pruimen dat experts het met elkaar oneens zijn. Het veranderen van epidemiologische inzichten wordt al snel geïnterpreteerd als falen van de wetenschap, in plaats van als het succes van voortschrijdend inzicht. Ook wetenschappers zelf dragen bij aan verkeerde beeldvorming – door onvoldoende transparant te zijn over de maatschappelijke aannames van hun modellen, of door advies te geven buiten het terrein van hun eigen deskundigheid. Juist tijdens een pandemie is vertrouwen in wetenschappelijke deskundigen essentieel. Des te belangrijker dat wetenschappers er ook alles aan doen om dat vertrouwen te verdienen.