Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

dinsdag 17 maart 2009

‘Het neoliberalisme is niet liberaal’

Achille Mbembe
filosoof, historicus


Frank Ankersmit, filosoof, historicus en jarenlang VVD-ideoloog, is uit de ‘neoliberale’ VVD gestapt. Wat is het neoliberalisme eigenlijk? En wat is er mis mee?

U noemt de VVD een groep ‘neoliberale sufferds’. Wat is het neoliberalisme precies?
‘Het neoliberalisme is de gedachte dat de markt altijd gelijk heeft. Vanuit dit principe tracht die de staat te ontmantelen en publieke taken door de markt te laten uitvoeren. Privatisering en deregulering vormen de kern. Politiek wordt gereduceerd tot het slaafje van de economie.’

Op welk mensbeeld stoelt deze ideologie?
‘Het neoliberalisme ziet de mens als een Homo economicus. Neoliberalen zien alle menselijke interacties als transacties, als economische handelingen. Ook het goede wordt zuiver economisch begrepen: greed is good. Preciezer: neoliberalen geloven dat handelingen die voortkomen uit hebzucht leiden tot een moreel juiste uitkomst. Dit idee komt van Adam Smith. In de Wealth of Nations (1776) vergelijkt hij deze onvoorziene sturing met een ‘invisible hand’. Volgens Smith bakt de bakker geen broden uit menslievendheid, maar om geld te verdienen. Het vertrouwen in de markt dat uit dit mensbeeld spreekt, is door de kredietcrisis failliet gebleken. Als de juiste lessen uit de crisis getrokken worden, zal 2008 een keerpunt zijn, zoals 1989.’

Hoe verschilt het negentiende-eeuwse liberalisme dat u voorstaat van het neoliberalisme?
‘Het negentiende-eeuwse liberalisme ontstond na de Franse Revolutie, als reactie op het ancien régime. In dat aristocratische systeem lagen publieke bevoegdheden in private handen. Liberalen wilden publiek en privaat uit elkaar trekken: geen bevoegdheden zonder verantwoordelijkheden. De neoliberale privatiseringsagenda beoogt precies het omgekeerde. Het neoliberalisme is daarom niet liberaal. Het is antipolitiek. Publieke taken moeten niet overgelaten worden aan de onverantwoordelijke hebzucht van de markt.’

Johan Olsthoorn