Home Niet-westerse filosofie Hoe het boeddhisme ons aanzet de wereld te veranderen
Niet-westerse filosofie

Hoe het boeddhisme ons aanzet de wereld te veranderen

Door Jeroen Hopster op 28 maart 2017

Hoe het boeddhisme ons aanzet de wereld te veranderen
Cover van 04-2017
04-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Van hiv tot CO2-uitstoot: een kernidee in de boeddhistische filosofie is dat alles ontstaat in een netwerk van afhankelijkheidsrelaties. Volgens Jeroen Hopster helpt die visie niet alleen om de wereld te begrijpen, maar zet ze ook aan om de wereld te veranderen. 

Zuidoost-Kameroen, omstreeks 1910. De gevolgen van de Scramble for Africa dringen door tot ver in het oerwoud. Nieuwe handelsroutes ontstaan, onder meer naar gebieden met rubberbomen – een grondstof waar sinds de opkomst van de auto-industrie veel vraag naar is. Boeren worden in de rubbergebieden tewerkgesteld, en als neveneffect groeit de lokale consumptie van bushmeat, het vlees van wilde dieren. Op een zekere dag komt een bushmeat-jager, of een slager op een dorpsmarkt, in bloedcontact met een chimpansee die het siv-virus draagt. Het virus muteert. De volgende jaren baant de mutant zich langs de Sangha- en Congo-rivier een weg naar de stad Léopoldville, het huidige Kinshasa – het centrum van een duizelingwekkende wereldhandel. Arbeiders en handelaren uit de wijde regio trekken erheen. Er ontstaat prostitutie langs de aanvoerroutes. Om tropische ziekten tegen te gaan worden gezondheidscampagnes op touw gezet en injectienaalden naar de stad verscheept, gebruikt, en hergebruikt.

San Francisco, begin jaren tachtig. Steeds vaker duikt een mysterieuze ziekte op, die vooral onder homoseksuele mannen slachtoffers maakt. Het is het begin van de aidspandemie, die in verschillende steden de kop opsteekt. Over de oorzaak doen tal van speculaties de ronde. Complottheorieën ontstaan. Schuldigen worden gezocht, aangewezen, verketterd. Pas vele jaren later zal blijken dat de kiem van de uitbraak decennia teruggaat, veel verder dan gedacht – naar Zuidoost-Kameroen, omstreeks 1910.

Dodelijke cocktail

De geschiedenis van de hiv-verspreiding toont een realiteit waar in de twintigste eeuw niemand meer omheen kan: wij zijn wereldwijd verbonden, in een netwerk waar lokale gebeurtenissen globale gevolgen kunnen hebben. De proef is nooit op de som genomen, maar naar verluidt kan de vleugelslag van een vlinder in Brazilië een tornado in Texas veroorzaken. Een door beter bewijs gesteund voorbeeld van datzelfde butterfly-effect: een enkele bushmeat-jacht kan drie generaties later een wereldwijde virusuitbraak veroorzaken, die tot op heden bijna 30 miljoen mensen het leven heeft gekost.

Tekst loopt door onder afbeelding

Illustratie: StudioVonq

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Dat de hiv-uitbraak pandemische proporties zou aannemen stond niet in de sterren geschreven. Het virus is vermoedelijk vaker van aap op mens overgesprongen, maar epidemieën bleven altijd tot lokale bevolkingen beperkt. De wereldwijde verspreiding van hiv vereiste een specifieke samenloop van omstandigheden, zoals een dicht netwerk van persoonsverkeer, met veel mogelijkheden om van het ene lichaam op het andere over te springen. De omstandigheden die zich voordeden in koloniaal Léopoldville.
 

Afhankelijk ontstaan

In het virtuele internet is de dichtheid van verbindingen bepalend voor de Google-ranking: hoe vaker andere sites naar een website linken, des te hoger komt deze website in de ranking terecht, en des te groter is zijn invloed. Iets soortgelijks geldt voor het wereldwijde netwerk van menselijke contactroutes – het échte internet. Een drukbezocht centrum is de perfecte springplank om op grote schaal ideeën, goederen of virussen te verspreiden.  

Léopoldville was zo’n centrum, waar de perfect storm-condities zich voordeden voor de verspreiding van hiv. De toenemende blootstelling aan bushmeat vergrootte de kans dat apen het virus op mensen zouden overdragen. De snelle bevolkingsgroei, de druk begane handelsroutes, de prostitutie en het gebruik van niet-gesteriliseerde naalden produceerden vervolgens de ingrediënten voor een dodelijke cocktail, die wereldwijd de aderen door werd gepompt.

Dat wij deel uitmaken van een wereldwijd web is al eeuwenlang gemeengoed in het boeddhistische denken. Een basisprincipe van de boeddhistische metafysica is het idee van ‘afhankelijk ontstaan’: alles wat ontstaat komt terecht in een bestaand web van relaties, die elkaar wederzijds definiëren en in stand houden. Het geheel van die relaties vormt de structuur van onze almaar transformerende werkelijkheid. 

