Home Mag je kunst prijzen van gevallen helden?

Mag je kunst prijzen van gevallen helden?

Door Jeroen Hopster op 21 april 2020

Mag je kunst prijzen van gevallen helden?
Cover van 05-2020
05-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Sinds #MeToo zijn veel artiesten van hun voetstuk gevallen. Mogen we nog wel van hun films en hun muziek genieten?

Onlangs zag ik de film Carnage (2011) van regisseur Roman Polański. Een even meesterlijke als ongemakkelijke kijkervaring, niet in de laatste plaats vanwege de reputatie van de regisseur. De oude Polański wordt al jarenlang beschuldigd van verkrachting en seksueel misbruik, door steeds meer – destijds – minderjarige vrouwen. Intussen blijft hij nieuwe films maken. En met succes: begin dit jaar won Polański’s laatste film J’accuse verscheidene prijzen. Daarop brak een storm van kritiek los: filmtheaters die J’accuse draaiden werden beklad en het voltallige bestuur van de Franse César Académie stapte op. In het #MeToo-tijdperk komt een jury er niet zomaar mee weg om een omstreden artiest te eren, hoe goed zijn werk ook is. Strijdbare #MeToo-acti-visten zullen de mouwen opstropen. Hebben zij gelijk? Mag je de kunst van gevallen helden nog prijzen?
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ja

Ook al zijn de beschuldigingen aan het adres van Polański gegrond, dat doet niets af aan de esthetische kwaliteit van zijn films. Kunst heeft een flinke mate van autonomie. We beoordelen een kunstwerk op grond van esthetische criteria, die verschillen van de criteria van politiek, religie of moraal. Deze opvatting van kunst, die in de Romantiek is ontstaan en onder meer door dichter-filosoof Friedrich Schiller (1759-1805) werd verkondigd, is een groot goed. Ze heeft het filosofische fundament gelegd voor de ontwikkeling van kunst als zelfstandig domein, met andere regels en wetten dan in de samenleving gelden. Autonomie impliceert soevereiniteit: kunstwerken hoeven niet ondergeschikt te worden gemaakt aan de waarheden van de wetenschap of de waarden van de maatschappij. Die zaken kunnen we van elkaar lostrekken. Dat betekent ook dat we een kunstwerk in eigen recht kunnen bewonderen, zonder ons te hoeven bekommeren om de vraag of de maker ervan een moreel rolmodel is. We kunnen best de persoon Polański bekritiseren, maar tegelijk erkennen dat zijn werk van grote waarde is. Oftewel: een goede criticus kan de kunstenaar scheiden van diens werk. Als we dat werk om maatschappelijke redenen mijden, maken we de moraal te groot en doen we de kunst tekort.
 

Een goede criticus kan kunstenaar en werk scheiden

Nee

Dat we het kunstwerk volledig kunnen lostrekken van zijn maker is een misverstand. Lof voor het werk vertaalt zich onherroepelijk in status voor de auteur. Sterker nog: loftuitingen voeden precies de onaantastbaarheid die beroemdheden in staat stelt om de normale rechtsgang te ontlopen. De #MeToo-jaren hebben aan het licht gebracht dat macht en misbruik vaak samengaan, ook in seksuele sfeer. Neem Michael Jackson, tegen wie beschuldigingen van kindermisbruik postuum steeds concreter zijn geworden. Er zijn aanwijzingen dat hij zijn onaantastbaarheid als King of Pop aanwendde om ouders een oogje te laten dichtknijpen. Juist vanwege zijn sterstatus was hij tot het vermeende misbruik in staat en wist hij daarmee weg te komen. En zijn geval staat niet op zich. Bij veel #MeToo-beschuldigingen is seksueel wangedrag verweven met misbruik van macht en invloed. Als we die dynamiek werkelijk willen doorbreken, moeten we geen artificiële scheidslijn aanbrengen tussen kunstenaar en kunstwerk. Of we dat nu willen of niet, dankzij die scheidslijn normaliseren we fout gedrag. Of erger nog: we houden de condities in stand waardoor zulk gedrag kan voortduren.
 

Vorm of vent

De cruciale vraag in deze discussie is in hoeverre we de kunstenaar daadwerkelijk kunnen scheiden van het werk dat hij produceert. Als het betreffende oeuvre – zoals het werk van Polański of de muziek van Michael Jackson – inderdaad grote esthetische waarde en culturele betekenis heeft, zou de inzet moeten zijn om te proberen vorm en vent te scheiden. Die scheiding waarborgt de onafhankelijkheid van de kunst, maar ook de mogelijkheid om morele kritiek te uiten op het gedrag van de artiest. Wel vragen Polański’s films en Michael Jacksons muziek om enige gevoeligheid, vanwege de associaties die ze oproepen. De King of Pop behoeft geen censuur, maar zijn muziek draaien op een kinderfeestje getuigt wellicht van slechte smaak.

Beeld: Bas van der Schot