Home Psyche Meer bereiken door minder te willen
Psyche

Meer bereiken door minder te willen

Door Leon Heuts op 16 september 2008

08-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

Gezonder worden, slanker, stoppen met roken – goede voornemens, maar hoe zorg je dat het daar niet bij blijft? De kern: om meer te bereiken moet je minder willen.

De homo adidas is een wat oudere en weinig sportieve man. Maar hij heeft goede voornemens: hij wil gezonder leven, fitter en slanker worden. Dus begint hij met joggen, volgens een ambitieus loopschema dat voor een beginner op leeftijd eigenlijk te hoog gegrepen is. Met een flinke dosis goede wil gaat hij enthousiast van start. En dus, zo schrijft bioloog Midas Dekkers in het boek Lichamelijke oefening, word je als argeloze wandelaar in het park ‘in een flits van foute kleuren omvergelopen door de lelijkheid in mensengedaante, puffend als een lekke band, de blik dof als een beslagen bril. Homo Adidas. Een gekraak van takken, een vette hijg in je oor en daar hobbezakt hij alweer verder. Laatst weer. Verbijsterd keek ik hem na. Op de rug van zijn trainingspak stond zijn artikel des geloofs: survival of the fittest.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Sporten – mits met mate – zou moeten leiden tot een gezonder en meer evenwichtig leven, maar de uitwerking is vaak averechts. Door de hoge verwachtingen waarmee we eraan beginnen spannen we ons te veel in. Dat leidt tot blessures, oververmoeidheid en demotivatie. Hoge verwachtingen zorgen er vooral voor dat we vroegtijdig afhaken. Teleurgesteld over het niet of niet snel genoeg bereikte resultaat, houdt de sporter er maar weer mee op. In een notendop is dit het probleem van zelfbeheersing of matiging: het loopt snel uit de hand. Bij matiging dreigt de mateloosheid – we leggen de lat veel te hoog, we verliezen elk gevoel voor proporties, en uiteindelijk haken we af.

Waarom doen we dat? Politicoloog Herman van Gunsteren geeft een verklaring in het boekje Stoppen. U kunt het. U wilt het. U doet het niet. We denken dat we voor zelfbeheersing vooral over één ding moeten beschikken: een sterke wil. Waar een wil is, is immers een weg. Als we vervolgens die weg niet vinden – als we bijvoorbeeld afhaken – dan is dat een teken van wilszwakte. Vervolgens maken we het ons alleen maar moeilijker door te willen bewijzen dat we van goede wil zijn. Dat geldt voor de beginnende sporter, die in één keer wil bewijzen dat hij nog fit is, maar ook voor mensen die al een tijd bezig zijn. En ook voor iedereen die aan de lijn doet. Berucht is bijvoorbeeld de overcompensatie: wie een dagje heeft gezondigd tegen een dieet, probeert dat de volgende dag ‘in te halen’ door nog minder te eten dan het dieet al voorschrijft. Bij sporten zie je het ook vaak: je hebt eens een dag geen zin om te rennen, en de volgende dag ‘straf’ je jezelf met een extra rondje door het park.
Zelfbeheersing leidt er soms zelfs toe dat we de wil gaan testen. Bijvoorbeeld door bewust verleidingen op te zoeken. Zo gooit een kettingrokende vriend van mij bij elke stoppoging resoluut alle shag het huis uit, maar hij houdt één sigaret op zak. Immers: het weerstaan van de sigaret is een bewijs tegenover zichzelf dat hij écht wil stoppen. Het resultaat is altijd hetzelfde: de sigaret brandt figuurlijk in zijn zak – hij kan aan niets anders meer denken dan aan die ene peuk – en na enkele weken steekt hij die op met een typische mengeling van opluchting en schuld. Mislukt dus.
 

Je wilt te veel

Nu kan het op korte termijn zeker een positief effect hebben als je vertrouwt op de wil. Even niet te lief voor je zelf. Je wilt wat bereiken, dan moet je er wat voor doen ook. Maar de aanpak is uiterst riskant: je maakt het jezelf te zwaar. Vervolgens verwijt je jezelf weer dat je een zwakke wil hebt. Terwijl de reden dat het niet lukt eerder het omgekeerde is: je wilt niet te weinig, je wilt juist te véél. De Griekse filosoof Plato beschrijft hoe frustrerend dat kan zijn. Bij zelfbeheersing, zegt Plato, ben je zowel meester als slaaf. Je bent zowel degene die de orders uitdeelt – een dieet, een trainingsschema – als degene die dat regime ondergaat. En als je dat regime niet volgt, dan ben jij diegene die de sanctie – een extra rondje om het park – zowel uitdeelt als ontvangt. Je bent de controleur en de gecontroleerde in één persoon. Dat moet wel problemen opleveren: je moet jezelf gehoorzamen, maar je wilt jezelf tegelijkertijd voor de gek te houden. Het resultaat daarvan is een neerwaartse spiraal: je houdt jezelf voor de gek en stelt steeds strengere regels of sancties in. Juist om te voorkomen dat je voor de gek wordt gehouden. Uiteindelijk is dat een onhoudbare situatie; het verzet tegen het zelfopgelegde regime wordt zo groot dat je je er niet meer aan houdt.

Het schenkt ook veel vreugde om de strenge regels niet meer te volgen. De eerste sigaret of de eerste reep chocola, waarmee je breekt met een zelfopgelegde regel, ervaar je vaak als een bevrijdende daad. Toch kan zo’n daad van verzet uitmonden in een nieuwe mateloosheid, die net zo onnatuurlijk is als de oorspronkelijk opgelegde zelfbeheersing. Bij het ‘jojo-effect’ vallen mensen in korte tijd veel af, maar komen daarna nog sneller weer aan, soms zelfs veel meer dan ze kwijt waren. Het gedwongen afvallen leidt tot een al even dwangmatige ‘nu-mag-ik-weer-veel-eten’-opluchting.
 