Dat netwerk van relaties is alles wat er is. Oftewel: zonder de relaties die het netwerk vormen is er niets. Alles wat bestaat is voor dat bestaan afhankelijk van een ander bestaan: het bestaat in relatie tot andere objecten en verschijnselen. Niets kan in vacuo, in zijn eentje, bestaan. Een oude boeddhistische tekst drukt dat idee als volgt uit:  

Wanneer dit er is, is dat er ook.
Van het ontstaan van dit komt het ontstaan van dat.
Wanneer dit er niet is, is dat er ook niet.
Van het eindigen van dit komt de beëindiging van dat.

In het Sanskriet, een van de hoofdtalen van de boeddhistische overlevering, wordt het idee van afhankelijk ontstaan aangeduid met de term pratityasamutpada. De term is lastig, maar het onderliggende idee is, in de kern, niet zo moeilijk. Alle gebeurtenissen zijn afhankelijk van een keten van onderling verbonden oorzaken, en elk brengen zij een keten van verbonden gevolgen teweeg. Zo sijpelt elke gebeurtenis door in tijd en ruimte, als een druppel die het oppervlak van stil water beroert, en waarvan de kringen steeds verder uitdijen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Illustratie: StudioVonq
 

Boeddha en de biljartbal

Het boeddhistische idee van afhankelijk ontstaan is gerelateerd aan het westerse begrip ‘causaliteit’, maar op belangrijke punten onderscheidt het zich ervan. Het is gegrond in een ander paradigma. In het westerse denken is een prototypisch voorbeeld van een causale – of oorzakelijke – relatie het botsen van twee biljartballen. De witte bal stoot tegen de rode bal aan, en zet daarmee de rode bal in beweging, langs een voorspelbaar traject. De relatie tussen oorzaak en gevolg wordt aangestuurd door direct fysiek contact. Causaliteit heeft een mechanisch karakter.

Afhankelijk ontstaan geeft een ander beeld van oorzakelijkheid. Ten eerste zijn oorzaak-gevolgrelaties nooit een-op-eenrelaties. We kunnen oorzaak en gevolg niet geheel isoleren, maar moeten ze begrijpen in de context van een groter relationeel netwerk. Ten tweede zijn de interacties in dat netwerk lang niet altijd voorspelbaar. En ten derde hoeft er tussen oorzaak en gevolg geen sprake te zijn van mechanisch contact. Oorzaken kunnen ook mentaal van aard zijn.

Was de bewuste bushmeat-jacht de ultieme oorzaak van de aidspandemie? Daar valt, zeker op basis van het biljartbalmodel van causaliteit, wel wat voor te zeggen. Er was een onafgebroken fysieke link tussen de eerste besmetting na de jacht en de miljoenen sterfgevallen in de decennia die volgden. Verwijder deze jachtpartij uit de geschiedenis en de keten stort in elkaar. Als de jacht niet had plaatsgevonden, dan was de aidspandemie niet uitgebroken.  
 
Tegelijk is duidelijk dat we met deze jachtpartij de wereldwijde verspreiding van hiv nog niet uitputtend hebben verklaard. Zo waren de samenloop van omstandigheden in Léopoldville, en het westerse kolonialisme dat daaraan ten grondslag lag, cruciale voorwaarden voor hiv om wereldwijde proporties aan te nemen. Ook al spelen die factoren in de mechanistische verklaring van de hiv-verspreiding geen rol, voor een dieper inzicht in de geschiedenis van het virus zijn ze van grote betekenis. 

Dat diepere inzicht komen we eerder op het spoor wanneer we uitgaan van de boeddhistische zienswijze. De notie van afhankelijk ontstaan vangt het holisme van de geschiedenis: een gebeurtenis heeft nooit één enkel gevolg, en is evenmin afhankelijk van één enkele oorzaak. Alles is met elkaar verbonden, in een samenspel van voortdurend veranderende relaties. Hoe een virus zich verspreidt is afhankelijk van menselijke migratie, hygiëne, biomedische ontwikkelingen, de evolutie van het virus zelf, en vele andere factoren, die allemaal met elkaar verband houden. Om dat verband inzichtelijk te maken schiet het biljartbalmodel tekort. De boeddhistische metafysica is beter in staat om de complexe structuur van de geschiedenis te vangen. 
 

Jager

Ieders leven raakt aan de levens van vele anderen. Dat inzicht helpt niet alleen om de wereld te begrijpen, maar zet ook aan om haar te veranderen. Het feit dat onze handelingen terechtkomen in een netwerk van wereldwijde relaties, impliceert dat ons handelen altijd moreel geladen is. Een soortgelijke gedachte vinden we terug bij de Australische ethicus Peter Singer: elke euro die we besteden aan onze eigen luxeproducten, is een euro die we niet besteden aan het ondersteunen van de primaire voorzieningen van behoeftige anderen. Al wonen die anderen in een land ver bij ons vandaan, ook op afstand kunnen wij hen helpen. Dat maakt de afweging om 100 euro te besteden aan een paar nieuwe schoenen, in plaats van aan ontwikkelingshulp, een (im)morele afweging. 

