Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 12/2021

Melanie Joy: ‘Dieren eten wordt gezien als feit, niet als keuze’

Alexandra van Ditmars
Interviewer & schrijver

Vroeger aaide psycholoog Melanie Joy met de ene hand haar hond, terwijl ze met de andere een karbonade at. Tot ze de tegenstrijdigheid daarvan inzag. Ze schreef een boek over ‘de onzichtbare filosofie’ van het carnisme: de ideologie van dieren eten.

Stel, je zit aan tafel bij een etentje, en na het voorgerecht wordt er een dampende schaal lasagna op tafel gezet. De bovenkant is krokant, de tomatensaus vers, de smaak rijk. Het gerecht smaakt je dusdanig goed dat je besluit de gastvrouw om het recept te vragen. ‘Het geheim zit ’m in het vlees,’ antwoordt ze glimlachend. ‘Je gebruikt drie pond goed gekruide… golden retriever.’

Het kan zijn dat wat je eerst als heerlijk ervoer nu opeens walging bij je oproept. Dat wat je eerst zag als voedsel nu ineens ziet als een dood dier. Hoe komt dat? Doordat je beleving van het vlees veranderd is, stelt de Amerikaanse psycholoog Melanie Joy (55).

Onlangs verscheen haar boek Waarom we van honden houden, varkens eten en koe dragen. De Engelstalige versie werd ruim tien jaar geleden gepubliceerd en is inmiddels een klassieker in dierfilosofische en veganistische hoek, mede dankzij de achttien eerdere vertalingen ervan. ‘Onze beleving van dieren eten is grotendeels, zo niet geheel, gevormd door onze cultuur,’ zegt Joy online vanuit haar werkkamer in Berlijn. ‘Van de ruim 7 miljoen diersoorten zien we slechts een handvol als eetbaar.’ Zo vinden we een broodje hete kip lekker en normaal, maar een broodje gemarineerde kat zielig en raar. En eten we graag lasagna, maar niet met hond erin.

Over welke dieren eetbaar zijn, zijn culturen het niet eens. In Europa is het gebruikelijk om koeien en varkens te eten, terwijl dat uit den boze is in respectievelijk India en islamitische landen. Hond eten wordt in het Westen veelal afgekeurd, maar in onder andere China en Korea is dat niet het geval. ‘Al zouden ze daar ook geen golden retriever eten,’ nuanceert Joy. Dat hondenras is nu net weer niet voor consumptie bedoeld.

‘De filosofie die aan dit gedrag ten grondslag ligt is onzichtbaar,’ zegt Joy. ‘We eten dieren zonder ons af te vragen waarom, maar er is een systeem van overtuigingen dat ons conditioneert om bepaalde dieren te eten. Deze onzichtbare filosofie noem ik “carnisme”.’

Waarom moeten we daar een speciale term voor hebben?
‘De meeste mensen realiseren zich niet dat wanneer ze dieren eten, ze in lijn met een bepaalde ideologie handelen. Ze denken eerder: ik vind vlees eten lekker, dus daarom eet ik het. Dan lijkt het alsof je vrijelijk voedingskeuzes maakt. Maar als je je niet bewust bent van de manier waarop je percepties zijn gevormd – in dit geval: je ziet sommige dieren als voedsel – dan maak je geen werkelijk autonome keus. Dat iets de status quo is, maakt het nog niet neutraal. Wat we als normaal beschouwen is in feite niets meer of minder dan de overtuigingen en gedragingen van de meerderheid. Als je gedrag een naam geeft en daarbij uitlegt wat de structuur en context ervan zijn, help je mensen om dergelijk gedrag te herkennen. Huiselijk geweld en andere vormen van vrouwenonderdrukking konden bijvoorbeeld dankzij een term als “patriarchaat” beter geplaatst worden. Dan verschuift het zwaartepunt ook van het individu naar hoe dat individu gevormd is door een bepaald systeem. Op een soortgelijke verschuiving hoop ik door aandacht voor carnisme te vragen.’

Hoe ziet dat carnistische systeem eruit?
‘Carnisme is het tegenovergestelde van veganisme. Opvallend is dat veganisme – het niet eten van dierlijke producten – wél wordt gezien als ideologie. De term “veganistisch” roept een beeld op van een persoon met bepaalde overtuigingen, iemand die zich in bepaalde opzichten onderscheidt van anderen. Maar hoe zit het met de rest van de mensen, met de mainstream? Waar komen hun overtuigingen vandaan? In een groot deel van de wereld eten mensen dieren niet omdat ze daartoe genoodzaakt zijn, maar omdat ze daarvoor kiezen. En keuzes komen altijd voort uit overtuigingen. Van jongs af aan leren we om het eten van dieren te rechtvaardigen met wat ik “de drie n’s” noem: we geloven dat dieren eten normaal, natuurlijk en noodzakelijk is. Deze psychologische afweermechanismen zorgen ervoor dat we niet erkennen dat dieren eten een keuze is.’