Echt meesterschap

Met het oorspronkelijke doel van zelfbeheersing – gezondheid, een evenwichtig leven – heeft dat uiteraard niets meer van doen. Dergelijke positieve doelen worden overstemd door zelfdwang en het voortdurende gevoel tekort te schieten. We willen vooral onszelf beheersen, en dat moet wel eindigen in een ongezonde verhouding tussen meester en slaaf zoals Plato die schetst. Want wie zichzelf hoe dan ook wil beheersen, die gaat zichzelf ook voor de gek houden en komt in verzet.

Betekent dit nu dat zelfbeheersing per se moet uitmonden in grenzeloze zelfdwang? Volgens Aristoteles, de meest begaafde leerling van Plato, is dat niet het geval. Hij laat zien dat het mogelijk is om een goede meester over jezelf te zijn, mits je dat meesterschap breder opvat dan slechts jezelf beheersen. Zelfbeheersing is volgens Aristoteles maar een van de vier deugden om een geslaagd leven te leiden. Beheersing moet gecombineerd worden met drie andere deugden om tot een geslaagd leven te komen: met verstandigheid, rechtvaardigheid en moed. Die deugden zijn later ‘kardinale deugden’ gaan heten, naar het Latijnse woord voor scharnier: cardo. Een geslaagd of evenwichtig leven draait om deze deugden, soepel als een deur om haar scharnieren. Maar daarbij is de ene scharnier niet belangrijker dan de andere. Je kunt je niet bekwamen in de ene deugd, zonder alle andere daarbij te betrekken. Iedere deugd heeft de andere deugden nodig als een anker of contrapunt, want iedere deugd op zichzelf heeft de neiging te ontsporen. Neem bijvoorbeeld moed. Dat is een belangrijke deugd. Maar met die moed moet wel verstandig worden omgegaan voordat je zelfs maar van moed kunt spreken. Wie ondoordacht handelt, bijvoorbeeld blind afstormt op een vechtpartij om daar een einde aan te maken, is niet moedig maar dwaas. Soms getuigt het zelfs van meer moed om afzijdig te blijven of je terug te trekken.

Met zelfbeheersing is hetzelfde aan de hand. Als je dat louter beschouwt als ‘je houden aan zelfopgelegde regels’, dan dreigt een grenzeloze zelfdwang. Maar als je zelfbeheersing weet te temperen of aan te wakkeren door andere deugden – dus door verstandigheid, rechtvaardigheid en moed – dan toon je pas echt zelfmeesterschap. Niet voor niets is later van het Latijnse woord voor deugd – virtus – het woord ‘virtuoos’ afgeleid. Een goede meester over zichzelf is een virtuoze meester, die alle deugden samen weet te laten werken. Vergelijk het met het virtuoze spel van een muzikant. Als een muzikant vooral wil bewijzen dat hij zijn instrument beheerst, dan gaat hij juist krampachtig spelen, of heel steriel. Een virtuoze muzikant is daar niet op uit, hij weet te improviseren – zelfs als dat soms ten koste gaat van technische perfectie. Juist daardoor wint de uitvoering aan diepte en evenwicht.
Het virtuoze zelfmeesterschap is eveneens een spel, maar dan met deugden. Zelfbeheersing moet bijvoorbeeld worden geleid door verstandigheid; stel haalbare doelen, en ga niet forceren uit overdreven bewijsdrang of om te voldoen aan de maatschappelijke norm van fitheid. De deugd van rechtvaardigheid leert om streng en eerlijk te zijn, maar tegelijkertijd om zelfopgelegde regels niet als dogma’s te zien. Een regel is niets waard, als die niet zorgvuldig wordt getoetst aan de praktijk, en zo nodig aangepast. Als je deze week te moe was om drie keer rond het park te lopen, en maar tot twee keer kwam, dan ben je wel heel streng voor jezelf als je die ene keer per se wilt inhalen. Je maakt het veel te zwaar, en dat getuigt van weinig virtuositeit. Wie een goed meester over zichzelf wil zijn, houdt niet krampachtig vast aan een getal, maar weet eerlijk in te schatten wanneer het even niet gaat. Dát is zoeken naar een balans in het leven, in plaats van elke dag te zien als een nieuwe prestatie.

Schema’s, regels, geboden, verboden, getallen, streefdoelen, of door de tijdgeest gedicteerde ‘ideale maten’ van schoonheid en fitheid. Ze zijn in het hele spel van zelfmeesterschap van belang, maar nimmer zaligmakend. Augustinus, de vijfde-eeuwse kerkvader en volgeling van Plato, vergelijkt dergelijke regels en geboden met een dam die het water moet tegenhouden. Door de dam op te werpen, neemt de kracht van het water alleen maar toe. ‘Is [het] daar eenmaal doorheen gebroken, dan stort [het] zich massaler en verwoestender dan ooit langs de hellingen naar beneden.’ Iemand die zichzelf daadwerkelijk in de hand heeft, zoekt daarom naar slimme manieren om het water te kanaliseren en zo de druk te verminderen. Het lijkt alsof hij daarmee toegeeft de stroom van het water nooit helemaal te beheersen. Maar de virtuoze meester weet dat zelfs een kleine overstroming vruchtbaarder kan zijn dan totale drooglegging.