De Amerikaanse auteur Ethan Nichtern is een van de boeddhistische denkers die de morele implicaties van deze verbondenheid onderstrepen. Elke dag, merkt hij op in zijn boek One City: A Declaration of Interdependence, maken wij vanaf het moment dat we opstaan contact met de hele wereld – met tal van mensen die zowel in tijd als in ruimte ver bij ons verwijderd zijn. Het ontbijt van de meeste stedelingen is een volkomen kosmopoliete aangelegenheid. Al zou dat alleen uit een kop koffie bestaan, dan nog is er een goede kans dat daar koffiebonen uit Tanzania, rietsuiker uit Mauritius, en een kartonnen verpakking op basis van Scandinavisch hout in zijn verwerkt. We maken dag in dag uit contact met een netwerk waarvan de ketens zich globaal uitstrekken, en waarin onze keuzes bijdragen aan ontwikkelingen wereldwijd – van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer tot de arbeidsomstandigheden van Nigeriaanse oliearbeiders. 

Die ketens strekken zich niet alleen uit in de ruimte, maar ook in de tijd. Wij zijn, behalve met onze eigen generatie, ook verbonden met toekomstige generaties. De beslissingen die wij nu nemen, zullen hun levenskansen en geluk beïnvloeden. Onze verhouding tot de generatie van 2080 is vergelijkbaar met de verhouding van de Kameroense jager tot de generatie van 1980, in die zin dat de handelingen die wij nu verrichten deze generatie rechtstreeks kunnen beïnvloeden. Het verschil is dat de Kameroense jager zich daarvan niet bewust was. Wij wel.  
 

Symbiose

Het idee van afhankelijk ontstaan verheldert niet alleen onze relatie tot anderen ver weg in tijd en ruimte. Het biedt ook een behulpzaam perspectief op onze omgang met – en verantwoordelijkheid tegenover – ander leven op onze planeet. In de boeddhistische visie bestaat geen scherp onderscheid tussen ‘mens’ en ‘natuur’: beide zijn verbonden in een web van afhankelijkheidsrelaties. De mens beïnvloedt natuur en milieu, maar ze beïnvloeden net zo goed de mens. Een eenzijdige focus op de schade die ‘menselijke indringers’ de natuurlijke wereld berokkenen is geen goed uitgangspunt voor natuur- en milieubewustwording. Die bewustwording draait juist om het besef dat de mens en het natuurlijke milieu wederzijds van elkaar afhankelijk zijn.
 
De natuur zelf staat bol van zulke afhankelijkheidsrelaties. Biologen duiden die relaties aan met begrippen als ‘ecosysteem’, ‘mutualisme’ en ‘symbiose’ – allemaal speciale gevallen van wat het boeddhisme verstaat onder pratityasamutpada. Zo is symbiose de wederzijdse afhankelijkheidsrelatie die ontstaat wanneer verschillende soorten langdurig samenleven en hun evolutionaire paden met elkaar verstrengeld raken. Bijen zijn afhankelijk van de voedingsstoffen in bloemen; bloemen zijn afhankelijk van de bestuiving door bijen. Bijgevolg proberen bloemen de zintuigen van bijen te prikkelen met heerlijke geur-, kleur- en smaakstoffen. Bedenk, de volgende keer wanneer u bij de bloemist bent, dat de geuren en kleuren die u omringen het gevolg zijn van een selectiedruk die bijen met hun zintuiglijke voorkeuren uitoefenen. Oftewel: wat u voor u ziet is in wezen het resultaat van de bijenesthetiek – een esthetiek die haar specifieke karakter weer aan bloemen te danken heeft. 

De afhankelijkheidsrelaties strekken zich nog verder uit. Ook de mens is van bijen afhankelijk, om landbouwgewassen te laten bestuiven. Bijen, op hun beurt, zijn afhankelijk van menselijke landbouwpraktijken. Onder meer door vervuiling, gebiedsversnippering en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, zijn vele bijensoorten thans bedreigd. In ons wederzijdse web vormt die bedreiging niet alleen een biodiversiteitsprobleem, maar ook een probleem voor de menselijke voedselproductie. 

De boeddhistische visie van afhankelijk ontstaan laat zien dat een duurzame omgang met elkaar, en met onze planeet, niet optioneel is – geen liefdadigheidskwestie, iets wat we kunnen doen of laten. In een wereld waarin we onherroepelijk op elkaar zijn aangewezen, kúnnen we niet zonder deze relaties. We moeten samen vooruitkomen. Daartoe zijn we in beginsel ook in staat. De handeling van een enkeling kan zelfs wereldwijd verschil maken. Dat besef is empowering, maar het schept ook verantwoordelijkheid. Het water rimpelt oeverloos voort.