‘Dieren eten wordt gezien als feit, niet als keuze’

Toch is het een feit dat mensen van oudsher al dieren eten.
‘Het is waar dat mensen al millennia dieren eten. Tegelijkertijd kijken we door een carnistische bril naar de geschiedenis; we kijken enkel zo ver terug als nodig is om ons huidige gedrag als “natuurlijk” te kunnen bestem­pelen. Onze vroege voorouders waren bijvoorbeeld fruiteters. Daarnaast snijdt het argument dat omdat we iets vroeger deden, het nu ook gerechtvaardigd is geen hout. Mensen vermoorden en verkrachten elkaar ook al sinds het begin der tijden. Maar met die wetenschap praten we zulke praktijken vandaag de dag ook niet goed.’

Slachthuizen

Het is tegenwoordig bekend dat het eten van dieren, eieren en zuivelproducten gepaard gaat met immens dierenleed. Joy beschrijft in haar boek, soms inclusief gruwelijke details, wat dieren in agrarische bedrijven en slachthuizen doormaken. De extreem kleine leefruimten, de onmogelijkheid om hun natuurlijke gedrag te vertonen, de onverdoofde mutilaties als castraties. Het hysterische geloei van koeien als hun kalfjes vanwege de melkindustrie bij ze worden weggehaald, het slachtproces waarbij varkens en kippen soms levend in kokend water belanden. Ze haalt Paul McCartney aan, die zei: ‘Als slachthuizen glazen muren hadden, dan zou iedereen vegetariër zijn.’

Maar de nadruk legt Joy op de psychologische processen rondom onze omgang met dieren. De ‘derde n’, van ‘noodzakelijk’, is volgens haar het lastigst te doorbreken. ‘Als je kijkt naar andere gewelddadige systemen in de geschiedenis zie je dat de bevolking het geweld steunde omdat ze ervan overtuigd waren dat dat nodig was voor het voort­bestaan van hun land, hun soort, hun groep. Bij carnisme geloven mensen nog steeds dat we dieren moeten eten om genoeg eiwitten binnen te krijgen, terwijl we inmiddels weten dat dit een mythe is. Voedings- en klimaatwetenschappers laten zien dat het zowel voor onze eigen gezondheid als die van de planeet juist essentieel is om te stoppen of sterk te minderen met dierlijke producten. Maar het idee dat ons huidige gedrag noodzakelijk is, zit diep.’

Is het niet gevaarlijk om het eten van dieren te vergelijken met onderdrukkingen uit de wereldgeschiedenis? Leed valt toch niet te vergelijken?
‘De ervaringen van elk slachtoffer zijn uniek, die moet je nooit met elkaar vergelijken. Maar onderdrukkende systemen hebben wel structurele overeenkomsten. De drie n’s van normaal, natuurlijk en noodzakelijk zijn bijvoorbeeld ook ingezet om zaken als mannelijke dominantie en heterosuperioriteit goed te praten. Bij elke vorm van onderdrukking is er sprake van een soortgelijke mentaliteit. Daarbij bestaat de hiërarchische overtuiging dat een bepaalde groep – vrouwen, mensen van een bepaalde afkomst, dieren – het minder waard is om met morele consideratie behandeld te worden. Wie onderdrukt wordt en op welke manier precies, dat verschilt, maar het proces in kwestie blijft hetzelfde. Als we een betere wereld willen, moeten we de manier waarop we ons met elkaar verbinden veranderen. Opvallend is dat veganisten ook wel als “sentimenteel” of “emotioneel” worden weggezet, al gebeurt dat nu veganisme gebruikelijker wordt minder. Voorstanders van vrouwenkiesrecht of de afschaffing van slavernij werd hetzelfde verweten. Terwijl emoties van verdriet en woede mij psychologisch gezonde reacties lijken bij leed. Het is veel verontrustender als mensen afstomping hebben aangeleerd – en bijvoorbeeld zeggen dat dierenleed ze niet interesseert. Al geldt voor de meeste mensen eerder dat ze niet weten wat voor leed er schuilgaat achter carnisme, ook bij biologische producten.’

