Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

donderdag 9 april 2020

Helder en kritisch denken begint met een goede vraag

Ilana Buijssen

Ook nu we massaal op sneakers rondlopen, kunnen we van Socrates leren om goede vragen te stellen. Praktisch filosoof Elke Wiss zet in haar onlangs verschenen boek Socrates op sneakers de kunst van het vragenstellen uiteen.

Laat ik het gesprek beginnen zoals Socrates dat altijd op het marktplein deed: wat is een goede vraag volgens u?

‘Dat is meteen een vraag die niet makkelijk te beantwoorden is. Er is geen lijstje met goede vragen waarvan we zeggen, die werken altijd. Een goede vraag komt vooral voort uit oprechte nieuwsgierigheid, het antwoord willen weten. Een echt goede vraag leidt tot verdieping in het denken en nieuwe perspectieven. Daarmee sluit je ook gelijk uit wat een goede vraag niet is: het is geen eis, het is geen verkapt commentaar, het is niet stiekem een mening met een vraagteken erachter.’

Wat leert Socrates ons over het stellen van goede vragen?   

‘Allereerst Socrates’ overtuiging dat hij weet dat hij niets weet: ‘’Ik bezit geen kennis, andere mensen denken van wel, dus die ga ik vragen stellen.’’ Met deze houding ging Socrates zijn gesprekken in. Erkennen dat je iets niet weet is de basis voor het stellen van een vraag. Daarnaast vind ik ook zijn vermogen om irritatie en ongemak te verdragen bewonderenswaardig. Je krijgt lang niet altijd applaus als je kritische vragen stelt.

Door zich onwetend en kritisch op te stellen riep Socrates mensen op tot helder en kritisch denken. Vanuit deze houding kunnen we perspectivistische lenigheid betrachten. Dat is het vermogen om een kwestie van meerdere perspectieven te bekijken. Om dat te kunnen doen moet je eerst je eigen perspectief af laten brokkelen. Je moet niet teveel waarde aan je eigen standpunten hechten. Als ik in een ruzie met mijn lief bij voorbaat al een standpunt inneem, wordt die lenigheid heel moeilijk. Je moet dus durven te zeggen: mijn standpunt is niet heilig. De standpunten van anderen zijn gelijkwaardig aan die van mezelf.’

‘Helder, schoon en kritisch denken gaat vóór het ongemak van het ego’

Is er ook een bepaalde dialoog van Plato waar u veel van hebt opgestoken voor het stellen van goede vragen?

‘In Protagoras zien we hoe Socrates’ rigoureuze aanpak leidt tot helderdere gesprekken. In deze dialoog gaat Socrates het gesprek aan met de sofist Protagoras. Bij de gesprekken van Socrates zijn vaak ook toehoorders aanwezig, dus Protagoras wilde vooral slim overkomen door monologen af te steken. Socrates bleef maar herhalen: ‘‘Wilt u kort en bondig spreken? Anders kan ik u niet volgen.’’ Om samen wijzer worden, moet je elkaar begrijpen. Socrates greep telkens in op het moment dat Protagoras onbegrijpelijke taal uitsloeg. Van dat rigoureuze kunnen we als maatschappij veel leren. We laten mensen veel te vaak een eind weg ouwehoeren. Een expert strooit met wat moeilijke woorden en we knikken met ze mee terwijl we ondertussen denken: ‘Wat zegt ‘ie nou eigenlijk?’

Door zo’n rigoureuze aanpak stuit je ook wel eens op ongemak en irritatie. Hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?

‘Niet. Accepteren dat het erbij hoort. Helder, schoon en kritisch denken gaat vóór het ongemak van het ego. Als we samen een antwoord proberen te vinden op de vraag of je mag liegen tegen je vrienden, en jij spreekt jezelf tegen, dan hoop ik dat ik zo snugger ben om je daarop te wijzen. In het dagelijks leven lopen we veel te veel op eieren. Socrates zei gewoon: ‘’Gaat het hier om wijsheid of om jouw eigen ongemakje?’’ Door de ander te confronteren nodig je hem uit afstand te nemen van zijn eigen spreken, om verwonderd te kunnen zijn en te zeggen: ‘‘Ja verrek, ik zei inderdaad eerst dat je wel mag liegen tegen vrienden en nu zeg ik van niet. Dat is interessant, laten we eens onderzoeken hoe het zit.’’ Door die confronterende vragen te stellen hoop je ook bij de ander perspectivistische lenigheid op te wekken.’

‘We verheffen ons denken graag tot feiten’

In uw boek heeft u het niet alleen over Socrates, maar ook over de Stoïcijnen. Wat kunnen we van hen leren voor het stellen van goede vragen? 

‘Stoïcijnen roepen op tot het onderscheid tussen de feiten en jouw gedachtes over die feiten. We verheffen ons denken graag tot feiten. Als ik bijvoorbeeld zou zeggen: ‘‘Dat is echt een onbeleefde vraag!’’ dan is dat geen uitspraak over feiten. Het zegt alleen iets over mijn denken, want een vraag an sich is niet gek of onbeleefd: het is alleen maar een vraag. Ook de stoïcijnen roepen dus net als Socrates op om continu afstand te nemen van onze gedachtes. Door je eigen gedachtes buitenspel te zetten komt er ruimte voor de gedachtes van de ander.

Zo ontstaat er een dialoog waar beide partijen wat van opsteken: de vragensteller komt meer te weten over de zienswijzen van de ander, die door kritische vragen te beantwoorden op zijn beurt weer wat opsteekt over zijn eigen manier van denken. Zulke verdiepende gesprekken beginnen met het stellen van goede vragen. Dat lukt jou tijdens dit interview trouwens al heel aardig!’

Ze zeggen wel eens dat je moet stoppen op je hoogtepunt, dus na dit compliment van de vragenexpert sluiten we ons gesprek af. Tevreden leun ik achterover en leg mijn benen op het bureau. Nu alleen nog een paar sneakers aanschaffen, dan is het plaatje compleet.


Socrates op sneakers
Elke Wiss
Ambo | Anthos
256 Blz. | € 20,99
Bestel het boek hier