Tegenstrijdig

Joy wist dat zelf lange tijd ook niet. Ze herinnert zich nog hoe ze vroeger met de ene hand haar geliefde hond aaide, terwijl ze met de andere een varkenskarbonade at. Toen ze in 1989 vegetariër werd – voordat ze overstapte op veganisme – was dat niet uit morele overtuiging, maar vanwege een voedselvergiftiging. Nadat Joy in het ziekenhuis belandde vanwege een hamburger die besmet was met een gevaarlijke bacterie, walgde ze van vlees en zwoer het af. ‘Toen gebeurde er iets bijzonders. Nadat ik was gestopt met dieren eten veranderde mijn paradigma. Ik zag geen andere dingen, maar dezelfde dingen anders. Een gerecht met rund is niet wezenlijk anders dan een gerecht met hond. Overal zag ik mensen lichamen van dode dieren in hun mond stoppen alsof er helemaal niets mis mee is. Ik verwonderde me erover dat rationele, zorgzame mensen, zoals ikzelf, stoppen met denken en voelen hierover.’

‘Goede mensen kunnen deelnemen aan schadelijke praktijken’

Misschien denken mensen er wel over na, maar trekken ze een andere conclusie.
‘Ik denk van niet. We hebben de neiging om de doorsnee manier van leven te zien als een reflectie van universele waarden. Maar dat gaat niet op voor ons huidige gedrag. Uit wetenschappelijke studies blijkt dat de meeste mensen wereldwijd dezelfde morele kernwaarden delen, zoals compassie, gerechtigheid en authenticiteit. Mensen willen deze waarden ondersteunen, maar ondersteunen door dieren te eten juist een industrie die er haaks op staat. Mensen realiseren zich dat niet, omdat dieren eten als een gegeven in plaats van als een keuze wordt gezien. Pas als je je gedrag als een bewuste keuze gaat zien, kun je ethische keuzes maken. Begrijp me niet verkeerd, ik wijs niet beschuldigend naar het individu. Goede mensen kunnen deelnemen aan schadelijke praktijken. De meeste mensen zien niet in dat ze een ideologie ondersteunen wanneer ze dieren eten, dus is het oneerlijk om bestraffend naar ze te wijzen.’

Wat moet je dan doen?
‘Zichtbaarheid creëren. De voornaamste verdediging van carnisme is ontkenning. De ideologie zelf is onzichtbaar, en haar slachtoffers ook. Het meeste contact dat mensen met dieren hebben, vindt plaats tijdens maaltijden, als ze hun lichamen in hun mond stoppen. Het aantal boerderij­dieren dat in één week wordt gedood is hoger dan het totale aantal gedode mensen in alle oorlogen in de geschiedenis. In de Amerikaanse veeteelt alleen worden jaarlijks 11 miljard dieren geslacht. Dat komt neer op 387 dieren per seconde. En dan heb ik het nog niet eens over de geschatte 47 miljard vissen en andere waterdieren die daar ook elk jaar gedood worden. Maar hoeveel van deze dieren heb je gezien?’

U hebt het nog niet over klimaatverandering gehad. Terwijl de negatieve impact van de vee- en vishouderij voor veel mensen tegenwoordig een reden is om geen of minder dieren te eten.
‘Het is fantastisch dat mensen eindelijk die connectie maken. Lange tijd is ook ontkend dat dierlijke agricultuur een van de grootste oorzaken van klimaatverandering is. Maar ik wil graag dat de dieren zichtbaar zijn in het gesprek over dieren eten, wat bij de klimaatzaak niet per se het geval is. Al heb ik goede hoop dat het gaat veranderen, dat dit een tussenstap is. Hopelijk zien steeds meer mensen in: een golden retriever slachten we ook niet omdat de smaak van zijn poten ons bevalt. Waarom zouden we dat dan wel bij andere dieren doen?’

Melanie Joy
(1966) is een Amerikaanse psycholoog. Ze studeerde aan Harvard University. Naast haar werk over dieren eten publiceerde ze ook over onderdrukkende systemen en disfunctionele relaties. Ze is voorzitter van de organisatie Beyond Carnism, waarmee ze zich inzet voor de zichtbaarheid van carnisme en de promotie van veganisme.

Waarom we van honden houden, varkens eten en koe dragen. Een introductie in carnisme
Melanie Joy | Uitgeverij Noordboek | 248 blz. | € 22,50